Recensies over Willem van Twillert
Alle recensies zijn integraal zonder coupures overgenomen.
Reacties van spelers/luisteraars zijn in een aparte rubriek opgenomen
2011
Recensie in de Ommelander Courant van het concert op zaterdag 16 juli 2011 in de Petruskerk te Leens
Premičre uit “Mijn Musijk Boeck Anno Domini 1720”van Edzard Jacob Tjarda van
Starkenborgh , geboren op de borg Verhildersum Leens
Tijdens het orgelconcert
in de Petruskerk te Leens werd afgelopen zaterdagavond werk gespeeld van een oud
inwoner van deze plaats. Namelijk uit “Mijn Musijk Boeck Anno Domini 1720” van
Edzert Jacob Tiarda van Starkenborgh naar een gebonden transcriptie in Amerika.
Dit blijkt de op 2 januaro 1700 op de borgVerhildersum geboren Edzard Jacob
Tjarda van Startkenborgh, te zijn. Zijn moeder was Vrouwe Anna Habina Lewe,
Douaričre van Starkenborgh, in het bezit zijnde van de unique collatie opdracht
aan de beroemde orgelmaker Albertus Anthonie Hinsz. Een opdracht in1733 gegeven
waar Leens hoor nog steeds dankbaar voor moet zijn. Edzard is dus duidelijk
muzikaal aangelegd geweest en wellicht stond er zelfs een huisorgel op de borg
Verhildersum. En het zal er zeker debet aan zijn geweest dat moeder Anna Habina
zo’n belangstelling had voor orgels. Overigens was in 1731 op bezoek geweest bij
haar familie op de borg bij Zandeweer ,w aar haar familie een nieuw orgel in de
kerk had laten vervaardigen door dezelfde orgelmaker Hinsz. Ook dat orgel is nog
in volle glorie bij ons aanwezig. Anna wilde ook een orgel van Hinsz maar wel
groter en mooier. Vandaar het bijna protserige orgel aan de westkant van de
kerk, Overigens is Edzard president geworden van het Koninklijk Pruisisch
Hofgerecht van het vorstendom Oost-Friesland en lid van de Oostfriese
Ridderschap. De muziek wat ten gehore werd gebracht was Galliarde-Minuet en
Bouré . Mooie ietwat frivole muziek wat vaak in die tijd op de hoven van de adel
werd gespeeld of ten gehore gebracht. Willem van Twillert, een bekende
Nederlandse organist, die ook CD opnames in Leens heeft gemaakt is altijd op
zoek naar een aansprekend programma en vind dan altijd wel iets bijzonders, soms
ludieks. Op het Hinszorgel ging hij nog even verder met orgelmuziek in relatie
met kastelen. De bekende Toccata en fuga in d-moll , die ook in de bekende
drakula-film ten gehore wordt gebracht was ook een hoekpunt in het concert. Van
Johann Sebastiaan Bach klonken vijf koraalbewerkingen uit Cantates waarbij de
sopraan op de Cornet 2’van het pedaal werd gespeeld. Ook hier klonk het weer of
er een orkest in de kerk zat waarbij de solist een prachtige Cornet aanblies
.Van Alexandre Guilmant de begrafenis mars gespeeld die hij geschreven had ter
gelegenheid van de begrafenis van z’n moeder. Prachtig onderhoudende muziek zo
op een regenachtige avond in de Petruskerk, een avond waarin de sfeerverlichting
al weer aan moest ! Het concert werd spetterend afgesloten met een prachtige
bewerking van Händels melodie “U zij de Glorie “.
Volgende week zaterdagavond
kan er weer genoten worden in de Petruskerk van Leens. Naast het volledig gave
interieur uit de tijd van de van Starkenborgs is er een orgelconcert door Anja
Hendrikx , organiste uit Voerendaal. Ook zij heeft Concerto’s van Bach op het
programma.
Albert Rodenboog
Leens
2010
Recensie uit de orgelvriend
2010/11 door Gerco Schaap
Zie bijgaande PDF.
Recensie uit de
Orgelvriend 2010/05 door Gerco Schaap
WlLLEM VAN TWILLERT 19 PSALMHARMONISATIES MET TEGENSTEM VOL. II
Psalmen 100 (131/142), 101, 103, 105, 107, 113, 117 (127), 119, 122, 124, 128,
133, 135, 136,138, 140, 146, 147, 150
Stichting Promotie Orgel-Projecten Amersfoort. 31 blz. Formaat A4. Prijs € 12,50
Verkrijgbaar bij de reguliere muziekhandel en te bestellen bij Stichtng POP,
Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland,
www.willemvantwillert.nl
Deze uitgave is een vervolg op de in 1988 gepubliceerde eerste bundel
Harmonisaties met tegenstem (Willemsen ed. 762).
Mede vanwege aanhoudende positieve reacties werd overgegaan tot het uitgeven van
een tweede bundel. Het betreft inmiddels de derde, herziene druk waarin de
harmonisaties qua speelbaarheid gemakkelijker zijn geworden, dit op verzoek van
gebruikers.
De tegenstem is op eenvoudige wijze ingebed in de harmonie met als doel de
zingende gemeente extra te ondersteunen zonder dat de tegenstem domineert.
De bovenstem is namelijk een organisch deel van de begeleiding.
Telkens zet de bovenstem in op de tweede helft van elke regel van de
psalmmelodie, een uitzondering daargelaten. Zodoende zal de zingende gemeente de
boven- of tegenstem eerder ervaren als deel van de harmonisatie dan als apart
klinkende bovenstem.
De keuze van de psalmmelodieën betreft vooral lofpsalmen, aangezien juist bij
deze uitbundiger psalmmelodieën een bovenstem een extra manier is om de lofzang
te accentueren.
De zettingen met tegenstem kunnen ook dienst doen als eenvoudige voorspelen.
WlLLEM VAN TWILLERT PSALMBEWERKINGEN IN KLASSIEKE STIJL VOLUME
1-4
Psalmen 41, 57, 103
Uitgeverij J.C. Willemsen Naarden. Bestelnr. 1273. 21 blz. Formaat A4. Prijs €
9,95
Verkrijgbaar bij de reguliere muziekhandel en te bestellen via bij Stichtiig
POP, Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland.www.willemvaniwillert.nl
Het idioom van deze psalmbewerkingen is gebaseerd op composities uit de
laat-barokke / vroeg-klassieke periode.
Psalm 41 begint als 'Quasi motet'-bewerking voor 2 klavieren en pedaal. Daarna
volgen twee zettingen, een met de c.f. in de sopraan en een met de c.f. in de
tenor.
Ook de bewerking over Psalm 57 is voor twee klavieren en pedaal, gevolgd door
een zetting met c.f. in sopraan en een zetting met tegenstem.
Ten slotte Psalm 103, "In memoriam Klaas van de Geest", zoals gebruikelijk
gevolgd door twee zettingen. De zetting met tegenstem komen we ook tegen in
bovengenoemde bundel.
De bewerkingen kwamen tot stand mede dankzij reacties van tien 'meelezers'
tijdens het componeerproces.
Volume 2 (Willemsen 1274) bevat de psalmen 17, 34 en 63 (17, 70) in deze stijl,
Volume 3 (Willemsen 1277) de psalmen 40, 46 en 71.
Volume 4 (in voorbereiding) zal voorspelen in romantische stijl over de psalmen
69 en 73 bevatten.
De omslagen zijn ontworpen door Van Twillerts dochter Lidewij.
Recensie DVD05 in het Nederlands Dagblad van 22-01-2010 door Roel Sikkema
Recensie
DVD05 in EO-programmagids Visie (2010/04)
Recensie
DVD05 in Reformatorisch
Dagblad d.d.27-01-2010 door Jan-Kees Karels
6 januari Harderwijkse Courant
‘HARDERWIJK - Eindelijk is in december dan de DVD (+ CD’s) verschenen van het
orgel van de Grote Kerk, bespeeld door meerdere organisten. Het is een
fantastisch document geworden dat eigenlijk in bezit van iedere Harderwijker
dient te zijn.
Op de DVD kan men verschillende organisten horen en zien spelen: Jaap Zwart,
Willem van Twillert en Kees van Eersel. Daarnaast wordt medewerking verleend
door verschillende fluitisten. Op DVD en CD’s kan men verschillende klassieke
werken horen en zien, waaronder een door Jaap Zwart gespeelde Sonate van Felix
Borowski, waarin veel gebeurt en waar dus ook best wat te zien is.
Daarnaast een Concerto en een orgelkoraal van Bach, een Rondo van Knecht, een
Sonate voor blokfluit en orgel en een rondo voor 2 dwarsfluiten en orgel.
De DVD geeft daarnaast een fraai stukje historie van de Grote Kerk, de
schilderingen en het Bätz-orgel. Dit prachtige document is verkrijgbaar voor
22,90 euro (DVD + 2 CD’s) alleen twee CD’s zijn verkrijgbaar voor de prijs van
17,90 euro.
DVD en CD’s zijn verkrijgbaar bij H. Eijsenga, Hoogstraat 25, 3841 BR Harderwijk
tel 0341- 417514 e-mail heijsenga@hetnet.nl P. Drost, Revalmeen 26, 3844 CE
Harderwijk, tel.0341-420839 e-mail
drostpeter@versatel.nl Via de website van Willem van Twillert:
www.willemvantwillert.nl "
2009
Januari/februari
2009 Kerk
& Muziek door Marc de Leeuw
‘Van de hand van Willem van Twillert verscheen onlangs een bundel
psalmharmonisaties met tegenstem. Deze bundel is een vervolg op de in 1988
gepubliceerde bundel “harmonisaties met tegenstem’. Van Twillert voorzag zestien
bekende psalmen van een fraaie tegenstem. Hij koos daarbij voornamelijk voor
lofpsalmen. De psalmharmonisaties zijn ritmisch getoonzet, maar kunnen na
aanpassing door de organist ook gebruikt worden bij de begeleiding van
isoritmische samenzang. Volgens de componist kan een tegenstem de zingende
gemeente extra ondersteunen zonder daarbij te domineren. De psalmharmonisaties
zijn zonder meer fraai, met af en toe verrassende harmonische wendingen. Bij
sommige psalmen noteert van Twillert sterretjes: het is dan aan de speler om
deze muzikale verrassingen al dan niet te volgen. Op de achterzijde van de
bundel geeft de componist wat suggesties voor gebruik van deze
psalmharmonisaties. Een zeer bruikbare bundel die de gemeentezang zal bevorderen
en inspirerend is voor de organist.’
12 Januari 2009 YouTube
Hoewel we niet van plan zijn alle 38 commentaren van Willem’s interpretatie van
Jesu, bleibet meine Freude (BWV 147) op de website te plaatsen willen we voor
onderstaande recente tekst een uitzondering maken: "After searching all over
YouTube for a decent rendition of one of JSB's greatest pieces, I finally found
it in this interpretation by van Twillert. Thank you so very much! I will play
this on Sunday, 1/4/09, and while I prefer a more leisurely tempo (I like to
luxuriate in the harmonies), this version is one I will gladly add to my YT
favorites. Thank you again. My search is finished".
De link voor Willem op youTUBE is:
http://nl.youtube.com/results?search_query=willem+van+twillert&search_type=&aq=f
2008
Nederlands Dagblad 21 november 2008 Roel Sikkema
In de serie Örgelklanken van J.C. Willemsen verscheen nr. 58 (Huizen 2008,13
blz., € 9,95), met een trio van Willem van Twillert over Psalm 108
en bewerkingen van Psalm 49 (Gerrit Jan van de Werfhorst) en Gezang 455 (Harke
ledema).
Willem van Twillert schreef 16 Psalmharmonisaties met tegenstem (Uitg. St. POP,
Amersfoort 2008,35 blz. € 12,50), zeer bruikbare muziek om de psalmbegeleidingen
mee op te fleuren.
Luister recensie voorjaar 2008 door René Verwer: Literata— Smits-orgel Aarle-Rixtel
Uitvoering **** (heel goed)
Registratie *** (goed)
Deze dvd is de vierde in een serie, waarin ditmaal het Smits-orgel te
Aarle-Rixtel centraal staat. De bekende Reekse maker leverde in 1854
voor de Brabantse waterstaatskerk een instrument met drie klavieren en
pedaal. Het rugwerk is loos, pijpwerk van het eerste klavier is als
onderpositief aangebracht, het hoofd- en Bovenwerk staat op
één lade. De klank is vroegromantisch, met o.a. fraaie
tongwerken als Kromhoorn (eigenlijk meer een Klarinet) en Trompet.
Hoewel de uitvoerenden vele kanten van het orgelgebruik tonen, is het
gespeelde repertoire niet bijster spectaculair, Boëly en Gigout
wellicht uitgezonderd. Bewerkingen van Ierse folksongs en variaties op
een Gronings melodietje horen meer in de categorie ‘Populaire
orgelmuziek’ thuis. Van een dvd mag bovendien meer uitstraling
worden verwacht. Evenals de vorige opname (Luister, juni ’06,
p.54) wordt een blik in het instrument gegund, deze keer met de
orgelmaker Frans Vermeulen als gids.
2007
Trouw recensie 21-8-2007
door Christo Lelie: Literata— Smits-orgel Aarle-Rixtel
Als vervolg op een serie orgel-dvd’s, onder de
titel ‘Improvisata’ verschenen, heeft de stichting
POP de dvd ‘Literata’ geproduceerd; De titels
zeggen het al: in de eerste producties improviseerden de deelnemende
organisten overwegend, maar op deel IV wordt uitsluitend literatuur
gespeeld. De dvd, die desgewenst geleverd kan worden met een cd waarop
dezelfde stukken te beluisteren zijn, is opgenomen in Aarle-Rixtel.
Daar bevindt zich een fraai en relatief groot, driekiaviers Smits-orgeL
Het karakteristieke, romantische instrument nodigde de deelnemende
organisten Willem van Twillert, Jan van de Laar en de gebroeders Euwe
en Sybolt deJonguit tot het spelen van negentiende-eeuwse muziek van
Franse en Engelse componisten als Guilmant, Debat-Ponsan, Gigout,
Boëly, Stanford en West. Alleen Euwe de Jong presenteert
zichzelf als componist van onder meer een harmonisch fraai
‘Scherzo’. Met zijn broer Sybolt is hij in
zelfgemaakt vierhandig repertoire te horen. Ook nam Euwe de Jong zijn
muzikale zoons Rienk (bariton) en Elbert (counter-tenor) mee naar
Aarle-Rixtel. Indrukwekkend is vooral De Jongs repetitieve muziek over
"Wir glauben Gott im höchsten Thron’.
Jan van de Laar is ook met een zoon te horen: zijn Ruud speelt trompet.
Over het algemeen is het romantische Franse en Engelse repertoire
appetijtelijk, maar het heeft weinig muzikale diepgang. De organisten
weten het zwaar spelende orgel goed te beteugelen. Ze musiceren gaaf en
evenwichtig. Cameraman Wim Stroman legde hun spel vast achter de
speeltafel. Ook dook hij met Willem van Twillert en orgelbouwer Frans
Vermeulen de orgelkas in om een beeld van het inwendige te laten zien.
Nederlands
Dagblad juli 2007 door Roel Sikkema: Literata. Orgelmuziek in
beeld en geluid
Een nieuwe dvd, gemaakt onder leiding van de organist Willem van
Twillert. Na drie dvd’s onder de titel Improvisata, waarin
improvisatie een belangrijk ingrediënt was, nu Literata met
alleen maar literatuur. Heel diverse organisten spelen een afwisselend
programma, waarin het Scherzo als rode draad loopt. Daaronder zitten
bekende klassieke Scherzi van componisten als Loret en Gigout, maar ook
van een totaal onbekende componist als Debat-Ponsan, terwijl Euwe de
Jong een eigen jazzy Scherzo laat horen. Boeiend is het vierhandig spel
dat hij evenals op sommige eerdere dvd’s laat horen samen met
zijn broer Sybolt, nu in een werk van Piet Rippen, de ‘Suite
Groningen Historiael’ en in een eigen bewerking van het
Gronings Volkslied. Noordelijke muziek die prachtig klinkt op het
zuidelijke Smits-orgel in Aarle-Rixtel. De Jong heeft ook zijn twee
zonen Elbert en Rienk meegenomen, die hij onder meer in enkele Ierse
volksliedjes begeleidt. Ook gastorganist Jan van de Laar, vaste
bespeler van het Robustellyorgel in de Lambertuskerk in Helmond, heeft
een zoon meegenomen. Ruud bespeelt de trompet en wordt door zijn vader
begeleidt in een werk van Arthur Sullivan en van de Deen Thorvald
Hansen. Daartussendoor speelt Willem van Twillert muziek van onder meer
Grünberger, Boëly, Liszt en Guilmant. Een dvd met
nogal wat onbekende muziek, maar juist daarom toch wel erg boeiend,
vooral omdat er prima gespeeld wordt en dit orgel de goede reputatie
van de orgelbouwersfamilie Smits bevestigt. Het bijgevoegde booklet
geeft wel info over de uitvoerenden maar helaas niet over de muziek. Op
de dvd vertelt alleen Euwe de Jong iets over de twee werken die hij
heeft geschreven en op deze dvd en bijgevoegde cd speelt.
Smits-orgel Aarle-Rixtel. Willem van Twillert, Jan van de Laar, Euwe en
Sybolt de Jong, orgel; Ruud van de Laar, trompet; Elbert de Jong,
bariton; Rienk de Jong, counter-tenor. DVD IIV STPOP 2007/1
De Orgelkrant juni 2007 Improvisata IV
Literata; Orgelmuziek in beeld en geluid volume IV: Smits-orgel - Aarle
Rixtel (NL) I Willem van Twillert (orgel); Jan van de Laar (orgel);
Ruud van de Laar (trompet); Euwe de Jong, Sybolt de Jong (orgel);
Elbert de Jong (bariton), Rienk de Jong (countertenor) | Stichting
Promotie Orgel Projecten - STPOP 2007/1 I Prijs € 27,50 (dvd
& cd].
Stichting Promotie Orgel Projecten (POP) bracht het vierde deel uit de
dvd-serie ‘Literata’ op de markt, waarop het
Smits-orgel in Aarle Rixtel centraal staat. Naast composities van
bekende componisten (Gigout, Boely, Guilmant, Stanford) zijn er werken
van minder bekende componisten te beluisteren (o.a. Theodor
Grünberger, Thorvald Hansen, Georges Debat-Ponsan). En behalve
luisteren, kan men uitvoerenden, registranten, instrumenten en kerk ook
uitgebreid bekijken. Vermeldenswaard zijn onder meer de bijdragen van
de gebroeders Euwe en Sybolt de Jong, die onder meer de
‘Suite Groningen historiael’ van Piet Rippen
uitvoeren, alsmede een ‘Toccata over het Gronings
volkslied’ van Euwe de Jong. Evenals vorige afleveringen uit
deze dvd-serie bevat dit deel interviews met de medewerkenden en een
reportage over het bespeelde orgel.
Friese Orgelkrant 2007 Improvisata III
Improvisata Bolswardia
Najaar 2005 kwam de DVD “Een glimp van de hemel”
over de acht historische orgels in Leeuwarden uit. De meeste aandacht
ging daarbij uit naar de Grote of Jacobijnerkerk met het Mullerorgel
(1727). De grootste historische orgels van Friesland zijn het
Leeuwarder Müllerorgel, het Sneeker Schnitger-Van Damorgel
(1710/1898) en het Hinsz-van Damorgel (1781/1861) in de Martinikerk te
Bolsward.
Vorig jaar heeft de stichting Promotie Orgelprojecten (POP) te
Amersfoort een DVD over het fameuze orgel van de Martinikerk in
Bolsward uitgebracht. De opnamen dateren van 6 mei 2005. Opzet en doel
van deze DVD verschillen nogal van “Een glimp van de
hemel”. De Leeuwarder DVD vertelt over de geschiedenis van
kerk en orgel als onderdeel van de vaderlandse geschiedenis, vooral
gekoppeld aan de Friese stadhouderlijke familie Nassau. De Bolswarder
DVD beperkt zich meer tot de orgelmuziek en het instrument. De beelden
van het kerkexterieur en -interieur vormen grotendeels een
ondersteuning van de gespeelde muziek. Met andere woorden, de beelden
zijn ondergeschikt aan de muziek.
De meewerkende organisten zijn Willem van Twillert, Sietze de Vries,
Gerben Mourik en de gebroeders Euwe en Sybolt de Jong. Zij spelen
veertien uiteenlopende werken, waaronder vier toccata’s en
vijf improvisaties. Van de gespeelde literatuur is het Praeludium in d
(BuxWV 140)
van Dieterich Buxtehude het oudste werk en Processional van William
Matthias het meest eigentijdse. Alle werken worden volledig gespeeld en
tussen de gespeelde werken is er geen onderbreking, bijvoorbeeld in de
vorm van gesproken woord of beelden van het stadje Bolsward. Dat levert
bijna 74 minuten orgelmuziek op. Deze 74 minuten vormen het eerste deel
van de DVD. Er wordt goed gemusiceerd, maar door een matige
opnamekwaliteit zijn de nuances in dynamiek nauwelijks waarneembaar.
De vaste organist van de Bolswarder Martinikerk, Kees Nottrot speelt op
de DVD alleen als verteller een rol. In het tweede deel van de DVD
(DVD-extra genoemd) vertelt hij samen met Willem van Twillert over het
orgel: over het uiterlijk (beelden, sofiet, kas, balgen en front) en
over het binnenwerk. Van de geschiedenis en de veranderingen van het
orgel komt minder aan bod. Ook worden bij de excursie door het
binnenwerk van het orgel geen afzonderlijke registers of combinaties
van registers ten gehore gebracht. Toch is deze zogenoemde rapportage
van ruim achttien minuten een informatief onderdeel van de DVD.
Deze rapportage van deel twee wordt vooraf gegaan door een woord van
welkom en een toelichting op de DVD door Willem van Twillert. Dit was
aan het begin van het eerste deel van de DVD meer op zijn plaats
geweest. In totaal omvat het tweede deel vijf onderdelen.
Na de ‘rapportage’ volgt een ons inziens overbodige
‘fotosessie’. De DVD eindigt met korte interviews
van Willem van Twillert met de overige vier organisten die hun
medewerking aan deze DVD verleenden. Dit tweede DVD-deel duurt ruim 35
minuten. Al met al een DVD die één van de
fraaiste Friese orgels op interessante wijze in beeld brengt.
De prijs van de DVD is inclusief verzendkosten 23,50 en kan via
www.willemvantwillert.nl
worden besteld.
KDD/JSJ
Reformatorisch Dagblad, 16 april 2007 Improvisata IV door drs. A. G. Blonk
Het vastleggen van musicerende organisten ‘op een dvd is een
grote uitdaging. Want met niet veel meer dan handen/klavier, voeten,
pedaal, gezicht/front en registerknoppen moet je toch een
aantrekkelijke film zien te maken. Op de vierde dvd van de Stichting
Promotie Orgelprojecten te Arnersfoort is dat redelijk goed gelukt.
Daar is een aantal redenen voor.
Allereerst is het orgel redelijk onbekend, maar daarom niet minder
interessant: het Smitsorgel (III/P/28) te Aarle-Rixtel, gebouwd in
1854. Een mooie, ronde klank met vooral mooie fluiten en krachtige
tongwerken in een fraaie architectonische en akoestische ruimte. Het
orgel is mooi ruimtelijk opgenomen zonder dat de details verloren gaan.
Daarnaast wordt het orgel goed gedocumenteerd. In een rondleiding door
Frans Vermeulen (orgelbouwer) krijgen we het inwendige te zien. Jammer
daarbij is we! dat juist in dit gedeelte van de film duidelijk de
knippen te horen en te zien zijn, sommige delen niet scherp zijn en de
interviewer regelmatig de verteller in de reden valt. Hier had mijns
inziens wat meer aandacht aan besteed mogen worden. In een ander deel
van de film wordt globaal ingegaan op de orgelbouwfamilie Smits.
Verder doen er heel wat musici mee, waardoor variatie in beeld en spel
ontstaat. Hoofdorganist is Willem van Twillert. Ook werken mee de
organisten Euwe en Sybolt de Jong (meestal vierhandig), Rienk en Elbert
de Jong als respectievelijk countertenor en bariton, de organist Jan
van de Laar en de trompettist Ruud van de Laar. Hun bijdrage is zonder
opsmuk, gedreven en vakkundig.
In de vierde plaats is er een programma opgesteld met zowel werken uit
de bouwtijd van het orgel als hedendaagse composities, waardoor het
orgel in al zijn klankkleuren te horen is. Ooit wel eens gehoord van
componisten als J.E. West, C. Loret, T. Hansen en G. Debat-Ponsan? Dit,
afgewisseld met composities van bekenden als Gigout, Guilmant en Liszt
en doordachte composities van Euwe de Jong in een gematigd modern
klankidioom, maakt het programma beslist gevarieerd, al valt in de
programmering geen lijn te ontdekken.
Verder zijn nog korte fragmenten opgenomen die wat mij betreft
weggelaten hadden kunnen worden: een welkom, waarin de spreker steeds
zijn hoofd afwendt van de kijker, en een paar interviews met de musici
en de organist van de kerk. Ze voegen weinig toe aan het totaal.
Het netjes uitgevoerde booklet is drietalig. De Franse toelichting
ontbreekt, hoewel de dvd ook een Franse versie heeft. Een volgende keer
iets meer informatie over het orgel en veel minder over de uitvoerenden
zou zeker niet misstaan. Ook een toelichting op de composities,
eventueel met gebruikte registraties, geeft een duidelijke meerwaarde
aan een uitgave als deze.
Na.v. “Literata. Orgelmuziek in beeld en geluid”
(dvd en cd), volume IV; Smitsorgel, Aarle-Rixtel; STPOP 2007/1 dvd IIV.
2006
Recensie vanaf
Chor- und Orgelforum: Weihnachten steht vor der Tür door
Michael K am 20. September 2006 13:12:36
http://f25.parsimony.net/forum62691/messages/4848.htm
(Vertaling uit het Duits door Willem van Twillert)
Hallo iedereen,
Een bonbon, waarmee ik het Christvesper-publiek in het afgelopen jaar
heb getracteerd, is de "Toccata im romantischen
Stil"über "Tochter
Zion"
van tijdgenoot Willem van Twillert. Van Twillert heeft een fascinerende
stijlkopie van een Franse symfonische toccata in de traditie van Gigout
- Boellmann - Dubois geschreven.
Gebroken zestiende figuren in de rechterhand, met in de bovenstem het
marcante Händel-Thema verwerkt, in de
linkerhand scanderende akkoorden in achsten, (gelukkig) een rustig, het
beginthema imiterende pedaalbeweging, een spannend modulatieschema, een
wat terughoudender middendeel, een koraalslot en een briljant
coda. De Maestro compositore heeft alles uit de kast gehaald,
wat het genre te bieden heeft. Er is een fonkelende
"adventswonderkaars"ť
uitgekomen. Men moet het werk wel daadwerkelijk oefenen. De technische
eisen komen wat het
manuaalspel betreft overeen met allegro delen uit Bachs trio-sonates.
Daarbij komt, dat beide handen, zoals in de Fr. Symfonische stijl
gebruikelijk, een hoge ligging op het klavier hebben. Het is voor
mensen met een zeer solide basis-techniek die er dus plezier aan kunnen
beleven. Voor de Reprise heeft de componist gelukkig een coupure
aangebracht. Maar wanneer men het vurig speelt, hoort het publiek het
werk graag tot het einde toe. Het stuk is verschenen bij
Butz,
St. Augustin, als BU 1891
Trouw
8 juli 2006 Improvisata III door Christo Lelie
Voor geen klassieke musicus is het improviseren zo’n
belangrijk onderdeel van het vak als voor de kerkorganist. In Nederland
kennen we een hoge standaard van orgelimprovisaties, die mede gelegd is
door het Haarlemse Improvisatieconcours, al wordt helaas ook nog heel
wat afgeknoeid. Hoewel de derde door organist Willem van Twillert
geproduceerde DVD ‘Improvisata’ een traditionelere
manier van improviseren laat zien en horen dan men in Haarlem gewend
is, is het niveau van de vijf organisten indrukwekkend. Dat zijn Willem
van Twillert zelf, Gerben Mourik, Sietze de Vries en de gebroeders Euwe
en Sybolt de Jong, die het orgel vierhandig bespelen (uitsluitend in
composities). Evenals bij de twee eerder verschenen delen van
‘Improvisata’ werden de spelers uitgenodigd ter
plekke op koraalthema’s te improviseren. Dat doen ze op
ambachtelijke en toegankelijke wijze, in een veelheid aan stijlen, van
barok tot impressionistisch en de virtuoze aanpak van bijvoorbeeld
Marcel Dupré. Daarnaast spelen de organisten overwegend
vrije orgelwerken uit drie eeuwen orgelliteratuur. De DVD (met gratis
cd) is opgenomen op het fraaie, onlangs gerestaureerde Hinsz/ Van
Dam-orgel uit 1781/1861 van de Martinikerk te Bolsward. Aantrekkelijk
is de bonus met o.a. een leerzame documentaire over de bouw van het
orgel.
Improvisata
(Koraalbew.) Gezang 434-293-14 Kees van Eersel door Harry Haasjes
05.17.2006 op website van Broekmans & van Poppel
Mooi bruikbaar boek. Vooral gezang 293 en gezang 14 zijn voor een
(amateur-) kerkorganist vlot in te studeren en te goed inzetbaar in
kerkdiensten. Gezang 434 vraagt een meer gedegen studie. Kees van
Eersel heeft met deze koraalbewerkingen drie smaakvolle werken
geproduceerd met een behoudend maar hem typerend klankidioom. Deze
werken zijn ook opgenomen in de Bovenkerk te Kampen (cd/dvd
improvisata) en zeer de moeite waard. Kort samengevat: een zeer
bruikbare bundel waar ik met veel genoegen uit speel.
De orgelvriend 2006-05
Improvisata I en III door André Kruijf
De dvd heeft in relatief korte tijd in de gunst van de
consument weten te komen, een ontwikkeling die vanzelfsprekend niet aan
de Nederlandse orgelwereld voorbij is gegaan. Nu bovendien de stroom
van orgel gerelateerde schijfjes goed op gang komt, mag dit nieuwe
audiovisuele medium zich in toenemende mate in de aandacht van het
orgelminnende publiek verheugen. Hierbij springt de Improvisata-reeks,
waarvan zojuist het derde deel verscheen, in het oog. Opmaat tot dit
project vormt de in 2001 opgenomen cd Improvisata, een eerbetoon aan
Frits Mehrtens en Bernard Huijbers, waarop door Willem van Twillert,
Aart de Kort en Sietze de Vries literatuur, eigen werk en improvisaties
werden vastgelegd.
Producent Willem van Twillert heeft dit grondidee verder uitgewerkt tot
een aantrekkelijk concept waarvan de formule even simpel als
doeltreffend en gevarieerd is. Je nodigt een aantal organisten van naam
van zowel de oude’ als de nieuwe garde’ uit.
Daarnaast zorg je voor een ontspannen sfeer en laat je hen grotendeels
de vrije hand. Het resultaat: een bonte mix van beknopte werken uit de
literatuur uit diverse periodes en streken plus de nodige eigen
bewerkingen en improvisaties over psalm- en gezangmelodieën in
afwisselende stijlen. Een compositie voor orgel vierhandig en spel met
de zogenaamde derde hand’ ontbreken evenmin; een tweetal
Bachtranscripties completeren de beide programma’s. In het
geval van een regulier cd-project schuilt in deze aanpak het gevaar van
verbrokkeling, maar bij een dvd stoort dit veel minder. In positieve
zin ontstaat op deze wijze een grabbelton waarin iedereen wel iets van
zijn gading kan vinden. Al grasduinend door het dvd-menu kun je als het
ware je eigen miniconcert samenstellen. Voor de koper blijft de
aanschaf dan ook interessant, er kan meerdere malen gekeken worden
zonder dat de verveling al in een vroeg stadium toeslaat.
Door de programmering van bekende(re) orgelwerken en het hanteren van
een toegankelijk idioom lijkt men met deze serie op een zo breed
mogelijk publiek te mikken. Hierin is de Stichting Promotie
Orgelprojecten zondermeer geslaagd. Het vele bonusmateriaal draagt daar
zeker toe bij. Aan het programma vanuit Kampen is een ‘making
of’ met de nodige ‘bloopers’ toegevoegd
en improviseert Aart de Kort een toegift op de melodie van Psalm 33.
Het extra-tje vanuit Bolsward bestaat uit een reportage over het
Hinsz-/Van-Dam-orgel met titularis Kees Nottrot, een aantal
mini-interviews met de organisten van dienst en een beeldverslag van
een fotosessie. Gevoel voor humor kan de deelnemers niet ontzegd
worden. In Bolsward bijvoorbeeld veroorlooft Sietze de Vries zich aan
het einde van de opnames een muzikale grap, terwijl Aart de Kort in
Kampen het werk Andante with Variations van de componist A.S. Shortley
ten doop houdt. Over Shortley zijn noch in het compendium van Beckmann,
noch in dat van Henderson gegevens te vinden ... Hier en daar gaan al
stemmen op dat de genen van De Kort en dat van mister Shortley himself
met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid identiek zouden
zijn! De muziek klinkt er in elk geval niet minder om.
Het camerawerk is van de hand van Wim Stroman, die ook de montage van
de eerste dvd voor zijn rekening nam. De montage van de derde dvd
realiseerde René Kouwen. Stroman maakte overigens eerder al
onder de titel Wedergeboorte van een Orgel een film over de restauratie
van het Garrels-orgel van de Grote Kerk te Purmerend. De cameravoering
en bijbehorende montage in de Martinikerk spreken uw recensent het
meest aan. Deze is consistenter dan die in de Bovenkerk en ademt
daardoor een rustiger sfeer. Daarbij dient vermeld te worden dat in
Bolsward vanuit andere dan de gebruikelijke standpunten gefilmd is (van
boven en frontaal op het gezicht van de organist). Dit komt de totale
ambiance zeer ten goede. De beeldtechnici hebben er in elk geval
duidelijk naar gestreefd om de op zichzelf wat statische beelden van de
spelende organisten te verluchtigen met shots van het kerkinterieur en
-exterieur en het orgelfront.
Het spel is — zoals je van vakmensen mag verwachten
— verzorgd en geïnspireerd. Niet zelden spat de
‘Spielfreudigkeit’ van het scherm, zeker in de
improvisatorische momenten. De groep heeft er hoorbaar en zichtbaar
veel plezier in. Is het trouwens geen sympathiek idee om bij een
eventueel vervolg één of meerdere van de
getalenteerde vrouwelijke organisten die Nederland
óók rijk is, te laten delen in de
musiceervreugde? Vooral deze momenten bepalen de meerwaarde van de
combinatie beeld en geluid boven die van geluid alleen (cd). Het is
vermakelijk om te zien hoe de verschillen in muzikale en natuurlijke
persoonlijkheid niet alleen auditief maar ook visueel tot uitdrukking
komen. Elke organist is uniek in diens motoriek, mimiek en gestiek. Op
vaak verbluffende wijze improviseren de ‘jongens’
even vormvast als artistiek verantwoord. Aan flair ontbreekt het zeker
niet. Elke improvisator weet buiten dat een eigen gezicht te behouden.
Zonder anderen tekort te willen doen, moeten hier de namen van de
jongere generatie in de personen van Sietze de Vries en Gerben Mourik
genoemd worden. Je zou er jaloers op worden wat die mannen presteren.
De beide uitgaven gaan vergezeld van een audio-cd zodat er ook zonder
beeld genoten kan worden. In het begeleidende schrijven adviseert de
producent de luisteraar om als opwarmertje eerst de cd’s in
het laatje te stoppen. Dat is geen slecht advies. De dvd-boekjes
bevatten de gebruikelijke gegevens. In het boekje van deel 1 zijn
persoonlijke programmanotities van de organisten opgenomen.
Een vierde deel zien we graag en met gepaste nieuwsgierigheid tegemoet.
André Kruijf
Muziek &
Liturgie 2006-05 Improvisata III door Peter Ouwerkerk
Improvisata - Martinikerk Bolsward. Stichting Promotie
Orgelprojecten STPOP 2006/1
Het recept van de serie Improvisata mag na twee eerdere delen bekend
zijn. Ga met een aantal - liefst jonge
- organisten naar een kerk, zet microfoons en camera neer en spelen
maat Voor deel drie uit de reeks nam initiatiefnemer Willem van
Twillert de improvisatoren Gerben Mourik en Sietze de Vries mee naar de
Martinikerk in Bolsward. Net als de beide vorige delen bestaat de dvd
uit een mix van improvisaties en literatuurspel. Helaas is de
compositiekeuze een bonte mengeling van stijlen. lets meer afstemming
tussen de verschillende organisten was de eenheid ten goede gekomen.
De twee gastimprovisatoren doen waar ze goed in zijn. Sietze de Vries
improviseert drie variaties ‘in ouden stijl’ over
psalm 65. Voor zijn improvisatie over ‘Zonne der
gerechtigheid’ kiest De Vries een impressionistisch
klankpalet. Het zit allemaal goed en degelijk in elkaar, maar het mist
de spontaniteit die het spel van zijn collega Gerben Mourik kenmerkt.
Het muzikale hart van Gerben Mourik ligt hoorbaar bij de
laatromantische Franse stijl. Marcel Dupré en vooral de
legendarische Pierre Cochereau beschouwt hij als zijn grote
voorbeelden, zo vertelt hij in het interview dat als extraatje te
bekijken is. Mourik demonstreert dat op overtuigende wijze in een
wervelende Toccata over psalm 113. Hoewel Mourik zich ongetwijfeld op
deze improvisatie heeft voorbereid, klinkt het allemaal bijzonder
spontaan.
Een orgelbespeling op dvd - ik blijf er mijn bedenkingen bij houden.
Spannende televisie wil het maar niet echt worden. Van alle kanten
wordt in- en uitgezoomd op zowel het interieur als het exterieur van de
kerk, en geen detail van het - overigens schitterende - orgelfront
blijft ongezien. Het ‘Kerkepad-gehalte’ blijft erg
hoog, de organisten en registranten zijn de enigen die voor een beetje
actie zorgen. Aardig om te zien is wet het vierhandige orgelspel van
Euwe en Sybolt de Jong. In het ‘Merck toch hoe
sterck’ van Euwe de Jong doen ze zichtbaar moeite om elkaar
vooral niet in de weg te zitten.
De dvd is wel een uitstekend medium voor de toelichtende informatie die
volgt op het muziekgedeelte. Zo geven de interviews met de diverse
organisten een aardig beeld van hun muzikale drijfveren. Kees Nottrot,
de vaste bespeler van het Hinsz/Van Dam-orgel, leidt de kijker rond
door het inwendige van het instrument, waarbij veel details over
windvoorziening, mechaniek en pijpwerk de revue passeren. Zeer
illustratief voor mensen die iets meer willen weten over de werking van
een orgel.
Nederlands Dagblad 28
april DVD Bolsward door Roel Sikkema
“Na twee eerdere improvisatie-dvd’s uit de Kamper
Bovenkerk, presenteert de stichting POP (Promotie Orgelprojecten) nu
een dvd van het Hinsz-orgel in Bolsward. Als een rode draad lopen twee
thema’s door het programma. Allereerst natuurlijk de
improvisaties. In dit geval door Willem van Twillert, Sietze de Vries
en Gerben Mourik. Als tweede staan enkele –onbekende
– toccata’s op het programma, waarvan de meeste
door Van Twillert worden gespeeld. Het programma is aangevuld met twee
‘buitenbeentjes’, namelijk een fraaie bewerking van
Willem van Twillert van het bekende ‘Jesu bleibet meine
Freude’ (BWV 147) en een spetterende bewerking van het lied.
‘Merck toch hoe sterck’ van Euwe de Jong, die hij
met zijn broer Sybolt vierhandig uitvoert. Een van de hoogtepunten van
deze opname. Visueel interessant is ook de improvisatie van Gerben
Mourik over de melodie van Psalm 113, waarbij hij schijnbaar moeiteloos
zijn handen over het ondermanuaal laat gaan, dat gekoppeld aan de twee
manualen daarboven toch vrij zwaar zal moeten spelen. Qua stijl past de
improvisatie van Sietze de Vries over Psalm 65 beter bij het barokke
karakter van het Hinsz-orgel. Al is ook waar wat De Vries in een
interview op de dvd zegt, dat de latere toevoegingen van Van Dam het
orgel niet wezenlijk hebben veranderd, maar dat daardoor een veelzijdig
instrument is ontstaan, waarop muziek uit latere periodes goed is uit
te voeren. Het interview is te vinden op een
‘toegift’ op de cd. Daarin is ook een wandeling te
zien die Willem van Twillert samen met de vaste organist van het orgel,
Kees Nottrot, maakt door het instrument. Dat geeft een goed beeld van
het inwendige van het orgel. Het camerawerk is goed, alleen het
interview met Mourik had even overgedaan moeten worden. Wie alle
beelden bij de muziek teveel is, kan de werken ook horen via de
bijgeleverde cd.
Kerk & Muziek maart/april 2006 door Kees Alblas
De stichting Promotie Orgelprojecten (STPOP) bracht recent onder
leiding van de Amersfoortse organist Willem van Twillert deel drie uit
in de serie “Improvisata”. De uitgave bestaat uit
een dvd en een cd. Aan de opnamen, die in de Martinikerk in Bolsward
plaatsvonden, werkten behalve Van Twillert ook de organisten Gerben
Mourik, Sietze de Vries en het duo Euwe & Sybolt de Jong en de
cameraman Wim Stroman mee.
Wat de productie van een muziek-dvd moeilijk maakt, is dat niet het
beeld, maar (onzichtbare) muziek centraal staat. Toch wil de maker iets
interessants toevoegen door beelden te gebruiken. Bij een orkest-dvd
bijvoorbeeld is sprake van een dirigent en een scala aan interacterende
musici. Een probleem bij de orgel-dvd is dat het orgel statisch is. Hoe
mooi de Bolswardse orgelkas ook is. Eindeloos inzoomen op allerhande
details is voor de kijker op den duur vermoeiend.
Filmtechnisch is het geheel soms wat amateuristisch. Bij een interview
is bijvoorbeeld een arm zichtbaar van een buiten het beeld staand
persoon en soms vervaagt het beeld al als iemand nog bezig is zijn zin
af te maken. De rondleiding in het orgel is informatief en interessant!
Wat betreft het klinkende deel is zonder meer sprake van een bezielend
improviseren, boeiend literatuurspel een voortreffelijk gespeeld stuk
voor vier handen, geschreven door Euwe de Jong.
2005
Reformatorisch Dagblad 21 november 2005 Bulgaarse dans in
Hanzestad door Jan-Kees Karels
De Belgische accordeonist Paul Takahashi heeft zaterdag het Hinsz
Compositieconcours gewonnen. Zowel de publieksprijs als de tweede prijs
ging naar de Nederlandse componist en organist Willem van Twillert.
Er was in elk geval één meneer die het pertinent
oneens was met de toekenning van de eerste prijs aan Takahashi, dat was
mijn buurman. Als de “Invisble Motions”van
Takahashi nog maar enkele minuten op gang zijn, buigt hij zich naar me
toe en fluistert: “De benzine is nu al op”. Even
later heet het: “Nu gaat hij echt op z’n velgen.
Hier gebeurt helemaal niets. Muziek voor het centraal
station”.
Dat laatste is niet helemaal bezijden de waarheid, want het thema van
het Hinsz Compositieconcours was “European
Folksong”. Jiddisch, Turks, Duits, oud-Nederlands, Hongaars
– een keur aan volksliederen was verwerkt in de veertien
composities die de jury afgelopen maanden kreeg te beoordelen. Die jury
bestond uit Joris Verdin (België), hans Fidom en Wim de Ruiter
(ter vervanging van Jan Welmers). Zij kozen de beste zes stukken, die
zaterdagmiddag ten gehore werden gebracht.
De Brusselse accordeonist kreeg 2500 Euro voor zijn knappe compositie
gebaseerd op Roemeense en Bulgaarse volksdansen, gecomponeerd in een
5/8 en 7/8 maat.
Ook de jury vond dat het slot “iets te lang” was,
maar dat deed aan de grote waardering niet af. “Juist door
het gebruik is dit stuk anders dan de andere geworden. Het Roemeense
karakter van de thematiek komt prachtig naar voren en dat vond het
Bovenkerkorgel ook. We zijn erg blij met dit stuk.
In de oranje doos op de tafel verdwenen 119 publieksstemmen, waarvan 46
naar Willem van Twillert. Daarmee werd hij winnaar van de
publieksprijs, een glazen schaal met een afbeelding van het
Hinsz-orgel. Van Twillert gooide hoge ogen met een aan zijn vrouw
opgedragen “Toccata à la Chaconne”. Het
thema is gebaseerd op het Hongaarse volksliedje “Mijn moeder
huilt en mijn geiefde rouwt”. “Goed gespeeld, goed
gecomponeerd en prachtig geschikt voor het Bovenkerkorgel”,
aldus de jury. “Wel is het door de continuïteit in
ritmiek wat alledaags”. Tweede prijs 1500 Euro.
De derde prijs van 800 Euro ging naar Jaap Jan Steensma. Zijn thema
voor “Idee voor orgel” was ontleend aan het oude
Nederlandse lied “Ic wil mij gaen vertroosten”.
Steensma werkt met drie delen: een litanieachtige opening, een
klankzuil van open kwinten en octaven waarin het begin van de melodie
klinkt en een dansante passage over het tweede gedeelte van het lied.
“Hecht van structuur”, noemt de jury zijn werk.
“Met een eenvoudig thema”. Door die eenvoud is de
vorm en ontwikkeling eendimensionaal.
Andere deelnemers die doordrongen tot de finale waren de Utrechtse
musicus Rob van der Hilst, de Rijssense organist en music-editor Arend
Jan kettelarij en de Amsterdamse musicus Allan Segall.
Het Hinsz Compositieconcours 2005 werd georganiseerd door de Stichting
Hinsz Compositieconcours Bovenkerk Kampen (HCBK), vorig opgericht. De
bedoeling is het concours tweejaarlijks te organiseren, “om
de bekendheid van het monumentale orgel nationaal en internationaal te
vergroten”.
Recensie Gooi- en Eemlander
26-11-2005 door Els Boer Hinsz-compositieconcours Bovenkerk
Kampen op 19 november 2006
Dit keer geen tekst maar een
scan van
het krantenartikel.
Muziek &
Liturgie augustus/september 2005 Dvd Improvisata
Het lijkt een trend te worden in orgelland: orgelconcerten op dvd. Ook
de Stichting Promotie Orgelprojecten liet zich met onbetuigd en bracht,
na de in 2002 verschenen cd Improvisata, een dvd uit met dezelfde
titel. Ook nu betreft het weer een samenwerkingsproject tussen een
aantal organisten. Deze keer zijn dat Kees van Eersel, Aart de Kort,
Dick Sanderman, Willem van Twillert en Ab Weegenaar. En opnieuw vormt
de Bovenkerk van Kampen het decor, nu zowel in geluid als in beeld.
Om met het visuele aspect te beginnen, de Bovenkerk is natuurlijk een
schitterende kerk en het is niet zo moeilijk daarvan fraaie beelden te
schieten. Ook het rijk gedecoreerde front van het Hinsz-orgel met
z’n vergulde snijwerk en bazuinblazende engeltjes levert
mooie plaatjes op. Het gaat hier echter niet om een uitzending uit de
reeks Kerkepad, maar om een beeldverslag van een geluidsopname. En
eigenlijk is er dan niet meer te laten zien dan een organist achter de
weliswaar imposante vierklaviers speeltafel. Cameraman en editor Wim
Stroman is zich hiervan terdege bewust. Tijdens de beeld-montage wijst
hij producer Willem van Twillert op het feit ‘dat er teveel
vingers in beeld komen, alleen maar de organist die speelt’.
Stroman geeft meteen de oplossing:
een paar mooie achtergrondplaatjes van het orgel erachter en het beeld
wordt meteen een stuk minder statisch. Hiermee impliciet aangevend dat
een orgelbespeling zich eigenlijk niet goed leent voor een
beeldverslag. Want vanuit alle hoeken van de kerk in- en uitzoomen op
het orgelfront gaat op den duur ook vervelen.
Dan waar het uiteindelijk allemaal om gaat: de muziek zelf. Het
begeleidende boekje vermeldt dat de organisten als thema meekregen:
speel eigen werk over koraalmelodieën en kies daarnaast enkele
zelfstandige, beknopte, niet koraalgebonden werken uit de
orgelliteratuur. Over improvisaties wordt met geen woord gerept, en dat
is vreemd als je de dvd de titel Improvisata meegeeft. De vrijheid die
de organisten kregen heeft geleid tot een weliswaar afwisselend maar
ook enigszins onsamenhangend programma. Om een greep te doen: Bach,
Lidon, Mendelssohn, Guilmant. Alleen Kees van Eersel, Aart de Kort en
Dick Sanderman doen waarnaar de titel van de dvd refereert:
improviseren. En dat levert eigenlijk de mooiste combinatie op van
geluid en beeld. Het wordt bijna ‘spannende
televisie’ als Kees van Eersel zich achter de klavieren van
het Reil-koororgel zet met voor zijn neus slechts de melodie van gezang
49 uit het Liedboek: ‘De vogels van de bomen’. Een
tekst die zich natuurlijk uitstekend leent voor een improvisatie. We
zien Van Eersel aan het werk als een kerkmusicus tijdens een
kerkdienst, spontaan en inventief zoekend naar de juiste klankkleuren
en harmonieën. Het levert een sprankelende improvisatie op in
een gematigd modern idioom.
Interessant is ook het onderdeel ‘The making
of...’, een documentaireachtig kijkje in de keuken van
organisten en opnameleiders. Zo zien we bijvoorbeeld Ab Weegenaar druk
in de weer met een stemijzer om alle tongwerken op de juiste stemming
te krijgen. En de registrant van Dick Sanderman die per ongeluk de
Carillon van het bovenwerk opentrekt waar dat niet de bedoeling is. Het
geeft buitenstaanders een goed beeld wat er zich voor en tijdens een
orgelconcert allemaal afspeelt rond de speeltafel.
Samengevat had het programma dus wat homogener van opbouw mogen zijn.
Bovendien had het accent veel sterker mogen liggen op het improviseren,
want dat blijkt het aardigste onderdeel te zijn van deze dvd. En wat de
bewegende beelden betreft: wie ervan houdt bekijkt de dvd, wie liever
alleen naar de muziek luistert stopt gewoon de bijgeleverde cd in de
cd-speler.
Improvisata. Orgelmuziek in beeld en geluid
uit de Bovenkerk te Kampen (I). Stichting
Promotie Orgelprojecten DVD STPOP
2005/I
Trouw
augustus 2005 door Cristo Lelie
Orgel-dvd’s blijven een schaars product. Daarom nam
organist Willem van Twillert het initiatief er twee nit te brengen. Met
zijn collega’s Kees van Eersel, Ab Weegenaar (de titularis
van de Bovenkerk), Dick Sanderman, Wifiem van Twillert en Aart de Kort
toog hij naar de Bovenkerk te Kampen. leder mocht naar eigen keus
literatuur en koraalimprovisaties op het fameuze Hinsz-orgel en op het
nieuwe Reil-koororgel spelen. Hun verrichtingen werden gefilmd door Wim
Stroman. Het resultaat is twee afzonderlijk te kopen dvd’s
(inclusief audio-cd’s) met een bont programma dat weinig
eenheid vertoont. De verrichtingen van de vijf organisten zijn muzikaal
zeer de moeite waard. De improvisaties
zijn buitengewoon knap, al verdenk ik sommigen ervan een en ander thuis
uitgewerkt te hebben, zeker als de cameraman de notenstandaard
consequent uit beeld laat. Een minpunt is dat iedereen voor een
toegankelijke, overwegend 1I 8de- en I9de-eeuwse stijl koos. Het
avontuur ontbreekt daardoor en het geheel klinkt zeer
‘protestants’, maar daar is het ook de kerk naar.
Het in actie kunnen zien van de spelers, hun concentratie en techniek
heeft een toegevoegde waarde. Dvd2 heeft als extra een rondleiding door
het inwendige van het orgel onder leiding van Ab Weegenaar. Dat is
smullen voor orgelliefliebbers, a! is de presentatie we! erg rommelig.
De Waarheidsvriend mei
2005 door Maarten Seybel
MUZIEK
Zo langzamerhand schijnen de orgel cd’s al weer te worden
verdrongen door de dvd’s. Zo lijkt het althans. Want opnieuw
mag ik een zeer aantrekkelijke dvd bij U aankondigen. De titel van deze
dvd luidt:
Orgelmuziek in beeld en geluid uit de Bovenkerk in Kampen. De
organisten Kees van Eersel, Ab Weegenaar, Dick Sanderman, Willem van
Twillert en Aart de Kort hebben gezamenlijk deze dvd volgespeeld met
o.a. composities van Joh.Seb.Bach, Felix Mendelssohn-Bartholdy, Jose
Lidon, Sigfrid Karg Elert en vele andere componisten en met een
koraalimprovisatie door elke organist. Het moet gezegd worden dat het
een waardige, boeiende en inspirerende uitgave is geworden waarop de
beide fameuze orgels in de Bovenkerk van Kampen op meer dan uitstekende
wijze worden gepresenteerd. Wanneer je deze dvd bekijkt maak je een
rondwandeling door deze indrukwekkende kerk daarbij genietend van
interessante opnamen (ook in details) van de orgels en de spelende
organisten. Het begeleidende tekstboekje is bovendien zeer informatief.
Zeer hartelijk aanbevolen. Hopelijk verschijnen er in de toekomst
meerdere van deze uitgaven. Onze monumentale orgels verdienen het om
steeds weer in de publieke belangstelling te worden geplaatst en dat
gebeurt met dit soort uitgaven.
Nederlands Dagblad 20
mei 2005 door Peter Sneep
Improvlsata
Orgelmuziek in beeld en geluid uit de Bovenkerk in Kampen; Kees van
Eersel, Aart de Kort, Dick Sanderman, Willem van Twillert, Ab Weegenaar
gefllmd door Wim Stroman. DVD I; STPOP 2005/1; dvd Il is in
voorbereiding.
Vier organisten kregen van Willem van Twillert het verzoek eigen werk
en literatuur te spelen en te improviseren op de twee orgels van de
Bovenkerk in Kampen. De verrichtingen van de organisten werden
vastgelegd op dvd. Het is boeiend om organisten te zien spelen, maar de
beelden leiden ook af van geconcentreerd luisteren. Wie echt wil
luisteren, kan beter de bijgevoegde cd opzetten. Ga je toch kijken, dan
valt er veel te zien. Van Twillert somt in het overvolle boekje heel
wat aandachtspunten op, zoals de glimlach van Kees van Eersel aan het
einde van zijn improvisatie over ‘De vogels in de
bomen’ op het koor-orgel. Ook leuk is het, te letten op wat
organisten doen met hun handen voor en na het spelen. Ab Weegenaar en
Dick Sanderman zetten hun handen neer en concentreren zich enige tijd
voordat ze gaan spelen, Weegenaar laat heel voorzichtig, bijna teder,
het slotakkoord los. Van Twillert sluit af met een zeer zwierig gebaar,
waarbij de handen hoog de lucht ingaan. Dick Sanderman komt een hand
tekort en laat daarom zijn zoon Leonard de melodie van Psalm 93 spelen.
Gaandeweg went het een organist te zien spelen. Als je dan toch naar
een spelende organist moet kijken, gaan de door het spel gemixte
beelden van kerkinterieur en -exterieur en stadsgezichtenvan Kampen
storen. Toch heb ik het idee dat je het mooiste tijdens het spelen en
vooral tijdens het improviseren nooit kunt zien. Dat is wat in het
hoofd van de speler gebeurt. Hoe maakt hij zijn afwegingen en op grond
waarvan? Welke impuls volgt hij, welke plannen verwerpt hij? Een
spelende organist is geconcentreerd aan het werk. Daarom is het leuk
dat er een hoofdstuk ‘The making of’ is toegevoegd.
Daar zie je een kwartier lang vrolijke mensen aan het werk of je hoort
gemopper om de zoveelste fout. Organisten zijn net mensen. Dvd I ligt
in de cd-winkel, deel II is in de afrondende fase. Inmiddels zijn in de
Martinikerk in Boisward de opnamen voor nog een dvd afgerond. daarop
spelen onder meer Gerben Mourlk en Sietze de Vries.
Reformatorisch
Dagblad 2 mei 2005 Muziek Dvd's door Gert de Looze
Muziek-dvd’s
De muziek-dvd rukt op. Ook binnen kerkelijke kring is dit medium
ontdekt. Willem van Twillert nodigde vier collega’s: Kees van
Eersel, Aart de Kort, Dick Sanderman en Ab Weegenaar uit om, evenals
hijzelf, te poseren achter het Hinsz-orgel van de Kamper Bovenkerk. Van
Eersel en De Kort bespelen ook het door Reil gebouwde koororgel. Het
programma bevat literatuur (Bach, Mendelssohn, Guilmant, Karg-Elert,
Lidon en Shortley) en/of eigen bewerkingen en improvisaties over
psalmen en gezangen. Weegenaar en Van Twillert improviseren niet.
Filmer Wim Stroman beweegt zich voornamelijk rond de speeltafel en het
orgelfront. Af en toe komt het kerkinterieur in beeld. De verrichtingen
van de organisten krijgen de meeste aandacht. Regelmatig vloeien
beelden in elkaar over.
De dvd met vaderlandse en bevrijdingsliederen -opgenomen in de
Arnhernse Eusebiuskerk- valt in twee delen uiteen: zang door het Vrker
Mannen Ensemble onder leiding van Pieter Jan Leusink, begeleid door
pianist Louis van Dijk en/of koperensembie Ventoux. De vijf leden van
Ventoux werken ook mee aan deel 2, waarin organist Martin Mans in het
middelpunt staat.
De opname van de organisten in beide uitgaven komt veelal op hetzelfde
neer: de spelers zelf en hun handen en voeten zijn veelvuldig in beeld.
Al vind ik Stroman wat creatiever dan de mensen die Mans en de blazers
hebben vastgelegd. Eerstgenoemde zoomt meer in op het front, op
registerknoppen, en maakt dankbaar gebruik van het feit dat er vijf
organisten van de partij zijn. Elk introduceert hij op een andere
manier.
De twaalf leden van het Urker Mannen Ensemble zorgen met hun
roodgekleurde kiel, staande tegen een blauwe achtergrond, voor een
Hollandse sfeer. Een rij tulpen completeert het geheel. Net als bij de
orgelopnamen liggen de perspectieven ook hier tamelijk vast: zangers,
blazers, pianist of dirigent verschijnen in beeld. De rest van de
kerkruimte komt hier niet aan bod. Wanneer de tekst daartoe aanleiding
geeft, worden Hollandse landschappen getoond.
Het is zeker leuk om enkele keren naar deze dvd’s te kijken.
Om bijvoorbeeld de vinger- en voettechniek van de organisten in
ogenschouw te nemen. Evenals de mimiek van de zangers van het Urker
Mannen Ensemble en de concentratie van de andere musici en de dirigent.
Onder meer als Leusink heen en weer wiegt op de ritmiek van
soldatenliederen. Toch zal mijn keus bij dergelijke orgel- en
kooruitgaven uiteindelijk niet op de dvd maar op de gratis bijgeleverde
cd(’s) vallen.. De beelden -van prima kwaliteit- zijn mij op
den duur te eentonig.
Op de orkest-dvd (de enige zonder gratis cd) presenteert Mariss Jansons
zich met ‘zijn Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in
“Ein Heldenleben, Tondichtung für grosses
Orchester” (1898) van Richard Strauss. Een compositie vol
orkestrale verscheidenheid. Smaakvol en adequaat legde de filmploeg de
verrichtingen van de musici vast: instrumentalisten en
instrumentengroepen die op een bepaald moment de boventoon voeren,
komen nadrukkelijk in beeld. Deze filmregistratie is de meest
fascinerende en gevarieerde van het hier besproken drietal, mede
dankzij de grote verscheidenheid aan instrumenten en musici.
Of dvd’s nog extra terrein gaan winnen, zal de tijd leren.
Misschien dat extraatjes meer kopers lokken. Zo bevat Van Twillerts dvd
een vijftien minuten durende “making-off’-film over
de totstandkoming van de uitgave: aardig, maar te fragmentarisch om
diep af te steken. “The Sixth Maestro”, waarin
vooral Jansons als zesde chef van het KCO in de schijnwerpers staat,
heeft een duidelijker meerwaarde. De grote dirigent laat zich hierin
kennen als een harde werker zonder kapsones. De documentaire duurt
vijftig minuten, iets langer dan Strauss’ compositie.
Hoewel de KCO—dvd de minste kans heeft om onder het stof te
raken, blijft de vraag of muziek-dvd’s voldoende toegevoegde
waarde boven de cd hebben om interessant te blijven. Bij
operaregistraties ligt dat duidelijker: decors, kostuums en acterende
zangers vormen een wezenlijk onderdeel van een opera.
In elk geval bieden dvd’s een buitenkansje om voor een
redelijk bedrag op de eerste rang te zitten Om de zweetdruppels op de
viool van Alexander Kerr te zien vallen, wanneer deze concertmeester
een uitgebreide solo speelt.
N.a.v.
»lmprovisata”, orgelmuziek in beeld en geluid uit
de Bovenkerk te Kampen, Kees van Eersel, Ab Weegenaar, Dick Sanderman,
Willem van
Twillert, Aart de Kort; STPOP DVD 1,. .2005/1; € 24,90.
“Vaderlandse & Bevrijdingsliederen”, Urker
Mannen Ensemble. Martin Mans, Ventoux koperensemble, Louis van Dijk,
piano, Pieter Jan Leusink, dirigent-, AC 3O1O7;€ 22,50.
“Royal Concertgebouw Orchestra, Strauss Ein Heldenleben,
Mariss Jansons, chief conductor”, plus documentary The Sixth
Maestro RCO O41O4; ca € 36,-.
Kerk
& Muziek 2/2005 Evert van Dijkhuizen Op de zilveren schijf
Dvd uit Kamper Bovenkerk
Vijf organisten uit het klassieke 'kamp' hebben samen een dvd gemaakt
in de Kamper Bovenkerk. Het initiatief kwam van Willem van Twillert.
Hij nodigde vier collega's uit om met hem de klus te klaren: Ab
Weegenaar, Kees van Eersel, Aart de Kort en Dick Sanderman. De titel
van de dvd, Improvisata, is enigszins misleidend. Er wordt op de dvd
niet alleen geYmproviseerd. Er klinken ook literatuurwerken, zowel van
gevestigde namen uit de geschiedenis als van de organisten zelf.
Van Twillert leidt de dvd in met een kort intro waarin hij het Kamper
Hinsz-orgel aanprijst als het mooiste vierklaviers orgel van N ederland
en veel orgels daarbuiten. Vervolgens speelt hij een feestelijke
Sinfonia uit een Bach-cantate. De kijkerlluisteraar wordt de kerk
binnengeloodst en uiteraard stevent de camera op het orgel af.
Vervolgens belanden we bij de speeltafel en zien Van Twillert aan het
werk. Altijd weer indrukwekkend, zo' n vierklaviers speeltafel met de
rijen registerknoppen aan weerszijden. Van Twillert vervolgt met een
fraaie, eigen compositie over het gezang "Door de nacht van strijd en
zorgen" .
Ab Weegenaar, voor hem is de dvd in Kampen een thuiswedstrijd, opent
met Choral mit Variationen over "Wie groB ist des Allmacht' gen Gute"
van Mendelssohn. Sfeervolle muziek die het in Kampen uitstekend doet.
Van Weegenaar zelf klinkt een wonderschone bewerking over Psalm 22
waarin de karakteristieke Vox Humana klagend haar melodie zingt. Echte
kerkmuziek! Weegenaar sluit af met Melodie pour l'orgue van Guilmant.
Na Mendelssohn had ik liever een ander stuk als nummer drie gehoord.
Dick Sanderman laat de Hinsz juichen in "Nun danket alle Gott" van
Karg-Elert. Krachtig neergezet. Hij vervolgt met twee eigen werken:
Psalm 93 en het Liedboek-lied "Aan de deur van's harten woning". Kees
van Eersel is aanwezig met vier improvisaties, waarvan twee op het
Reilkoororgel. Heerlijk om Van Eersel onbevangen, zelf registrerend aan
het werk te zien en te horen. Juweeltjes komen er onder zijn handen en
voeten vandaan. Vooral de laatste improvisatie, over het Liedboek-lied
"De vogels van de bomen. . .", is er een met een knipoog. Van Eersel
kan zelf een glimlach niet onderdrukken na het loslaten van het
slotakkoord.. .
Aart de Kort opent op het koororgel met de sprankelende Sonata de
primero tono van Lido, waarin het krachtige tongwerk van het halve,
derde klavier spettert door de kerk. Zijn improvisatie over "Zolang er
mens en zijn op aarde" (LvdK 488b) is sfeervol, evenals de Andante with
Variations van A. S. Shortley. De dvd-extra bevat een impressie van de
totstandkoming en en een improvisatie van De Kort over Psalm 33.
De techische kwaliteit van de beelden is goed. Zowel de orgels als de
kerkruimte zijn haarscherp vastgelegd. Een moeilijk punt bij dergelijke
dvd's blijft de afwisseling in de beelden. Allerlei details van het
orgelfront zijn de moeite waard, maar gaan op de duur ook een beetje
vervelen. Dat had voor een deel voorkomen kunnen worden door op deze
dvd ook beelden van het binnenwerk van de orgels te laten zien. Daarmee
wordt meer afwisseling bereikt en krijgt de dvd een hogere educatieve
waarde. Veel orgelliefhebbers komen vrijwel nooit bij de speeltafel van
een groot historisch orgel, maar al helemaal niet In het orgel. Een dvd
is een prachtig medium om iets te laten zien van wat er binnen nu
allemaal gebeurt. Het enige wat deze dvd laat zien en horen, is het
stemmen van de tongwerken door Ab Weegenaar. Dat is echter op zichzelf
een vrij statische handeling, waar (te) veel tijd voor wordt
uitgetrokken in deze film.
De film confronteert de kijker met een ander, aardig fenomeen. De
aanwezigheid van de camera blijkt deze muzikaal onbesproken organisten
te inspireren tot soms wat theatraal aandoende gebaren. Let op hoe
sommigen bijvoorbeeld hun handen van de klavieren aftrekken... Zulke
dingen waren toch alle en maar bekend van organisten uit de Zwart/
Asma-school? Grappig, zo'n dvd.
De dvd duurt 105 minuten. Er wordt een cd bijgeleverd. Het booklet (32
pagina's) bevat commentaar van elke organist over zijn werk en de
gebruikte registraties. De dvd bevat ook een impressie (20 minuten)
over de totstandkoming ("making-of"), waarin men elke organist aan het
werk ziet en hoort reageren op de muziekregie. Voor het gesproken
commentaar over de historie van het orgel en de kerk is een keuzemenu
aanwezig. Er is ook een Engelse tekst ingesproken door organist en
native-speaker Dale Carr. Er is hoorbaar en zichtbaar veel aandacht
besteed aan deze dvd. Deel 2 van de dvd is op komst. Dvd 1 kost 24,90
euro, dvd 2 kost 22,90 euro.
Voor meer informatie: Stichting Promotie Orgelprojecten, Amersfoort.
Tel. (033) 455 32 56. E-mail: twillert_organist@hetnet.nl.
De waarheidsvriend
27 januari 2005 Muziek door Maarten Seijbel
Onze onvolprezen psalmen hebben al eeuwen ook de organisten
beziggehouden en geïnspireerd — tot op de huidige
dag mag wel gezegd worden. Daaraan hebben we in deze rubriek dan ook
regelmatig aandacht mogen besteden. En ook deze week willen wij een
tweetal psalmenuitgaven centraal stellen. Organist Willem van Twillert
heeft zich al jaren expliciet beziggehouden met de psalmen en al
diverse koraalvoorspelbundels het licht laten zien. In deze serie is
thans deel Va (Psalm 121-135) verschenen. Om maar meteen met de deur in
huis te vallen: elke organist zou zich deze bundels moeten aanschaffen
om zondags niet alleen uit een keur van voorspelen te kunnen putten,
maar ook vanwege het feit dat de bundels voorspelen zichzelf aanprijzen
door de toegankelijkheid voor elke geoefende organist. Willem van
Twillert schrijft zijn voorspelen in een duidelijk herkenbare trant,
zeer muzikaal en uiterst goed in het gehoor liggend. Daarbij komt nog
dat de bundels zeer verzorgd en met de juiste drukgrootte zijn
uitgegeven. Overbodig te zeggen dat ik ook deze nieuwe bundel van heler
harte bij u wil aanbevelen. Prijs: € 10.90 en te bestellen
door overmaking op postbankrek.nr. 1044661 t.n.v. Stichting Promotie
Orgelprojecten, Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland-Amersfoort. Wanneer
u op die rekening ook nog € 17.90 overboekt, krijgt u een cd
thuis gezonden waarop Willem van Twillert diverse psalmvoorspelen uit
bovenvermelde bundel voorspeelt (en ook andere psalmbewerkingen uit
eerder verschenen bundels) op het uit 1999 daterende Metzler-orgel in
de St.-Cyriakuskerk te Krefeld-Hüls. Dit nieuwe, rijk
gedisponeerde orgel gebouwd in de historische kas uit 1783, klinkt
overweldigend en wordt door Willem van Twillert uitputtend voorgesteld.
Dat kan zeer goed gevolgd worden omdat in het uitvoerige tekstboekje de
gebruikte registraties ook expliciet vermeld worden. In het tekstboekje
wordt bovendien nader uitleg gegeven over de opgenomen psalmvoorspelen
en wordt ook enige aandacht besteed aan het ontstaan van het Geneefs
Psalter. Een uitgebreide beschrijving met foto’s van het
orgel completeert deze vorstelijke uitgave. Waar ter wereld verschijnen
zulke interessante uitgaven? Als organisten en orgelliefhebbers worden
wij zo verwend dat we organisten/componisten als Willem van Twillert
dankbaar moeten zijn voor hun werk. Laten we er dan ook wat mee doen.
Organisten hebben de opdracht het muzikale gedeelte van de eredienst zo
goed mogelijk te verzorgen. Welnu, het materiaal daartoe wordt u
hierbij aangereikt.
Maarten Seijbel, Elburg
2004
Kerk & Muziek mei/juni door Evert van Dijkhuizen Titel: Concertante Liedbewerkingen deel 7 en deel 9
"Organist/componist willem van Twillert
uit Hoogland
stuurde deel 7 en 9 uit zijn serie Liedbewerkingen. Deel 7 bevat een
Toccata (Intrada Nuptial) over het Valeriuslied "Wilt heden nu treden".
Een heftig stuk in triolen, waarbij op een gegeven moment de melodie
verschijnt in het pedaal. De motorische beweging wordt steeds
onderbroken door een rustige harmonisatie van de koraalregels.
Vervolgens pakt Van Twillert de inleiding in triolen weer op. Het stuk
eindigt met een groots slot in fff-klank. Geen muziek voor de
eredienst, wel voor een oranjeconcert of als orgelsolo op een
zangavond."
"Deel 9 bevat een bewerking over Psalm 80 onder de welluidende titel
"Grande Prelude Pastorale e Patetico". De inleiding doet enigszins
mystiek aan. Dat wordt versterkt door het gregoriaanse karakter van de
melodie van Psalm 80. Een sfeervolle bewerking die wordt gevolgd door
een al even fraai geharmoniseerd deel van het koraal (de regels 3 en
4). Daarna volgt het Patetico over de koraalregels 5 en 6. Een
originele aanpak. De compositie besluit met drie verschillende
zettingen van het koraal, waaronder één met
tegenstem. De
bundel is voorzien van een mooi kaft en bestaat uit dik papier. Er is
zichtbaar zorg aan deze uitgave besteed."
2003
EREDIENST
Augustus 2003 - Recensie: Jan Smelik - Titel:
Muziek Willem van Twillert
Stichting Promotie Orgel Projekten te Amersfoort stuurde deel Va uit de
serie
Voorspelen voor de psalmmelodieën van Willem van Twillert.
Daarmee is de
vijfdelige serie met voorspelen over alle psalmmelodieën
gereed waaraan Van
Twillert vanaf november 1995 tot en met september 2002 gewerkt heeft.
De delen I, IV en V bevatten bij haast alle psalmmelodieën
integrale
voorspelen. Vooral in de delen II en III zijn de speeltechnische eisen
gering.
In de andere delen zijn de voorspelen uitgebreider qua vorm.
In oktober 2002 is een cd verschenen opgenomen op het Metzler-Orgel
(1999) 49
registers drie manualen, te Krefeld-Hüls (Duitsland), waarop
bijna het gehele
cd-programma bestaat uit psalmvoorspelen uit deze serie. De cd
(€ 17,90) en
deel Va uit de psalmvoorspelenserie ( € 10,90) zijn te
bestellen bij Stichting
P.O.P., Pastorielaan 131, 3828 EZ Hoogland, Zie ook de website: www.willemvantwillert.nl
Bij deze recensie zijn de eerste 16 maten van Psalm 128 afgedrukt.
de
Orgelvriend Maart 2003 Willem van Twillert speelt eigen
werk IV Recensent: Dick Sanderman
"De keuze van het instrument waarop Willem van Twillert een nieuwe
bloemlezing uit eigen werk vastlegde mag op z'n minst opmerkelijk
worden genoemd,. Ditmaal geen Hinsz in Kampen of Van Oeckelen in
Oud-Beijerland, zelfs geen nieuw Nederlands orgel in een 18e of 19e
eeuwse stijl: nee, Van Twillert reisde naar Duitsland om opnamen te
maken op een orgel van Zwitserse makelij waarin Franse invloeden de
boventoon lijken te voeren. Het 49 stemmen tellende drieklaviers
Metzler-orgel in Krefeld-Hüls, gebouwd in 1999, kan worden
beschouwd als een poging om een synthese tot stand te brengen tussen
elementen uit de Noord-Duitse stijl, de Franse traditie en de
romantiek. Duits klinken vooral de grondstemmen, waarvan vooral de
fluitregisters van het rugwerk heel fraai zijn. De tongwerken en
vulstemmen verloochenen hun Franse uitgangspunten niet; de
zéér effectieve zwelkast voegt nadrukkelijk een
romantische element toe aan het rijke kleurenpalet dat dit orgel biedt.
Het programma voor deze vierde cd met eigen werk omvat niet alleen
muziek in barokstijl, maar ook stukken met een meer romantisch tot
gematigd modern klankidioom Tegen die achtergrond is de keuze voor een
groot en veelzijdig orgel alleszins begrijpelijk. En, eerlijk is
eerlijk, de kennismaking met deze Metzler biedt de Nederlandse
orgelliefhebber beslist stof tot nadenken!
Bij het schrijven van koraalmuziek die bedoeld is als handreiking aan
de orgelspelende amateur moet de componist een evenwicht zien te vinden
tussen oorspronkelijkheid en speelbaarheid. Ten aanzien van de
moeilijkheidsgraad neemt Willem van Twillert geen risico's.
Dientengevolge klinkt zijn muziek misschien niet altijd even
verrassend, maar is ze wel zeer bruikbaar in de praktijk. Het grote
Metzler-orgel in Krefeld-Hüls biedt genoeg
variatiemogelijkheden
om ook deze relatief eenvoudige muziek kleurrijk te vertolken. De
smeltend-zoete fluitencombinatie acht-vier-drie met tremulant in psalm
146 verdient een bijzondere vermelding! Bij de Vox Celeste zou ik de
voorkeur hebben gegeven aan een minder snelle zweving. Een veelzijdig
en sfeervol register is de Salicional van het zwelwerk. Temidden van de
veelal sober getoonzette psalmbewerkingen van Van Twillert is het
Intrada Nuptial over "Wilt heden nu treden" een opvallende
verschijning: een uitbundige toccata volgens de Fransromantische
traditie - en géén psalmmelodie als uitgangspunt.
Het
programma is - zoals bij van Twillert gebruikelijk - voorzien van een
zeer uitvoerige toelichting. Voor de vele gebruikers van deze
koraalmuziek bieden de cd's waarop Willem van Twillert zijn eigen werk
vertolkt een waardevol naslagwerk om ideeën op te doen over
tempo,
voordracht en registratie."
Nederlands Dagblad 7
maart 2003 Liedbewerkingen - variaties en bewerkingen over
melodieën van Bernard Huijbers (Deel
VI) Recensent: Roel Sikkema
Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat de liedcomponisten Frits
Mehrtens en Bernard Huijbers werden geboren. Ter gelegenheid daarvan
verscheen een cd met bewerkingen van liederen van hen. Op het
prachtige, romantische orgel van de Mozes en Aäronkerk werden
toen
ook enkele partita's van Willem van Twillert opgenomen. Twee daarvan,
die over de Liedboekgezangen 162 en 247 zijn nu in druk verschenen. In
dit deel VI van de door Van Twillert uitgegeven serie Liedbewerkingen
bevat verder ook een prelude en zetting van Gezang 487.
Van Twillerts schrijfstijl sluit mooi op het karakter van het orgel
aan. Toch zijn deze werken in een wat laat-romantische stijl, ook goed
speelbaar op wat kleinere orgels.
Nederlands
Dagblad, 7 maart 2003
Voorspelen over alle psalmmelodieën, deel Va Recensent: Roel
Sikkema
Met deel Va (over de psalmen 121 tot 135) heeft Willem van Twillert
zijn serie Voorspelen over alle psalmmelodieën voltooid. Het
is
een bont geheel geworden van korte en langere, eenvoudiger en soms wat
moeilijker voorspelen. In een aantal gevallen is de complete melodie
bewerkt, vaak is een stukje gebruikt. Daarnaast worden hier en daar
koraalzettingen geboden. In de loop van de jaren - de organist werkte
van augustus 1995 tot september 2002 aan het project - is Van Twillerts
schrijfstijl heel wat losser geworden. Terwijl in het eerste deel
(III) de meeste voorspelen uit halve en kwartnoten bestaan, biedt deel
Va een heel wat levendiger notenbeeld.
Mijn oordeel over deze serie is wat gemengd. Van Twillert geeft aan dat
hij, "doorgaans eenvoudig" speelbaar werk heeft geleverd dat op een
orgel met één manuaal kan worden gespeeld. Dat is
in veel
gevallen ook juist. Daardoor wordt een aantal voorspelen (vooral in de
wat oudere delen) ook wat voorspelbaar. Maar daarnaast bieden vooral de
wat nieuwere delen uit de serie ook veel boeiende muziek, bijvoorbeeld
de wat grotere voorspelen bij de psalmen 122, 131 en 135. Niet voor
niets heeft van Twillert die onlangs op een cd opgenomen.
Tegelijk zijn zulke voorspelen moeilijk op een klein orgel te spelen.
Niet alleen omdat obligaat pedaal nodig is, maar soms ook vanwege
veelvuldige registratiewisselingen. Psalm 122 kan zonder registrant
alleen maar goed op een driemanuaals orgel worden gespeeld.
Niettemin, elke zondag zijn veel organisten op zoek naar nieuwe muziek
die ze in de eredienst kunnen gebruiken. Daarvoor bieden deze delen
bruikbaar materiaal, zowel in complete voorspelen als in kortere werken
die mede als inspiratiebron voor improvisaties kunnen dienen.
de
Orgelvriend, maart 2003 Recensie over: cd,'Nun danket alle
Gott' door Dick
Sanderman
In m'n lespraktijk maak ik veelvuldig en dankbaar gebruik van deel VIII
uit de serie Orgel, uitgegeven door de Stichting Promotie Orgel
Projecten.
(info@emcmusic.nl)
Het
merendeel van de composities in dat achtste deel is van de hand van
Joachim Frisius, een inmiddels gepensioneerd wetenschapper uit Berlijn
die als amateur-organist improviseert en componeert op een niveau waar
mening vakman niet aan kan tippen. Lessen bij Johannes Ernst
Köhler en cursussen bij Klaas Bolt en William Porter
inspireerden
Frisius tot het noteren van koraalbewerkingen die door Willem van
Twillert terecht werden opgenomen in zijn uitgavenserie. Als een
leerling (vaak betreft het een middelbare scholier met een aversie
jegens leraren,...) dan zo'n fraaie koraalbewerking van Frisius heeft
gespeeld, kan ik het niet nalaten om plagend op te merken: "nou, niet
gek voor een natuurkundeleraar, hè?" In zijn
koraalbewerkingen
hanteert Frisius een klankidioom dat onmiskenbaar herinnert aan de
achttiende eeuw, de tijd van Bach en diens leerlingen. Die stijl
beheerst hij goed. Gelukkig durft Frisius het aan om in die laatbarokke
klankentaal ook minder voor de hand liggende wendingen te gebruiken:
dat houdt de muziek levendig. Wanneer immers zo'n stijl uit het
verleden wordt versimpeld tot de meest basale muzikale figuren,
ontstaat al gauw muziek die clichématig, voorspelbaar en
bloedeloos gaat klinken. Het was een goede gedachte van Willem van
Twillert, een bloemlezing uit het oeuvre van Frisius vast te leggen op
het instrument waarop deze muziek is ontstaan en ook de componist
actief in die opname te betrekken. Het uit 1965 daterende Schuke-orgel
in de Johanneskirche te Berlin-Lichterfelde klinkt verrassend mild in
vergelijking met menig ander orgel uit de jaren zestig. Zeker, in het
rugwerk spucken de grondstemmen flink, maar van agressie is geen
sprake. Integendeel, er zijn ook warme klanken te horen. bijvoorbeeld
in de fluisterzachte Gemshorn 8' van het hoofdwerk. De tongwerken zijn
breed inzetbaar, eerder vriendelijk knorrend dan luid en schetterend.
De koepelkerk heeft geen overdadige nagalm, maar wel een goede
ruimtewerking, waardoor het rugwerk beduidend presenter klinkt dan het
hoofdwerk.
Joachim Frisius is een inventief componist, zijn koraalbewerkingen zijn
levendig en soms gewoon verrassend , op z'n tijd knipoogt hij naar
Bach, bijvoorbeeld in de koraalbewerking Nun danket alle Gott waarin de
aria
"Mein glaubiges Herze" uit Cantate 68 wordt geciteerd. Als speler heeft
Frisius slechts een bescheiden aandeel in de cd, de meeste stukken
worden gespeeld door Willem van Twillert, die dat vaardig doet. Een
sympathieke cd!
(de Orgelvriend, Losse exemplaren door € 5,90 over te maken op
postbank 6929100 ovv gewenste nummer Voor abonnementen:
www.boekencentrum.nl
of abonnementen@boekencentrum.nl
Muziek
& Liturgie, februari 2003 Recensent: Wim kloppenburg
"Over de hoeveelheid nieuwe verschijnende psalmbewerkingen voor orgel
hoeven we niet te klagen; er verschijnt méér dan
de
gemiddelde amateur-organist kan bijhouden. Wat betreft de nummers 1 en
2 van bovenstaand lijstje [nr 1: Willem van Twillert: Voorspelen over
alle psalmmelodieën, deel Va; nr 2: Gerrit 't Hart:
Psalmbewerkingen voor orgel, deel 9] beperken we ons tot signaleren. De
series van Willem van Twillert en Gerrit 't Hart lopen immers al
langer; delen ervan zijn in O&E resp. M&L al
één
of meer keren besproken. Beiden maken gebruik van historische
compositie-technieken; 't Hart sluit vooral aan bij de
zeventiende-eeuwse wijze van componeren, Van Twillert hanteert
verschillende vormen en stijlen. Ik heb me in M&L al eens
eerder
afgevraagd of er zo langzamerhand niet teveel bewerkingen 'in oude
stijl' verschijnen, hoewel ik moet toegeven dat sommige collega's er
heel knap in zijn. Ook de auteurs van eerstgenoemde twee bundels tonen
zich bijzonder vindingrijk, al hebben ze een enkele keer een storende
stijlbreuk niet kunnen vermijden. In speeltechnisch opzicht zijn deze
bewerkingen voor de meeste amateurs goed bereikbaar en er is rekening
gehouden met de praktische bruikbaarheid in de eredienst; Van Twillert
geeft zelfs mogelijkheden om voorspelen tussentijds in te korten en af
te sluiten."
Kerk
& Muziek (VOGG) Januari/februari 2003
door Evert van Dijkhuizen, hoofdredacteur.
Luiheid kan Willem van Twillert in het geheel niet verweten worden. Hij
heeft een eigen muziekschool, componeert talloze koraalbewerkingen,
produceert cd’s en schrijft artikelen, onder andere voor de
Orgelvriend. In de serie “Willem van Twillert speelt eigen
werk” verscheen al weer het vierde deel. De cd is opgenomen
op
het Metzler-orgel in het Duitse Krefeld-Hüls. Alleen die keuze
is
vanwege de originaliteit al een compliment waard.
Wie Van Twillerts bundel kent, weet dat hij van diverse stijlen houdt;
van bachiaans via romantisch tot modern. Het Metzler-instrument, een
redelijk geslaagd compromis-orgel, inspireert hem hoorbaar om al die
verschillende stijlen te hanteren.
De bewerkingen zijn steeds smaakvol en gedacht vanuit de tekst. Zo
klinkt bij psalm 122 een feestelijke intrada, bij psalm 7 een
sfeervolle ostinato, bij psalm 98 een bruisende toccata en bij
“Wilt heden nu treden” een zwierige,
Frans-romantische
intrada nuptial. Overigens is deze bewerking een vreemde eend in de
bijt: het enige gezang temidden van allemaal psalmen.
Van Twillert schuwt de onbekendere psalmen niet; op deze cd prijken ook
bewerkingen over de psalmen 7 en 18. De organist voorziet zijn eigen
werken van uitgebreide toelichtingen in het booklet. Hij verantwoordt
ook uitvoerig zijn keuze voor het Metzler-orgel en de gehanteerde
stijlen. Heel interessant allemaal, maar Van Twillert moet oppassen dat
hij daarin niet te ver doorschiet. Het lange betoog dat hij nodig heeft
om zichzelf uiteindelijk tot de categorie ambachtslieden te kunnen
rekenen, doet enigszins naïef aan.
Dat Van Twillert commercieel inzicht heeft, bewijst de voorkant van het
booklet. “Met Toccata psalm 98 & Intrada
Nuptial” staat
er schuin gedrukt op. Zo’n toevoeging is goed voor de
verkoop,
moet Van Twillert gedacht hebben. Verder niets dan lof voor deze
verzorgde productie.
2002
LUISTER december 2002 Rubriek Diversen Pagina 39 Recensent: René Verwer
Het
Orgel [de ORGELkrant]
december 2002 Titel: 'Willem van twillert speelt eigen werk IV'
recensent: Dr.
Hans Fidom
Op het nieuwe Metzler-orgel (1999, 49 registers) in de
St.-Cyrakiuskirche in
Krefeld-Hüls speelt Willem van Twillert hij [sic] eigen werk,
'liturgische
gebruiksmuziek' zoals het [sic] zelf beschrijft in het cd-boekje. In
dat boekje
tevens een uitvoerige tekst waarin de organist uitlegt waarom hij
componeert
zoals hij componeert. Hij verzet zich bijvoorbeeld tegen 'een deel van
de
culturele elite' 'die de neus ophaalt voor 'tonale eenvoudige
muziek, laat
staan eenvoudige koraalmuziek voor orgel'. De cd telt maar liefst 32
nummers,
die op één na (Intrada Nuptial over Wilt heden nu
treden) psalmbewerkingen
betreffen. Label: STPOP 2002/2."
Nederlands
Dagblad 22 november 2002 recensie door Peter Sneep
"Willem van Twillert is gereed met zijn uitgave van Psalmvoorspelen.
Het laatste deel was al verschenen, maar nu zijn de bewerkingen van de
psalmen 121 tot en met 135 ook op de markt. Een aantal van die nieuwe
composities speelt hij op de in Krefeld opgenomen cd. Het Metzler-orgel
daar is, zoals Van Twillert terecht schrijft in het boekje, een goed
geslaagd compromisorgel. Duiters kunnen dat. Jammer genoeg is de
organist/componist niet zo op goed dreef [sic] als op eerdere cd's met
eigen psalmcomposities. Het is net alsof hij de juiste toon van sommige
psalmen niet kan treffen. Psalm 128 is te somber voor een feestlied op
het huwelijk, Psalm 130 niet genoeg vanuit de diepte. Heel fraai zijn
daarentegen zijn gedachten over Psalm 133, maar die staan weer niet in
de muziekuitgave. Misschien hinkt Van Twillert wel net zo op twee
gedachten als het compromisorgel dat hij bespeelt. Het boekje is erg
druk opgemaakt in een niet prettig leesbaar lettertype. Dat neemt niet
weg dat hij goede gebruiksmuziek levert."
Improvisata de
Orgelvriend november 2002
Recensist: Dirk Molenaar
"De titel van deze cd, Improvisata, werd geleend van de Vlaamse
componist Edgar Tinel (1854 - 1912). Hij gaf deze naam aan een
orgelwerk dat op deze cd staat. Dit is dus een schijfje met
improvisaties alsmede gecomponeerde werken. De initiatiefnemer tot
Improvisata is Willem van Twillert.
De muzikale verrichtingen van de organisten Aart de Kort, Van Twillert
en Sietze de Vries op het Adema-Philbert-orgel (1871,1887) in de Mozes
en Aäronkerk van Amsterdam hebben een gemeenschappelijk doel:
eerbetoon aan de kerkmusici Bernard Huijbers (1922 - 2003) [jaar van
overlijden door webmaster toegevoegd] en Frits Mehrtens (1922 - 1975).
We citeren uit Van Twillerts inleiding van het cd-boekje: "De
melodieën van Bernard Huijjbers en Frits Mehrtens met hun
rijkdom
aan creatieve invallen zijn bewust als thema voor dit CD-programma
gekozen."(...) "Beide componisten hebben melodieën gemaakt die
zowel in protestantse als rooms-katholieke kerken , in binnen- en
buitenland beroemd en geliefd zijn geworden." Bij deze cd is het
moeilijk verschil te horen tussen een (overdachte) improvisatie en een
(niet al te ingewikkeld) gewrochte compositie met hetzelfde
uitgangspunt. Dit alles in een laatromantisch idioom. De drie
organisten spelen op het (Frans)romantische Adema-orgel met een fraaie,
'katholieke sound', een geluid dat je eerder associeert met de muzikale
wereld van Huijbers dan met de protestantse omgeving van Mehrtens
indertijd. Doordat de organisten wisselen op hetzelfde orgel en zij
alle drie in een nederige, laatromantische bui (gebracht) zijn,
én omdat twee melodieën tweemaal aan bod komen,
wordt dat -
opgeteld - een cd waarop geen uitersten in (religieuze)
gemoedstoestanden worden uitgebeeld. Het gebodene is er echter niet
minder om. Het is knap werk wat er wordt gepresteerd. Zeker als men de
diverse (actie)foto's - in het cd-boekje beziet. Want organisten kunnen
op die Adema-orgelbank misschien inspirerende aanmoedigingen
toegefluisterd krijgen, tevens worden ze daarbij enorm op de vingers
gekeken: welgeteld zes grote en kleine engelen vlakbij kijken alle in
de richting van de klaviatuur. Ze bewegen alleen als je niet kijkt...
Het was een goede gedachte om de improvisaties en koraalbewerkingen af
te wisselen met werk van romantische componisten, voortreffelijk
gebracht door Willem van Twillert. In het cd-boekje doen de spelers
verslag van hoe en waarom zij tot hun muzikale bijdragen zijn gekomen.,
Uiteraard is er informatie over het orgel en - niet in de laatste
plaats - een korte levensschets van de melodiemakers, Huijbers en
Mehrtens. Waarom eigenlijk de kleine inzetfoto's van beiden
wél
op de laatste plaats moesten (binnenomslag achter, na colofon) doet -
althans visueel - aan het eerbetoon een weinig afbreuk. Samengevat: een
originele rustige / rustgevende cd met veel vertrouwde klanken, waarin
het geïmproviseerde, het niét-voor-ziene klinkt of
het
gedrukt staat. Om dat goed te kunnen, is een gave waar je zelf toch nog
veel werk aan hebt, met of zonder engelfiguren om je heen."
Reformatorisch Dagblad d.d. 21-10-2002
over de CD Improvisata recensent: Aad Alblas
".....Aart de Kort improviseert, al of niet in opgetekende
vorm, over melodieën van de
jezuïet Huijbers, waar de wierook soms uit opstijgt. Niettemin
laat hij juweeltjes horen, afgewisseld door
"maniertjes" om uit een doodlopend improvisatiepaadje weg te komen.
Willem van Twillert kiest twee keer Huijbers en een keer Mehrtens. Het
zijn door hem opgetekende variaties en een partita, waarin het
eclectische element (uit verschillende stijlen het beste nemend)
herhaaldelijk naar voren komt, zoals hij zelf in het booklet vermeldt.
In die pennenvruchten zitten eveneens schitterende momenten, maar het
geheel is naar mijn smaak niet altijd consistent.
Bij Sietze de Vries lijkt het een beetje of hij met Mehrtens' "Alles
wat over ons geschreven
is" (LvK 173) niet zo goed raad weet, al straalt er wel devotie van af.
Anders is het met
Huijbers' "De Geest des
Heren" (LvK 247/369). Hierin laat hij horen een improvisator van grote
klasse te zijn. Imposant zoals hij deze improvisaties afsluit.
Van Twillert vult een kwart van de cd aan met niet-koraalgebonden
orgelwerken van de
laat-romantische componisten Mailly, De Boeck, Tinel, Combes en Lemare.
Wat deze composities tussen dit
eerbetoon doen, is mij een raadsel. Of het zou moeten zijn dat de
componisten allemaal leefden in of na de periode dat Adema het orgel
bouwde
(1871-1887).
Zelf zegt Van Twillert in het booklet, dat overigens perfect verzorgd
is, de improvisaties met deze orgelliteratuur te
"larderen". Nu klinkt "larderen" op zich al niet zo
verheffend. Naar mijn smaak mag dan ook veel van dit soort literatuur
snel vergeten worden.
"Improvisata" van Edgar Tinel, een titel die
deze cd meekreeg, is echt een niemendalletje. Wellicht was het een
betere keus geweest nog een improvisator uit te nodigen of de
liturgische producten vocaal te
omlijsten.
KDOV-orgaan
2002 Recensie IMPROVISATA recensent:
Frits
Haaze
"Improvisata". Onder deze naam kwam een cd uit met
improvisaties en
werken van Aart de Kort, Willem van Twillert en Sietze de Vries,
uitgevoerd op het Adema Philbert-orgel van de Mozes en
Aäronkerk
te Amsterdam.
Bij de improvisaties staan diverse liederen van Frits Mehrtens en
Bernard Huijbers centraal, een hommage aan deze twee grote vernieuwers
in de 20e eeuw van de Rooms Katholieke en Protestantse kerkmuziek, Het
is een zeer interessante cd geworden. Van Aart de Kort en Sietze de
Vries weten we dat ze op een zeer hoog niveau kunnen improviseren. Ook
dit keer maken ze dit weer volledig waar. De heren lijken, om met
Willem van Twillert in zijn voorwoord te spreken, in hun jeugd in een
pot met orgelimprovisaties te zijn gevallen. De thema's waarover
geïmproviseerd wordt zijn: Omdat Hij niet ver wou zijn
(GVL 513), God die in het begin (GVL 443 en LvK 162), Hij ging van stad
tot stad
(GVL 439) van Huijbers en De aarde is vervuld (GVL 417 en LvK 223) en
Alles wat over ons geschreven is
(GVL 407 en LvK 173) van Mehrtens. De improvisaties van Aart en Sietze
zijn zeer stijlvol en verrassen doorlopend. Ook het aandeel van Willem
van Twillert is zeer de moeite waard. Al heb ik wel wat moeite met het
idioom dat hij gebruikt voor "De aarde is vervuld", het klinkt mij
nogal Zwart-achtig in de oren en ondanks zijn rechtvaardiging in het
booklet, was deze stijl toch iets waar Mehrtens niet bepaald gek op
was. Maar dat is maar een kanttekening mijnerzijds. Van Twillert speelt
ook nog werken van
Tinel, Combes en Lemare op deze cd, zeer de moeite waard! De eigen
werken van Aart de Kort zijn speels, en van een zeer goed gehalte. De
plaat geeft een prachtig scala van de rijke mogelijkheden van het
Mozes-orgel. De drie spelers vergasten ons op zeer fraaie registraties
en doen Adema alles verdiende eer. Als U nog vakantiegeld overhoudt of
in de vakantie jarig bent is dit misschien een mooi
presentje!
Reformatorisch
Dagblad 9-09-2002 CD met koraalbewerkingen
van Joachim Frisius recensent: J.C. Karels
Hoe maak je een goed koraalvoorspel voor de eredienst? De
componist
D.G. Türk gaf in 1787 enkele aanwijzingen in zijn boek "Over
de
belangrijkste taken van een organist".Eerst kies je een hoofdthema,
passend ij de inhoud van het lied, dat als introductie dient. Heb je
dit een tijdje volgehouden, dan speel je de eerste koraalregel langzaam
en sterker op een ander klavier terwijl je het hoofdthema in de
begeleidende stemmen voortzet. Dan volgt een klein tussenspel.
Vervolgens behandel je de andere koraalregels volgens hetzelfde patroon.
Verrassend zijn de koraalbewerkingen van de Duitse natuurkundige,
organist en improvisator Joachim
Frisius. (1933), die deze formule heeft gevolgd. Frisius leerde in Nederland
Willem van Twillert kennen tijdens een cursus
gemeentezangbegeleiding in 1988, verzorgd door Klaas Bolt. Er
ontwikkelde zich een samenwerking. De
oudere partner werd door zijn jongere collega in de Nederlandse
orgelgeheimen ingevoerd. De cd is een bewijs van de gelukkige
ontmoeting.
De koraalbewerkingen van Frisius gaan over melodieën uit het
Evangelisches Gesangbuch en het Liedboek voor de Kerken. Twee Psalmen
(8 en 84) zijn opgenomen. Ander liederen zijn bijvoorbeeld
"Jesus, geh voran", "Grosser Gott, wir loben
dich" en "In dir ist Freude". Van Twillert speelt de eerste twaalf
nummers, Frisius de laatste zes. De bewerkingen van Frisius zijn zonder
uitzondering muzikaal en intelligent opgebouwd. Op het milde,
kamermuziekachtig geïntoneerde Karl Schuke-orgel in de
Johanneskerk in Berlijn-Lichterfelde klinken ze goed.
Regelmatig herken je de hand van leermeester Bolt, bijvoorbeeld in het
gebruik van alteraties, of in de wijze waarop tegenstemmen worden
uitgewerkt. De bewerking volgen een vast stramien telkens wordt de
koraalzetting één of twee keer gespeeld, gevolgd
door een
bewerking in de vorm van een omspeling, trio of concertino.
Registraties zijn in het booklet opgenomen, evenals informatie voor
orgel en organisten.
Deze cd bewijst weer eens hoe bruikbaar de klassieke improvisatievormen
zijn. Neem de prachtige
"Lobe den Herren"aan het slot. Een plezier om naar te luisteren!"
Nederlands
Dagblad 20 juli 2002 Titel: Nun danket alle Gott
recensent: Roel Sikkema
"Joachim Frisius is een laatbloeier. Na jarenlang als natuurkundige te
hebben gewerkt, pakte hij op latere leeftijd zijn hobby weer op:
orgelspelen. Vanaf zijn vijftigste bekwaamde hij zich in het
improviseren in klassieke stijl. Hij nam les, volgde cursussen en kwam
zo ook bij de bekende Nederlandse organist Klaas Bolt terecht. Tijdens
een van die cursussen ontmoette hij Willem van Twillert, die
enthousiast werd over
Frisius' werk. Hij moedigde de Duitser aan zijn improvisaties op te
schrijven. Dat gebeurde en Van Twillert heeft daar intussen een groot
aantal van uitgegeven en speelt ze geregeld op zijn concerten.
Het werk van Frisius is de moeite waard, zo blijkt uit een cd die Van
Twillert en Frisius maakten. Ze gingen daarvoor niet op zoek naar een
toporgel in een dito kerk, maar namen de koraalbewerkingen op in de
Johanneskerk in Berlijn-Lichterfelde. Daar begeleidt Frisius de
zondagse eredienst. Er staat een Schuke-orgel uit 1965 dat er van
buiten nogal rechttoe-rechtaan uitziet. Zo klinkt het ook, al schrijft
Van Twillert in de bijgevoegde toelichting terecht dat het orgel niet
zo gespannen en scherp is geïntoneerd als in die jaren
gebruikelijk was. Het instrument heeft een kamermuzikaal karakter dat
op de cd nog is versterkt door de directe manier van opnemen.
Interessant is dat Van Twillert op diverse plaatsen een octaaf lager
speelt dan is aangegeven en dan registreert op basis van 4-voets
stemmen. Zo zijn diverse niet direct voor de hand liggende
klankcombinaties te maken.
Frisius maakte bewerkingen van tal van koralen uit het Duitse
Evangelisches
Gesangbuch, waarvan de meeste ook in ons land bekend zijn. Het boekje
vermeldt waar in het EG en het Liedboek voor de Kerken de liederen te
vinden zijn. Ook wordt aangegeven welke van deze bewerkingen waar
uitgegeven zijn.
Aanbevolen voor liefhebbers van koraalbewerkingen in de stijlen van het
eind van de achttiende en begin negentiende eeuw."
Nederlands Dagblad 20
juli 2002 Titel:
Improvisata recensent: Roel Sikkema
1922 is het geboortejaar van twee bekende liedcomponisten: Frits
Mehrtens en
Bernard Huijbers. Enkele veel gezongen liederen uit het Liedboek voor
de Kerken
zijn van hun hand.
De in 1974 overleden hervormde Mehrtens en de nog levende
rooms-katholieke
Huijbers inspireerden de organisten Aart de Kort, Willem van Twillert
en Sietze
de Vries tot een boeiend concert op een boeiend orgel. Alle registers
worden
opengetrokken op het prachtige in Franse stijl gebouwde orgel van de
Mozes en
Aäronkerk in Amsterdam. Over het orgel zou een boek te
schrijven zijn, dat
heeft organist Jan Raas in 1994 na de restauratie van het instrument
dan ook
gedaan.
In tegenstelling tot wat de titel van de cd suggereert, worden niet
alleen
improvisaties geboden. Natuurlijk is dat wel het geval met de variaties
van
Sietze de Vries op over [sic] 'Alles wat over ons geschreven is'(LB
173) en 'De
Geest des Heren' (LB 247). Ook improviseert Aart de Kort, maar
daarnaast laten
hij en Willem van Twillert geschreven werken gebaseerd op Mehrtens en
Huijbers
horen. Van Twillert speelt ter afwisseling negentiende eeuwse
literatuur.
In de toelichting vraagt Aart de Kort zich af of je muziek gebaseerd op
twee
prominente twintigste eeuwse liedcomponisten op zo'n opvallend
negentiende eeuws
orgel kunt spelen. Terecht beantwoordt hij die vraag positief. Het
orgel van de
Mozes en Aäronkerk is zo veelzijdig dat je er als organist
goed mee uit handen
en voeten kunt.
Bijzonder interessant is het boekje, waarin de drie een uitvoerige
toelichting
geven bij de gespeelde werken en ook herinneringen aan Mehrtens en
Huijbers
worden opgehaald. De dispositie van het orgel completeert het geheel.
In
de Radio en TV gids van de EO VISIE stond op 10-06-2002 een interview
met René van Loon
Titel: "Aangenaam"
De inleidende tekst (gedeelte):
"René van Loon is Hervormd missionair predikant in Capelle
aan den IJssel. (...)
René studeerde economie en theologie en was van 1989 tot
1999 stafmedewerker van de
christelijke studentenbeweging IFES-Nederland. In die tijd schreef hij
onder andere de oriëntatiecursus
"christelijk geloof", die in veel gemeenten en studenten verenigingen
wordt gebruikt."
Op één van de vragen geeft Van Loon het volgende
antwoord:
"Favoriete tv-programma; boek of tijdschrift?"
|
Antwoord |
|
|
Tv-programma: |
Tien lastige vragen |
|
boek: |
De lichtwachter van Peter Nouwen |
|
cd: |
orgelmuziek van Willem van Twillert |
|
tijdschrift: |
Trefpunt (IFES-Nederland) |
Eredienstvaardig
17 maart 2002 Rubriek: Gesignaleerd
Titel: Orgelvariaties over Liedboekliederen recensent: Christiaan Winter
"St. P.O.P. is niet de beschermheilige van de populaire
liturgische
muziek... Hoewel, de Stichting Promotie Orgel
Projecten probeert middels uitgaven van bundels liedbewerkingen voor
orgel wel bij te dragen aan de
populariteit van het kerklied en de orgelmuziek. In deze serie
liedbewerkingen verschenen onlangs de delen drie en vier met
orgelvariaties over liederen uit het
Liedboek voor de kerken in oude muzikale stijlen. Het is goed
speelbare, welluidende en in de liturgie uitstekend te gebruiken
muziek. Enerzijds blijft natuurlijk altijd de hoop dat organisten ook
spannender dingen met de gegeven melodieën kunnen doen,
anderzijds
leveren deze bundels voor 'niet-improviserende' organisten goed en
gedegen materiaal.
Bundel 3 bevattende een variatiereeks over Gezang 308/446 van de hand
van de Amersfoortse organist Willem van Twillert, kost f 18,95. Bundel
4, waarin bewerkingen van een aantal gezangen door Willem van Twillert
en Sietze de Vries te vinden zijn kost f 26,95.
Toezending geschiedt door storting van (...)"
Reformatorisch Dagblad 18 februari 2002
Rubriek: Afgeluisterd
Titel: Van Twillert recensent: J.C.Karels
"Organist en componist Willem van Twillert speelde een cd vol met
werken uit de Renaissance en de Barok. In het British Museum liggen de
oudste handschriften met klaviermuziek van Engelse oorsprong. Daaronder
bevinden zich enkele volks- en hofdansmelodieën.
Eén ervan
draagt als titel
"King Harry the VIIIth Pavyn". De typisch Engelse muziekstukje zijn
namelijk ontstaan in de tijd van koning Henry de Achtste, en zijn later
"pavanes" gaan heten. Van Twillert speelde vijf anonieme pavanes,
gecomponeerd tusssen 1530 en 1540. Van Johann Philipp Krieger
(1649-1725) speelt de organist een Aria met variaties in Bes grote
terts. Dan volgend een Balletto en een Corrente van de 17e-eeuwse
componist Bernardo
Storage, een Aria met variaties van Gottlieb Muffat (1690-1770). Van
Johann Sebastian Bach speelt Van Twillert drie koraalvoorspelen uit de
Schübler-collectie, de Dorische toccata, een preludium en fuga
in
c kleine terts
(BWV 871) en een triosonate (BWV 525). De cd besluit met drie
componisten die, evenals
Bach, werkten in de achttiende eeuw. De cantabile in E grote terts van
Johann Christoph Schmügel is een homofoon werk waarop het
motto
van de klassieke periode "De melodie is de ziel van de muziek" zonder
meer van toepassing is. Het praeludium in Bes grote terts van Johann
Georg Albrechtsberger is een eenvoudig stuk, dat de kenmerken van het
classicisme laat zien: barokke polyfonie, in combinatie met klassieke
homofonie. Staaltjes van polyfoniebeheersing zijn ook te horen in de
Fuga in g kleine terts van Wilhelm Friedemann
Bach. De composities op de cd zijn over het algemeen kort van duur. De
lengte varieert van 50 seconden tot ruim zes minuten.
De keuze voor het koororgel van de Bovenkerk van Kampen, recent gebouwd
door de gebroeders Reil te Heerde, kan ik goed meemaken. Het is een
fijnbesnaard, beter gezegd:
'fijnbepijpt' instrument, met alle mogelijkheden voor nuances en
articulatie. Van Twillert geeft blijk van een subtiele
techniekbeheersing, zijn spel is over het algemeen erg muzikaal. Soms
neigt hij naar mijn smaak iets naar de wat 'hikkerige' speeltrant,
accenten vallen dan te sterk en de ruimte tussen de noten komt te veel
open te liggen, zodat de muziek wat minder vloeiend verloopt. Ik heb
dat gevoel bijvoorbeeld b ij track 6, of bij track 9 (de "Dorische
toccata" Van
Bach), erg storend is het overigens niet. Het booklet is volledig en
informatief, inclusief de registratie van de gespeelde werken,
uitvoerige informatie over speler, componisten en werken."
2001
Zang en spel - december 2001 (Driemaandelijks blad voor Doopsgezinde kerkmusici) recensent: Folkert Binnema "Musicke for the organ."
De orgelvriend
2001/09 Willem van Twillert MUSICKE
FOR THE ORGAN door Gerco Schaap
Eén aspect van het orgelspel van mederedactielid Wilem van
Twillert vind ik
toch wel kenmerkend: het is opgewekt, nergens zwaar op de hand en het
laat welk
orgel dan ook van zijn vriendelijkste kant horen. Een programma als dit
fleurt
de luisteraar op. Dat begint al met die sprankelende vijf deeltjes uit
een
Engelse verzameling yolks- en hofdansmelodieën, ontstaan
tijdens de
regeerperiode van Hendrik de Achtste. Ze doen het erg goed op de
tongwerken van
het Reil-koororgel in de Kamper Bovenkerk. De tamelijk directe opname
— met
toch de nodige Bovenkerk-ambiance — laat elke stem van dit
orgel optimaal tot
zijn recht komen. Welke stemmen dat zijn, wordt door de concertgever
minutieus
in het cd-boekje uit de doeken gedaan. De lezer vindt daarin ook enkele
uitspraken van de gebroeders Reil over het door hen gebouwde koororgel,
alsmede
een verantwoording van de speler waarin hij door hem gemaakte keuzes
toelicht.
Variatiereeksen zijn Van Twillert op het lijf geschreven; we vinden er
twee op
deze cd, en ze bieden de concertgever ruim de gelegenheid om diverse
registercombinaties te etaleren. Bachs ‘Dorische’
wordt nogal
‘ingehouden’ gespeeld en geregistreerd met een
overduidelijk non-legato
toucher. Deze speelwijze past goed bij de kamermuzikale triosonate,
maar bij de
toch wat ‘robuustere’ Dorische Toccata doet ze wat
gekunsteld aan. Een
verrassing is de toegevoegde melodie boven de bas in de begin- en
slotmaten van
‘Meine Seele erhebt den Herren’, waarvoor Van
Twillert zich baseert op de geïmproviseerde
uitwerking van de basso continuo in de gelijknamige cantate. Verrassend
is ook
Bachs Praeludium en fuga in c (BWV 871) dat uit deel II van Das
Wohltemperierte
Klavier afkomstig is. In de fuga blijkt evenwel duidelijk dat dit
koororgel niet
wohltemperiert is; het staat in de Kellner-stemming. Een fraaie
combinatie vormt
het Praeludium in Bes van Albrechtsberger met de Fuga in g van Wilhelm
Friedemann Bach, die perfect op elkaar aansluiten.
Een cd die het Kamper koororgel van een wat speelsere kant laat horen
en als een
muzikaal visitekaartje van zowel orgel als organist is te beschouwen.
Gerco Schaap
Nederlands Dagblad 14 september 2001 Titel: Musicq voor het orgel recensent: Peter Sneep
De
Waarheidsvriend 13 september 2001 Titel:
Muziek recensent: Maarten Seijbel
Wie zegt dat de orgelcultuur in ons land niet meer leeft is blijkbaar
niet goed
op de hoogte Ons land dat een orgelcultuur heeft van ongeveer zeven
eeuwen,
maakt momenteel juist een grote bloei door. Daarvan getuigen de vele
orgelrestauraties die momenteel worden uitgevoerd of al zijn voltooid,
de vele
andere orgelactiviteiten die ontplooid worden in de ruimste zin des
woords.
Daarote mogen zeker ook gereknd wordten de vele orgel-cd's die aan de
lopende
band verschijnen. Daarvan wil ik u deze week weer een bijzondere
uitgave noemen.
De bekende organist Willem van Twillert heeft opnieuw een cd gemaakt,
nu van het
fraai klinkende orgel in de dorpskerk van Oud-Beijerland. Dit uit 1827
daterende
Van Oeckelen-orgel demonstreert Van Twillert in twaalf psalmbewerkingen
van
eigen hand en daarnaast met een zestal liedbewerkingen. Dat gebeurt
allemaal op
een uiterst fijnzinnige en zeer muzikale manier waarbij de vele
klankcombinaties
van het voormelde orgel op overtuigende wijze naar voren worden
gebracht. Van
Twillert past diverse stijlen toe in zijn koraalbewerkingen, maar deze
zijn
nergens 'gewild' of langdradig. Uitstekende muziek om ook in onze
erediensten te
gebruiken. Daarom raad ik allereerst onze organisten aan deze cd te
kopen zodat
ze ideeën kunnen opdoen hoe een psalmvoorspel gemaakt kan
worden.
Maar niet iedereen kan goed improviseren. Wel, voor diegenen
heeft Willem van
Twillert zeven bundels psalmvoorspelen geschreven, waarvan nu de
laatste bundel
is verschenen, bevattende de Psalmen 136-150. Keurig uitgegeven,
duidelijk
notenschrift en korte, goed in het gehoor liggende voorspelen kenmerken
deze
uitgaven. Laten onze organisten deze bundels aanschaffen of
kerkvoogdijen, geef
uw organisten deze bundels eens cadeau onder verplichting deze
psalmvoorspelen
te studeren en dan in de kerkdiensten ook gebruiken. Er kan een
verfrissende
invloed, ook op de gemeentezang, van uitgaan wanneer de organisten
diverse
voorspelen gebruiken. Er zijn er momenteel genoeg te koop en er
verschijnt nog
meer, ik heb pasgeleden daarvan al een vooraankondiging gedaan. Laat
onze
organisten er hun voordeel mee doen. Er wordt ons momenteel veel goede
muziek
aangeboden waardoor ook op muzikaal gebied de erediensten nog meer aan
aanzien
kunnen winnen. U kunt deze cd met de aangekondigde psalmvoorspelen
bestellen bij
het secretariaat: Stichting Promotie Orgelprojecten,(...)"
Kerk
& Muziek mei/juni 2001 "Nieuwe koraalmuziek voor orgel"
]Liedbewerkingen deel 1 -
IV] door Evert van Dijkhuizen
"Sietze de Vries is een jonge, begaafde organist uit het Drentse
Zuidhorn, die stevig aan de weg timmert. Veel indruk maakt hij met zijn
goed doordachte en tegelijk speelse improvisaties. Recent vulde hij
daar twee cd's mee te gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de
Zwitserse orgelbouwer Bernhardt Edskes. De Vries laat op de schijfjes
horen dat hij diverse stijlen waardeert en beheerst.
Twee van die improvisaties verschenen in deel 4 van de serie
"Liedbewerkingen" van de Stichting Promotie Orgelprojecten te
Bunschoten. Het betreft variaties voor de koralen "Gij volken looft uw
God en Heer" (Gezang 16 uit het Liedboek voor de Kerken) en "Wie maar
de goede God laat zorgen" (Gezang 429). De variaties zijn deels
manualiter. Vlotte muziek die heerlijk speelt en luistert. De bundel
wordt aangevuld met twee liedbewerkingen van Willem van Twillert: "Het
leven is een krijgsbanier"en "Jezus, leven van ons leven". Wat stijl
betreft passen De Vries en Van Twillert uitstekend bij elkaar. Prijs
van de bundel 26,95 gulden.
Deel 3 in dezelfde serie bevat een partita van Willem van Twillert over
het lied "In Chistus is noch oost noch west (Liedboek, Gezang 308). In
een persoonlijke toelichting schrijft de componist dat hij bewust
"frisse en soms zelfs niet geheel in de stijl passende elementen"
toevoegt. Dat is nergens storend, maar geeft zijn muziek een eigen
sound. De partita eindigt met een fraaie fuga, waarna nog een keer het
koraal met de melodie in octaven volgt. Een waardevolle uitgave, ook
uitstekend geschikt als studiemateriaal voor orgelleerlingen. Diverse
technieken, zoals triospel en het spelen van de melodie in het pedaal,
worden toegepast. Prijs van de bundel "(...)"
Reformatorisch Dagblad
10-09-01 door J. Veerman
Nav Willem van Twillert speelt eigen bewerkingen, Van Oeckelen-orgel,
Oud-Beijerland’ STH Sacred Music – cd
1400822
De Spakenburgse organist Van Twillert houdt zich in navolging van zijn
leraar Klaas Bolt bezig met het maken van koraalbewerkingen voor de
eredienst. Een aantal van deze bewerkingen is gepubliceerd en
op
twee cd’s gezet. Onlangs verscheen een derde schijf met
koraalbewerkingen. Van Twillert bespeelt het orgel van de hervormde
kerk in Oud-Beijerland, dat Cornelis van Oeckelen – de vader
van
de beroemde orgelmaker Petrus van Oeckelen – in 1826 bouwde.
De cd bevat bewerkingen van twee psalmen en zes liederen.
Variërend van een feestelijk preludium of fanfare (Psalm 138
en
81), via een speels duo, trio, of quatuor (Psalm 89, 108, 140 en 116)
tot bewerkingen waarbij de melodie wordt begeleid door gebroken
akkoorden of omspeeld op een fraaie uitkomende stem (gezang 469). Er
zijn zettingen in allerlei soorten en maten te horen. Natuurlijk
ontbreekt het canonische voorspel niet (Psalm 86). Naast bewerkingen in
achttiende-eeuwse stijl staan er op de cd ook bewerkingen in
romantische (gezang 390) en in gematigd moderne stijl (Psalm 85, 86,
142, 143, gezang 325). Alle facetten van het Van Oeckelen-orgel komen
in deze vormen en variaties aan bod.
De liedbewerking van Van Twillert zijn soms bijzonder fraai: het trio
over “Jezus leven van mijn leven” lijkt regelrecht
uit de
achttiende eeuw te zijn gestapt. Een schitterende fuga besluit de
variatiereeks over “In Christus is noch west noch
oost”. De
psalmbewerkingen van Van Twillert zijn soms minder geslaagd.
Ritmisch beginnende melodieën eindigen niet-ritmisch (Psalm
81).
Motieven breken plotseling af en worden door wildvreeemde vervangen
(Psalm 81, 116). Vrolijke bewegingen in 3/4 – of 4/4-maat
worden
wreed verstoord doordat de Geneefse melodie er in het oorspronkelijke
ritme (2/2- en 3/2-maat) dwars doorheen klinkt. Dit was volgens mij
niet nodig geweest. Met een paar uurtjes extra schuren zouden ook de
psalmbewerkingen geglommen hebben.
Ook aan het cd-boekje had meer aandacht mogen worden besteed. Het
geeft, naast goede informatie over kerk en orgel, de volgorde van de cd
niet altijd correct weer. Het inlegvelletje met (soms onjuiste)
registraties geeft vaak weer een andere volgorde. Desalniettemin is Van
Twillerts cd instructief: hij biedt een schat aan ideeën hoe
je
als organist zelf liedbewerkingen voor de zondagse eredienst kunt maken.
2000
Kerk
& Muziek januari/februari 2000 Titel: Voorspelen over alle
Psalmmelodieën van Willem van Twillert
Recensent: Daniël van Horsen
"Onlangs is er weer een deel uit de serie "Voorspelen over alle
psalmmelodieën" van Willem van Twillert verschenen. Deel II
met
psalm 31 -60, deel III met psalm 61 - 90 en deel IV met psalm 91 - 1-2
zijn reeds verschenen. En daar is dan nu ook het eerste deel. Dit is
overigens verdeeld over twee boekjes, zodat deel Ia met psalm 1 - 15 en
deel 1b met psalm 16 -3- ontstonden.
Organist en pianist Willem van Twillert had dit eerste deel al eerder
af, maar wachtte nog met het uitgeven ervan. En daarvoor had hij zijn
redenen. Hij wachtte eerst wat publiciteit en de uitslag van een
enquête af. Daaruit bleek dat men prefereerde dat het
voorspel de
gehele psalmmelodie zou bevatten. Deze wens heeft hij verwerkt in dit
eerste deel. Dat had tot gevolg dat het één en
ander
moest worden omgewerkt, maar uiteindelijk is dit dan het resultaat
geworden. Ging het in deel II en III meestal om beknopte voorspelen, in
het eerste deel, net als in deel IV overigens, bevatten zo'n beetje
alle voorspelen de gehele psalmmelodie.
Het omwerken van deze psalmen had ook nog een praktisch nut. De
voorspelen kunnen namelijk ook worden ingekort. In de partituur staat
precies aangegeven hoe dat gedaan moet worden. Erg handig wanneer het
bijvoorbeeld gaat om een korte intonatie. Of als het rode lichtje
midden in het spel aan gaat.
De muziek is in principe geschreven voor een orgel met twee klavieren
en pedaal. Dit vanwege het feit dat de psalmmelodie bij zo'n beetje
alle voorspelen als uitkomende stem is bedoeld. Dat neemt niet weg dat
de muziek ook makkelijk op een orgel met één
klavier en
pedaal kan worden gespeeld. Wanneer de handen dan erg met elkaar in de
knoop komen, kan de uitkomende stem ook makkelijk een octaaf hoger
worden gespeeld.
Wanneer we nu naar de muziek zelf kijken zijn er een paar dingen die
opvallen. Allereerst is er natuurlijk de maatsoort en het ritme. De
maatsoort is uitsluitend 2/2 maat. Dat maakt de muziek enerzijds goed
overzichtelijk, maar anderzijds zou iets gevarieerdere maatsoorten het
geheel wat minder eentonig maken. Het is nu wel allemaal een beetje
hetzelfde, wat dat aangaat. Wat het ritme aangaat is het al beter. Op
een enkele uitgeschreven versiering na gaat de notenwaarde niet hoger
dan een achtste. Dit maakt dat de voorspelen ingetogen en zonder al te
veel tierelantijntjes zijn. Ook de speelbaarheid is daarom niet erg
moeilijk. Bovendien zorgt de bladspiegel ervoor dat het goed leesbaar
is, zodat de muziek met enig gemak kan worden gespeeld.
Ten tweede is daar nog de tonaliteit. De voorspelen zijn van een niet
modern karakter. En ook harmonisch gezien gebeuren er geen
schrikbarende dingen. Het is allemaal een beetje terug te voeren naar
de tonaliteit van voor 1800. Ook dat maakt de muziek goed bespeelbaar.
Daar komt nog bij dat de gekozen toonsoort in de meeste gevallen goed
aansluit bij bijvoorbeeld Worp, zodat ook een vierstemmige zetting kan
worden gespeeld. Want dat is misschien wel het enige nadeel van deze
bundeltjes: er ontbreken koraalzettingen. Het had mijns inziens een
kleine moeite geweest ook deze ook toe te voegen. Maar goed, met enig
zoeken is er altijd wel een zetting te vinden die goed aansluit.
Kortom, we hebben hier te maken met een bundel voorspelen met een vrij
algemeen karakter, die zonder enige problemen voor, tijdens en na de
dienst gespeeld kunnen worden,. De prijzen voor deze twee bundeltje
bedragen(...)
[ zie hier voor de recente prijzen in de bestellijst leder op deze
site].
Ze kunnen in iedere muziekhandel worden besteld of rechtstreeks bij de
uitgever. Het wachten is alleen nog op het laatste deel met de laatste
30 psalmen. Dan is ook deze serie compleet."
Dagblad van
het Noorden
in 2000 over de CD: Willem van Twillert speelt eigen werk III
recensent: Oene
W. Nijdam
De eredienst bij u thuis. Die indruk krijgt de
luisteraar een
beetje bij het afspelen van de nieuwe cd van Willem van Twillert, een
schijf waarop de organist zijn licht laat schijnen op achttien
melodieën. Als koraalbewerker, maar ook als vaardig beoefenaar
van
de variatievorm. Een 'vertrouwd' licht, want Van Twillert zoekt als
componist zijn heil in de historie. Componeren in de stijl van oude
meesters, aangenaam om naar te luisteren en technisch heel knap
gemaakt. Origineel is een dergelijke schrijfwijze natuurlijk niet, maar
dat wordt door de componist ook niet gepretendeerd. Van Twillert wil
functionele, gebruiksvriendelijke kerkmuziek maken, partituren waarmee
de geschoolde amateur zondags uit de voeten kan. Dat moet lukken, te
horen aan de welsprekende wijze waarop de componist zijn voornamelijk
barokke stijloefeningen 'demonstreert'. Op een prachtig instrument, het
Cornelis van Oeckelenorgel (1827) uit de Dorpskerk van Oud-Beyerland.
En net als bij de twee eerder verschenen cd's uit deze serie zijn ook
deze koraalbewerkingen van Willem van Twillert verkrijgbaar op
partituur.
ORGANIST &
EREDIENST 02-02-2000 Maandblad Gereformeerde Organisten Vereniging
rubriek Nieuwe uitgaven recensent: Klaas Tjitte de Jong
Psalmvoorspelen band IA en IB, Willem van Twillert,
prijs resp. f 19,95 en 24,95, verhoogd met f 5,00 portokosten.
(...)
Beide bundels bieden bruikbare voorspelen, waarin vaak ook de gehele
melodie klinkt. De lengte in tijdsduur varieert van ongeveer een halve
tot ruim drie minuten. Er worden regelmatig mogelijkheden aangegeven om
een voorspel in te korten. Vanwege de geringe moeilijkheidsgraad zijn
de bundels zeer geschikt voor nog niet gevorderde
amateur-organisten.
Voor het relatief eenvoudige pedaalspel wordt hier en daar een nog
simpeler alternatief aangedragen. Soms leidt dit wel tot zeer magere
oplossingen, zoals het slot van psalm 7/1, of wordt met
ped. Ad lib. hier bedoeld, dat de bas ook met de handen gespeeld moet
worden?
In het voorwoord schrijft de componist, dat "de voorspelen een
stilistisch niet modern klankkarakter bezitten. De grenzen van de
klassieke stijl worden soms overschreden zonder dat tonale principes
geweld worden aangedaan." Hier en daar klinken verschillende stijlen
wel erg dicht op elkaar. Modaliteit en chromatiek verdragen elkaar niet
altijd. Dat dit niet betekent dat chromatiek per definitie niet goed
kan klinken, bewijst psalm 22/2, waar de harmonie vanaf het begin veel
rijker is.
Twee drukfouten: Psalm 1, tweede pagina, derde systeem, maat vier: de
cis in de sopraan zal we c moeten zijn?
Psalm 16:vierde systeem, eerste maat: de fis in de sopraan staat een
terts te hoog: moet d zijn.
Een zeer bruikbare bundel, maar wat wisselend van kwaliteit.
[de opmerking betreft drukfouten zijn correct. Opm. webmaster]
(Het blad is nu getiteld: MUZIEK & LITURGIE Maandblad van de
GOV Vereniging van Kerkmusici
www.muziekenliturgie.nl)
1999
het Orgel,
1999 nummer 2 recensent: Jan Luth
[Algemene inleiding]
"De stijlen van de muziek uit Renaissance, Barok, Klassieke periode en
Romantiek zijn goed herkenbaar. Hoe zullen echter muziekhistorici later
de stijl van de 20ste eeuw typeren? Aan het begin van deze eeuw zien we
al een verscheidenheid die karakteristiek gebleven is. Jan Zwart en
Arnold Schönberg waren tijdgenoten. Die verscheidenheid vinden
we
terug in de bundels met voorspelen voor in de eredienst die aan de
redactie ter bespreking werden aangeboden. De bibliografische gegevens
staan in het kader hiernaast." [Volgen namen van: Bernard Smilde, Henk
de Gelder en Herman Lammers, Vereniging Gereformeerde Kerkorganisten,
Geert Bierling, Willem van Twillert en Willem Hendrik Zwart. Van elk
van hen volgt een bespreking.]
"Willem van Twillert streeft ernaar de psalmmelodie herkenbaar te
houden voor de gemeente. Om die reden zijn geen versieringen
aangebracht. Ook deze uitgave houdt rekening met de organist die niet
meer dan één manuaal tot zijn beschikking heeft.
Van Twillert schrijft dat hij de klassieke stijl in deze bundel
hanteert. De imitatietechniek is in deze voorspelen erg vaak
toegepast."
1998
Nederlands
Dagblad 27-11-1998 Titel: Buitendijk helpt bij Liedboek
Recensent: Roel Sikkema
"(...) Enigszins vergelijkbaar zijn de Voorspelen over alle
psalmmelodieën van Willem van
Twillert. Met Buitendijks werk hebben de meeste voorspelen gemeen dat
ze vrij snel zijn in te studeren. Van Twillert gaf nu deel IV uit met
de Psalmen 91 tot 120. Evenals in de voorgaande delen staan er
duidelijke aanwijzingen voor de uitvoering bij en tekens waarmee
voorspelen kunnen worden ingekort.
TROUW
30-04-1998 CD EPE
Titel: "Fraaie orgels op kleine-labels"
(Christo Lelie? Niet ondertekend)
"In de stroom orgel cd's uitgegeven door kleine labels al of niet in
samenwerking met een kerkbestuur of een concertcommissie mag de opname
van het Meere-orgel uit 1809 te Epe gemeld worden. Willem van Twillert
demonstreert de waarde van het instrument op de cd MUSICQ ROND HET
MEERE-ORGEL
(VLS
Records Beilen
VCL0398) in een groot aantal korte en veelal onbekende werken
overwegend uit de late barok en de romantiek; daaronder enkele
curiositeiten en stukken op de grens van kunst en kitsch, zoals de
'Boléro du Divin Mozart' van Guy Bovet en een
balletmuziekje,
'Pas redoublé', van Bernardus van
Bree."
Reformatorisch Dagblad 30- 03-1998 Liedbewerkingen
Recensent:C.H. van Dijk
"(...) Naast Ewald Kooiman, die ten behoeve van de serie "Incognita
Organo" heel wat speurwerk verricht, houdt ook Willem van Twillert zich
bezig met het zoeken naar oude, in de vergetelheid geraakte, muziek.
Bij Willemsen verscheen inmiddels het twaalfde deel uit de serie
"Organisten uit de 18e en 19e eeuw", ditmaal met bijdragen (grotendeels
koraalmuziek) van J.B Kehl, J.C. Conrad en J.C.S. Müller.
Naast
het gegeven dat al deze componisten uit dezelfde (stijl)periode
afkomstig zijn, hebben ze ook hun vaderland (Duitsland) gemeen. Het
grootste deel van de bundel vermocht me overigens slechts matig te
boeien."
Reformatorisch
Dagblad 30 -03 - 1998 Psalmmelodieën als inspiratiebron
(fragment)
door D.H van Dijk
Ook in onze tijd worden de psalmmelodieën regelmatig als basis
voor muziek ten behoeve an kerk en huis gebruikt. Zowel professionele
musici als amateurs schreven bewerkingen in verschillende stijlen en
met wisselend succes.
Een bekende naam onder deze componisten is Willem van TWillert. Van
Twillert, is
organist in Amersfoort en leerling van onder meer Piet Kee, Gustav
Leonhardt en Klaas Bolt, liet in het verleden al
diverse malen van zich horen. In zijn voornamelijk bij Willemsen
uitgegeven koraalmuziek ontpopte hij zich als een begenadigd musicus,
die zich uitermate thuis voelt in het 18e eeuwse klankidioom. Dat juist
Van Twillert de taak op taak nam om uit nu alle 150 psalmen
van een voorspel te voorzien, zal veel orgelliefhebbers als muziek in
de oren klinken. Dat hij daarbij niet de eerste, en waarschijnlijk ook
niet de laatst zal zijn, zal niemand verbazen. De voorspelen van Van
Twillert kunnen echter niet met een normaal koraalboek worden
vergeleken, vanwege het feit dat koralen, tussen- en naspelen
ontbreken. Verder is er geen sprake van een bundel in een harde kaft,
maar van een serie van vijf deeltjes.
Een vergelijking met de bekende reeks psalmbewerkingen van Jaap
Niewenhuijse gaat ook niet op. Niewenhuijse leverde verschillende
voorspelen per psalm en schreef er een koraalzetting bij. Hij had
daardoor elf delen nodig om zijn psalmenproject te voltooien. De
voorspelen van Van Twillert laten zich misschien nog het beste
vergelijken met die van Adriaan Kousemaker, die, weliswaar wat
compacter, ook alle psalmen van een voorspel voorzag. Dat Van Twillert
meer papier nodig heeft, ligt voornamelijk aan de wat grotere
notenbalken (die overigens prettig lezen) en het zeer frequente gebruik
van drie notenbalken per systeem, zodat er gemiddeld een hele
pagina voor een voorspel nodig is.
Opvallend is dat Van Twillert in deze serie regelmatig een wat meer
hedendaagse toon aanslaat. Zo beluisteren we bijvoorbeeld zeer
regelmatig open kwinten, waardoor niet iedereen alle voorspelen in
gelijke mate zal waarderen.Van Twillerts kundigheid staat echter
buiten kijf.
Daarbij is de moeilijkheidsgraad tamelijk laag, hetgeen weer
perspectieven biedt voor de wat minder bestudeerde organist.
[het vervolg van dit artikel gaat over prijzen en wijze van bestellen,
vervolgens komen ook andere componisten aan bod]
Nederlands Dagblad
20 april 1998
Titel: Meere-orgelmusicq recensent: Peter Sneep
"Willem van Twillert speelt op het in 1994 gerestaureerde en
uitgebreide orgel van de Grote Kerk in Epe vooral galante muziek. Dat
is ook logisch, want het instrument van Meere (het is ook een beetje
een
Reil-orgel), stamt uit het begin van de negentiende eeuw. Tijdens de
galante periode stond de melodie, in samenhang met het gevoel, zo
omschrijft van Twillert in het boekje.
Van Twillert en Meere/Reil vormen een uitstekende combinatie op de cd
Musicq rond het
Meere-orgel. In min of chronologische [sic] volgorde volgt de organist
de componistenstamboom vanaf J.S.
Bach: Kittel, Gerber, Fischer, Gebhardi, en Richter. Om daarna vanaf
Bach weer een andere lijn te volgen:
Krebs, Mozart, van Bree, Boëly, Schumann.
Het orgel is een echt 19e eeuws instrument. Blijkens het boekje had het
oorspronkelijk een manuaal. In 1994 kreeg het een tweede klavier erbij
, met pijpwerk van een Meere-orgel uit
Vianen. Verder is een groot deel van de pijpen van de hand van
restaurateur Reil. Ik had overigens wel wat meer willen lezen over de
geschiedenis van het instrument en de visie op de restauratie.
Van Twillert speelt zoals altijd: Betrokken en gewetensvol. Maar
misschien zijn z'n immer creatieve registraties wel het meest zijn
handelsmerk. Toch komt van Twillert niet met zichzelf, maar stelt zich
in diens van de muziek en een prachtig orgel."
Reformatorisch Dagblad
20-02-1998 Van Klaas Bolt tot Gradus Wendt
door C.H. van Dijk
[inleiding]
"Nederlanders hebben een reputatie als het om het schrijven van
koraalbewerkingen gaat. Al in de zestiende eeuw hield Jan
Pieterszn. Sweelinck er zich mee bezig en sinds die tijd waagden velen
zich met wisselend succes op het pad van de koraalmuziek. Veel werken
zijn
sindsdien - vaak niet geheel ten onrechte - onder het stof verdwenen.
Evenals de namen van hun makers. De vraag naar nieuwe blijft echter
aanhouden."
"(...) Fijne muziek trof ik in de bundel "Koraalbewerkingen deel 1"
aan, een initiatief van Willem van Twillert. Van Twillert nam zelf twee
bewerkingen voor z'n rekening: Psalm 119 en "Blijf mij nabij". Verder
werkten Henk Gijzen (Lied 448, Lofzang van Simeon), Dick Koomans (Psalm
96, Lied 195) en Joachim
Frisius (Lied 147, gezang 501[sic], Lied 181 en lied 90) mee.
Met name de spontaan aandoende, ongecompliceerde muziek van
laatstgenoemde zal veel luisteraars aanspreken. Ook de overige
bijdragen mogen er zijn: muziek van niveau voor degenen die bereid zijn
er even voor te gaan zitten."
Reformatorisch
Dagblad
(1998) Titel: Van Twillert Nav CD Epe recensent: J.
Veerman
"Al eerder maakte Van Twillert ze: cd's
waarop historische orgels in al hun klankschoonheid te horen
zijn.
In januari van dit jaar maakte hij zo'n cd in de dorpskerk van Epe. Het
orgel in deze kerk werd in 1809 door de Utrechtse orgelmaker Abraham
Meere gebouwd. Slechts twaalf stemmen groot. De laatste keer dat ik het
bezocht was het instrument ingrijpend veranderd: de speeltafel was
geëlektrificeerd, het aantal registers bijna verdriedubbeld,
en de
kast, om alle stemmen te kunnen bergen, schuin uitgebouwd tot aan de
torenmuur. Het pedaal was zelfs van een 32-voets Bromstem voorzien.
In 1993/94 werd Epes orgel door de Gebr. Reil
uit het naburige Heerde van z'n bromstem beroofd. Deze brachten in
opdracht van de Stichting tot Behoud van het Meere-orgel de kast tot
normale proporties terug, reconstrueerden het oorspronkelijke manuaal
en voorzagen het later toegevoegde bovenwerk en het vrije pedaal van
pijpwerk in Meere-stijl. Sindsdien ziet het instrument met z'n knalrode
kast, drie hooggekapte torens en weelderige snijwerk er weer magnifiek
uit. En klinkt het als een kleurendoos, vol fraaie geluiden. Vooral de
Vox Humana in tenorligging is toppunt van schoonheid.
Van Twillert presenteert het orgel op de cd met aantrekkelijke muziek
uit de 18e eeuw. Muziek vol vrolijkheid, vuur en verstilling, die
speciaal voor het instrument geschreven lijkt te zijn. We horen,
behalve werken van Bach, muziek van zijn leerlingen Gerber (Trio's)
Krebs en Kittel (Praeludia), en van hun
tijdgenoten Fischer, Richter en Gebhardi. Van een zekere "Mozart" staat
er een verrassende "Boléro" op.... Van Twillert besluit zijn
cd
met de plechtiger en bezadigder klanken uit de vroege romantiek: die
van Schumann, Boëly, Da Bergamo en Van Bree. Ook dan klinkt
Epes
orgel overtuigend. Van Twillert heeft weer een cd gemaakt die het
beluisteren waard is: Een schijf waarmee je anderen, orgelspelende
nichtjes en neefjes bijvoorbeeld, een groot plezier kunt doen"
1997
Organist &
Eredienst,
december 1997 recensent: Bert Wisgerhof
"Willem van Twillert speelt eigen koraalbewerkingen
in de Bovenkerk
te Kampen, deel 2 (Festivo FECD 160...)."
De koraalbewerkingen die Van Twillert op deze CD speelt zijn geschreven
in de
galante of in de vroeg-romantische stijl. Veruit de meeste bewerkingen
zijn in
uitgaven (van Willemsen of Lindenberg) in druk verschenen.
Variatiereeksen
waarin allerlei muzikale vormen van de laatbarok worden toegepast
kunnen op deze
CD beluisterd worden. Ze hebben betrekking op de melodieën van
de psalmen 150,
140, 121, 99 en 42 en de gezangen 303 en 392 uit het
Liedboek. Van
Twillerts verzorgde en levendige manier van spelen sluit naadloos op de
stijl
van zijn composities aan, De klank van het fraaie Kamper orgel is mooi
vastgelegd. Het booklet geeft nuttige informatie (waaronder de
gebruikte
registraties). De speelduur is met 50 minuten niet lang, maar daarvoor
heeft de
CD ook een relatief voordelige prijs."
Kerk
& Muziek November/december 1997 Willem van Twillert speelt
eigen werk deel 2
door E.v.d. Berg
Op de hier besproken CD beluisteren we een aantal koraalbewerkingen van
Willem van Twillert, die eerder al in druk zijn verschenen. Van
Twillert licht in het uitgebreide booklet toe, dat hij bij deze
bewerkingen voor de galante en
vroegromantische stijl heeft gekozen. Hierbij heeft hij ook gebruik
gemaakt van handboeken die in deze periode zijn verschenen. Overigens
neemt deze keuze niet weg, dat meerdere stukken op deze CD aan een
componist doen denken, die in 1800 al een halve eeuw niet meer leefde.
De CD bevat zeven Psalmen, 150, 140, 121, 133, 99, 42, en 49 en twee
gezangen, waaronder
"Blijf mij nabij", die op verschillen de manieren, behandeld worden. De
uitgebreidste bewerking bevat acht variaties, de kortste alleen een
toccata. Van Twillert is erin geslaagd er een gevarieerd geheel van te
maken, ondanks het feit, dat hij verschillende keren dezelfde
compositietechnieken gebruikt.
Het instrument dat hij voor deze bewerkingen gekozen heeft, is het
Hinsz-orgel in de Bovenkerk te
Kampen, dat voor een gedeelte uit de periode rond 1800 stamt. Wat dat
betreft is het wel sneu, dat het borstwerk op deze CD niet aan bod
komt, terwijl daar juist drie van de vier manuaalstemmen uit deze
periode op zitten.
De gebruikte registraties geven een aardig beeld van de mogelijkheden
van het orgel, hoewel het wel wat gevarieerder had gemogen. De
beschrijving van de registraties had beter gekund; afgezien van het
feit dat van sommige stukken de registratie niet meer bewaard gebleven
was, is de opsomming ook niet altijd even helder.
Van Twillert zegt, dat hij met deze CD 'geen andere pretentie heeft dan
goed ambachtswerk'. Wat mij betreft is hij daarin
geslaagd.
Organist & Eredienst
1997/11 (thans; Muziek & Liturgie)
Recensent: Bert Wisgerhof
1: Orgel deel IX Willem van Twillert en Joachim Frisius
koraalbewerkingen
2: Koraalbewerkingen deel I:
van Twillert, Joachim Frisius, Dick
Koomans, Henk Gijzen
3: Organisten uit de 18e en de 19e eeuw band XII: Kehl, Conrad, Muller
"Uitgave 1 bevat voor het overgrote deel bewerkingen in een late
barokstijl of een
vroeg romantische stijl van Willem van Twillert en diens Berlijnse
vriend en collega Joachim Frisius, Van Twillert droeg aan deze bundel
bij met bewerkingen over de psalmen 6, 48, 74/116, 138 (de beide
laatste als partita), Frisius is vertegenwoordigd met twee bewerkingen
(waaronder een fraaie pastorale) over Psalm 84, zetting en orgelkoraal
over het bij ons niet zo bekend
'Lobet den Herren, alle, die Ihn ehren' (EG 447), een sfeervolle
pastorale over het vaak verguisde Gezang 143 en een bewerking met
zetting over Gezang 444. Als appendix voegde Van Twillert daar nog een
bewerking in hedendaagse kleuren aan toe.
In uitgave 2 ontmoeten we dezelfde componisten, nu versterkt door Henk
Gijzen en Dick
Koomans. Het stijlidioom is opnieuw dat van de laatbarok.
Gijzen schreef drie aantrekkelijke variaties en een zetting over Gezang
448. Vergis u niet met die zetting: voor begeleiding van gemeentezang
is deze niet geschikt vanwege de doorgaande
achtsten beweging. Ook van Gijzens hand is een bewerking in Bach-stijl
over Gezang 68. Dick Koomans is present met bewerkingen over psalm 96
en Gezang 195, Van Twillert met Trio, Fuga en zetting van Psalm 119 en
een canonische bewerking en zetting over Gezang 392. Joachim Frisius
maakte voor deze bundel drie bewerkingen over Gezang 147. Helaas staan
deze in
D, de toonsoort van het Evangelisches Gesangbuch, wat de bruikbaarheid
voor de Nederlandse praktijk aanzienlijk vermindert. Hetzelfde is het
geval met Frisius' bewerking over Gezang 181, die in e-mineur staat.
Als geheel maakt de bundel een wat rommelige en weinig doordachte
indruk: bijeengeraapt materiaal, veelal best aardig en bruikbaar, maar
als bundel geen concept.
Uitgave 3 bevat muziek uit de 'galante' tijd rond 1800. We treffen er
koraalbewerkingen en vrije stukken in aan van drie zo goed als
onbekende Duitse componisten. Ze zijn ook niet voor niets onbekend is
de conclusie na het doorbladeren van deze bundel. Slechts het Trio in D
van J.C. Conrad (met de karakteraanduiding:
'Vergnüglich') en de Fuga in C van J.C. S. Müller
hebben
muzikaal wel iets te bieden en zijn ook bruikbaar in het kader van het
orgelonderwijs."
Vol verwachting klopte mijn muzikale hart toen ik deze cd
opzette, maar niet
alvorens eerst het tekstboekje gelezen te hebben. Ik raad een ieder aan
dit
eerst te doen. Op instructieve en informatieve wijze licht Van Twillert
zijn
motieven toe om aan het componeren te gaan. Uiteindelijk beoogt hij
zowel
kenners als liefhebbers luistergenoegen te verschaffen en - om te
vervolgen met
een pracht van een citaat van Jacob Adlung (1699-1762) - "te behagen
met
goedlopende gedachten".
Het boekje verschaft verder in vogelvlucht de geschiedenis van het
orgel in de
Kamper Bovenkerk (och...als klavieren en pedaal eens konden vertellen!)
en het
muzikale c.v. van Willem van Twillert. Zijn brede opleiding en
belangstelling
vormen een garantie voor bewerkingen in de galante en vroeg-romantische
stijl.
Als ambachtsman is hij erin geslaagd met zijn compositie veel
luistergenoegen te
verschaffen. Zijn vertolking is verzorgd en aansprekend. Plezierig is
dat ook de
registraties in het boekje zijn vermeld.
Het Hinsz-orgel bezit een rijk palet aan klankkleuren, dat in de
opeenvolgende
bewerkingen fraai wordt gedemonstreerd, zowel op uitbundige als op
intieme
wijze. De opname is ruimtelijk, helder, maar toch duidelijk.
Met één keer beluisteren kom je er niet als
aandachtig luisteraar. Een
felicitatie aan de componist-vertolker en aan Festivo is op zijn plaats.
Enkel indrukken. Toccata psalm 150: tintelend en verrassend met een
heel eigen
karakter. Partita psalm 140: acht variaties, op ambachtelijke wijze
geschreven,
kleurrijk vertolkt. Psalm 121: fijnzinnig, qua opbouw. Psalm 99 (nr.
16),
Manualiter Con devozione, doet sterk denken aan Bachs 'Erbarm dich
mein, o Herre
Gott'. Een knappe barokimitatie!
Al met al beveel ik deze vriendelijk geprijsde cd van harte aan.
Ter afsluiting: een citaat uit het boekje en een vraag. "Daarbij
ontwikkelde ik een voorliefde voor psalmmelodieën. Door de
volksliedachtige
structuur, de voorname melodische wendingen, die soms nog resten
gregoriaans
bevatten, en de objectieve kerktoonsoorten, vormen de
psalmmelodieën voor mij
een bron van inspiratie."
Zouden over dit onderwerp niet enkele artikelen te schrijven zijn?
de
Orgelvriend september 1997 Koraalbewerkingen deel I Uitgeverij
Willemsen no. 1031.recensent: Bart van Buitenen
Het blijft een gegeven dat in de 18e eeuw in Nederland weinig tot geen
koraalmuziek voor het orgel is geschreven, terwijl de orgelbouw in deze
periode dermate hoogtij vierde dat een groot deel van onze hedendaagse
orgelbouw op deze periode is georiënteerd. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat een aantal mensen zich inmiddels lijkt te hebben
gespecialiseerd in het schrijven van koraalmuziek in 18e eeuwse trant;
doorgaans muziek van hoge kwaliteit die desondanks (of juist daarom!?)
bij de kerkganger goed in het gehoor ligt. In samenwerking met Willem
van Twillert is ook uitgeverij Willemsen overgegaan tot het uitgeven
van dergelijke 'stijlkopieën'. Een voorbeeld hiervan is de
onderhavige bundel met koraalbewerkingen van Joachim Frisius, Henk
Gijzen, Dick Koomans en Willem van Twillert. In een nogal willekeurige
volgorde vinden we in deze bundel bewerkingen van achtereenvolgens
Gezang 448; de Lofzang van Simeon (HG); Psalm 96
(DK): Psalm 119 (WvT)); gezang 147; Wie lieblich ist der Maien; Gezang
181 (JF); Gezang 392
(WvT); Gezang 195 (DK) en Gezang 90 (JF).
Over het algemeen is de stijl van de 'oude meesters' goed getroffen in
deze composities. Henk Gijzen en Dick Koomans verwijzen harmonisch en
qua contrapunt het meest naar de Leipziger
Thomascantor, terwijl Willem van Twillert en Joachim Frisius uit
Berlijn - hij studeerde korte tijd bij Klaas Bolt - bewijst dat
genoemde typisch Nederlandse vorm van koraalmuziek ook internationaal
weerklank vindt. De toonhoogte van Frisius' bewerking is gerelateerd
aan het Duitse Evangelische
Gesangbuch, wat inhoudt dat een tweetal koraalbewerkingen van zijn hand
in een andere toonaard staat dan de betreffende melodie in het Liedboek
voor de kerken. Van deze gezangen is echter eveneens een zetting in
besproken bundeltje opgenomen.
De bewerkingen van Willem van Twillert in deze bundel komen mij af en
toe wat minder stijlgetrouw over; zo lijkt een mixolydische
cadensformule in de zetting van Psalm 119 mij in een laat 18e eeuws
idioom wat gezocht. Verder komt de strikte driestemmigheid in de canon
over gezang 392 wat iel over; deze zo
oer-Engelse hymn vraagt m.i. meer om een minstens vierstemmige
bewerking. Over het algemeen is deze bundel echter de aanschaf meer dan
waard; een groot aantal bewerkingen verdient het zeker ook eens buiten
de eredienst gehoord te worden. Een aantal variaties is niet eenvoudig
speelbaar, maar voor de doorsnee kerkorganist die meer wenst dan de
platgetreden paden beslist een
uitdaging.
De Orgelvriend
september 1997 ORGANISTEN UIT DE 18E EN 19E
EEUW BAND XlI Recensent: Bart van Buitenen
Door middel van de cyclus Organisten uit de 18e en 19e eeuw
heeft
Willem van
Twillert reeds diverse onbekende composities aan de vergetelheid
onttrokken. Ook in Band 12 van deze
reeks vinden we weer een aantal werken van vrijwel onbekende, in dit
geval Duitse
organisten/componisten. Het grootste deel van deze bundel wordt gevormd
door een
selectie uit "Einige variirende Chorale" van Johann Balthasar Kehl
(1725-1778); doorgaans eenvoudig speelbare galante gebruiksmuziek waar
de wat langere bewerking over
‘Erschienen ist der herrlichen Tag’ en met name
‘Es
ist das Hell uns kommen her’ uitspringen.
Genoemde selectie koraalvoorspelen wordt in deze bundel aangevuld met
een galant Trio van Johann Christoph Conrad (? - na 1772), een Vorspiel
mit variirten Choral ‘Christus der ist mein Leben’
en
een Fantasia per Organo pleno en Fuga van Johann Christian Samuel
Muller (?-na 1813).
De uitgave oogt verzorgd; geraadpleegde bronnen worden in het voorwoord
yermeld. Eventuele
kleine correcties worden in de notentekst verantwoord. Het toevoegen
van een ‘variant’ van de hand van de editor bij
‘Es
ist das Heil uns kommen her’ in de
Liedboeklezing van deze melodie lijkt mij wat vergaand, temeer daar de
toonaard niet met die in
het Liedboek overeenkomt. Besproken bundel lijkt met name zinvol voor
gebruik op onze vele ‘kleine’ historische orgels,
waar
het ‘grote’ repertoire door bijvoorbeeld een
beperkte
pedaalomvang ongespeeld moet blijven; daarnaast is
deze bundel ook voor educatieve doeleinden zeer bruikbaar.
Uitgeverij Willemsen no. 1030. Prijs f 21,95
de Orgelvriend Juli/Augustus 1997
Psalmbewerkingen van Willem van Twillert Recensent: Gerco A. Schaap
Een kerkorganist die op zoek is naar een psalmvoorspel kan zich vandaag
de dag verheugen in een ruime keuze voorspelen. Vorig jaar presenteerde
het Boekencentrum al een bundel psalmvoorspelen van de hand van 30
vooraanstaande organisten, en ook bij Boeijenga kwam een voorspelen
boek uit van de hand van
Gerrit Stulp.
Daarnaast vordert Gerrit 't Hart gestaag met psalmbewerkingen en trad
ook Willem van Twillert naar buiten met zijn serie beknopte
psalmvoorspelen.
Van de vijf door hem geplande delen zijn er nu twee (II en III)
verscheen. Deel IV staat gepland voor dit najaar. Ze worden op de markt
gebracht door de Stichting Promotie Orgelprojecten.
Van Twillert hanteert bij het componeren van zijn voorspelen de
volgende uitgangspunten:
- elke psalmmelodie zeer herkenbaar in het voorspel etaleren, zodat
tempo en ritme de gemeente zo duidelijk mogelijk worden;
- een zo groot mogelijk afwisseling bereiken in stijl, vorm en idioom.
Tevens zo inventief mogelijk met de melodische gegevens omgaan;
- de speelbaarheid zo eenvoudig mogelijk houden zonder simpel te worden.
Bij het merendeel van de psalmen is eenvoudig pedaalspel vereist.
Bij de presentatie van de derde bundel vorig jaar, in de Amersfoortse
Sint Joriskerk, kregen we een keur van voorspelen uit de bundels te
horen.
Ze zijn inderdaad kernachtig, van versieringen in de koraalmelodie is -
als variatiemogelijkheid - bewust afgezien, omdat de melodie herkenbaar
moet blijven. De uitvoering is zowel op eenmanualige als op
meermanualige orgels mogelijk.
Een sterk punt van Van Twillerts bewerkingen is, dat ze consequent
eindigen met het duidelijk etaleren van de eerste psalmregel;
zó
leg je de melodie de gemeente 'in de mond' en zet zij overtuigender in
dan wanneer het voorspel eindigt met de laatste regel, zoals al te vaak
het geval is. Het tempo van het voorspel is gelijk aan dat van de te
zingen psalm.
Groot is de variatie in idioom, stijl en wijze van omspelen in deze
voorspelen. In psalm 31 wordt de melodie canonisch ingezet, waarop een
'plenum-antwoord' volgt. Psalm 42 is opgezet volgens het beproefde
'Boltconcept': de cantus firmus met een tongwerk in de tenor, met een
omspeling op het tweede manuaal.
Psalm 45 ademt het renaissance-idioom; de melodie ligt in de alt en de
regels worden gealterneerd met akkoordenloopjes. De melodie van psalm
46 wordt gedragen door een simpele maar effectieve kwint begeleiding.
Een mooi staaltje van tekstuitbeelding vinden we in het voorspel voor
Psalm 47 ('God stijgt blinkend schoon / met gejuich ten troon'), waar
de linkerhand begint met een stijgende toonladder. Ook in psalm 54 ('O
Heer, neem mijn gebed ter ore!') waar de linkerhand begint met een
opwaarts gerichte notenstroom. Psalm 49 en 51 (manualiter) zijn resp.
fugatisch en canonisch van opzet. In psalm 60 (voorspel II) gaat de
componist volgens zijn beproefde 'stem-en tegenstem' recept te werk.
Van Twillert geeft in zijn psalmvoorspelen blijk van een enorme
inventiviteit. Ik constateer een grote verscheidenheid aan vormen en
omspelingen in een fris, aantrekkelijk idioom, dat nergens 'gewild'
modern, noch archaïsch aandoet.
Een aantal zaken verhoogt de praktische bruikbaarheid van deze bundels.
In de meeste voorspelen is een mogelijkheid aangegeven om eerder te
stoppen, aangeduid door een tussen haakjes geplaatst FINE. Bij
dubbelmelodieën is meestal de ene versie in een gematigd
modern en
de andere versie in een klassieker gewaad gestoken, aangegeven door de
vermelding 'Zie ook...' [opmerking WvT: Dit geldt alleen voor de delen
II en III.] Soms zijn bij een melodie twee voorspelen gemaakt. Ook komt
het voor dat hetzelfde voorspel afgedrukt
is bij de dubbelmelodie. Het andere psalmnummer is dan tussen haakje
geplaatst. Het kiezen van een registratie wordt evenwel aan de
inventiviteit van de organist overgelaten.
Behalve voor de eredienst zijn deze voorspelen ook uitermate geschikt
voor de (orgel)lespraktijk. Met het oog daarop zijn vingerzettingen
aangebracht, die echter niet dwingend zijn voorgeschreven.
Niet in de laatste plaats is een compliment op zijn plaats voor de
fraaie uitgave van de bundels op chamoispapier, in een stevig
geplastificeerde omslag. De gravure is puntgaaf en overzichtelijk, en
de voorspelen zijn zo ingedeeld dat er nooit omgeslagen behoeft te
worden.
Het lijkt mij niet alleen een feest om deze voorspelen in de zondagse
eredienst te horen, maar ook om ze zelf tot klinken te
brengen.
Nederlands Dagblad 4 augustus 1997 recensent: Peter Sneep
De Amersfoortse organist Willem van Twillert staat bij
amateur-organisten bekend als de leverancier van veel koraalgebonden
muziek voor de eredienst. Van Twillert speelt zijn eigen muziek nu voor
de tweede keer zelf, op het orgel in de Bovenkerk van kampen. Een
eerdere cd met koraalbewerkingen verscheen ook bij Festivo
(FECD 126).
De organist leeft zich helemaal uit op de thema's, vooral
psalmmelodieën (42, 49, 99, 121, 133, 140, 150). Allerhande
variatietechnieken bezigt hij. De cd opent met een toccata over Psalm
150, maar wie een hoop lawaai met het volle werk verwacht, komt
bedrogen uit. Van Twillert weet met veel zachtere registraties een waar
stuk feestmuziek te scheppen.
Hij schaamt zich er ook niet voor bij grote componisten leentjebuur te
spelen. Twee variaties bij psalm 99 lijken als twee druppels water op
respectievelijk de koraalvoorspelen
'Allein Gott in der Höh'sei Ehr' en 'Erbarme dich mein, o
Herre
Gott' van J.S.
Bach. Daarmee zijn Van Twillerts composities ook meteen in
tijdsperspectief geplaatst. Hij oriënteert zich bij zijn
liedbewerkingen vooral op de 18e eeuw, de late barok. "Beoogd wordt
zowel de kenners als de liefhebbers luistergenoegen te verschaffen en
te behagen met goedlopende gedachten" schrijft hij in het boekje, Jacob
Adlung citerend. Een van die goedlopende gedachten is wel de canon
'Blijf bij mij Heer'. Vele malen toont Van Twillert zich een goede
leerling van Klaas Bolt, zeker waar het gaat om zettingen met
tegenstem, of met de melodie in de rechtervoet van het pedaal.
Van Twillert gaat creatief met de registers van het Bovenkerkorgel om.
Gelukkig staat in het boekje precies wat Van Twillert (er) allemaal
uithaalt, want soms geloof je je oren
niet.
TROUW 12 juli 1997
Titel: Stijlpastiches in koraalkunst recensent: Christo Lelie
"In de periode tussen Bach en de romantische meesters werden
er
dozijnen koraalvoorspelen geschreven die minder bekend werden omdat de
componisten tot het tweede garnituur behoorden. Er zit aantrekkelijk
materiaal bij dat als regel gemakkelijker aanspreekt en speelbaar is
dan het werk van
Bach, door een open en ongecompliceerde schrijfwijze en een rococo
galanterie.
Organist Willem van twillert interesseert zich al jaren hiervoor.
Behalve dat hij werken
van onbekende meesters van omstreeks 1800 speelt, schrijft hij zelf
composities in de laat-achttiende-eeuwse stijl. Inmiddels is een tweede
deel verschenen van WILLEM VAN TWILLERT SPEELT EIGEN KORAALBEWERKINGEN
(Festivo FECD 160). Evenals het reeds in deze rubriek besproken deel 1
(FECD 126) werd de cd opgenomen op het prachtige Hinszorgel in de
Bovenkerk te kampen. Ook deel 2 bevat aangenaam klinkende composities,
fijnzinnig gespeeld en geregistreerd, stijlpastiches die net zo goed
van Duitse komaf konden zijn. Met uitzondering van twee evergreens uit
de protestantse koralen ('De waren kerk des Heren' en 'Blijf mij
nabij'), gaat het om psalmbewerkingen.
Luisteren naar deze opnames kan voor organisten en [sic] inspiratiebron
zijn bij het zelf improviseren. Voor hen is het interessant om te weten
dat Willem van Twillert ook voorziet in muziekuitgaven. Zo verscheen
onder zijn redactie bij Muziekuitgeverij J.C. Willemsen te Huizen
onlangs de 12e band in de serie
'Organistien uit de 18 en 19e eeuw', met voor de eredienst bruikbare en
vrij gemakkelijk [sic] werken van
J.B. Kehl, J.C. Conrad en J.C.S. Müller.
Wie in de partituren van Van Twillerts eigen koraalbewerkingen
geïnteresseerd is, kan ook bij deze uitgeverij terecht, Voor
het
eerste van een bundel 'Koraalbewerkingen' wist Van Twillert zijn
Nederlandse collega's Dick Koomans en Henkt Gijzen en de Duitser
Joachim Frisius te enthousiasmeren tot het componeren in de na-Bachse
stijl. Dit leidde tot vrij eenvoudig speelbare, toegankelijke
koraalvoorspelen, waar menige kerkorganist zijn voordeel mee kan doen.
'
EREDIENST,
juni 1997 N.a.v. Willem van Twillert speelt eigen koraalbewerkingen
Volume
II. recensent: Sietze de Vries
Er blijkt een markt voor te zijn: Willem van
Twillert brengt nu
al zijn tweede cd met eigen werk uit. In het cd-boek geeft van Twillert
zijn motivatie voor het schrijven van koraalvoorspelen. Allereerst
onderscheidt hij twee groepen muzikanten die zich met
koraalmelodieën bezighouden. De eerste groep probeert
stilistisch
aan te knopen bij de ontstaanstijd van de liederen of vindt moderne
wegen om een eigen stijl te ontwikkelen. De tweede groep zoekt naar de
smaak van het grote publiek en offert stijlbesef daaraan op,. Van
Twillert wenst bij geen van beide groepen ondergebracht te worden en
kiest daarom voor de 'galante stijl' van de jaren van rond 1800.
Nu geeft hij meteen aan dat zijn voorliefde voor
psalmmelodieën
onder andere berust op de 'voorname melodische wendingen, die soms nog
resten gregoriaans bevatten, en de objectieve kerktoonsoorten.'
Toen ik dit las, kwam onmiddellijk de vraag in mij op: hoe de 'galante
stijl' te combineren met kerktoonsoorten?
De bij uitstek modale melodieën van bijvoorbeeld psalm 27, 46
of
90 zijn immers nooit te combineren met het 'eenvoudige' majeur-mineur
idee van de 'galante' periode!
We zien dan ook dat composities uit die tijd zelden een modale melodie
als uitgangspunt hebben, of dat dergelijke melodieën zoveel
mogelijk omgebogen worden naar majeur of mineur. (Vergelijk psalmen
eens met melodieën van
Bastiaans).
Dat modi en 'galante stijl' eigenlijk niet samengaan, manifesteert zich
dan ook duidelijk op de cd. Van Twillert omzeilt dit door uitsluitend
te kiezen voor psalmen die duidelijk een majeur sfeer ademen, namelijk
psalm 150, 140, 121, 133, 99, 42 en 49.
Persoonlijk raakten mijn oren na een tijdje oververzadigd van
majeur-klanken en smeekten hartstochtelijk om enig tegenwicht.
Nu kunnen veel werken van Willem van Twillert zeker 'behagen met
goedlopende
gedachten' (Jacob Adlung, 1699-1762); er is degelijk, ambachtswerk
geleverd. Soms vroeg ik mij echter ook wel eens af waarom iets aan het
papier werd toevertrouwd; de canon over 'Blijf mij
nabij' (LvK 392) is echt een 'niemendalletje.'
Tenslotte kan men zich afvragen wie deze koraalbewerkingen moeten gaan
spelen. De beste werken, zoals psalm 140, zijn in technisch opzicht
zeker niet eenvoudig en zullen dus door menig amateur-organist niet zo
snel gespeeld worden. En het zal Van Twillerts bedoeling zeker niet
zijn alleen composities te schrijven om zijn eigen cd's mee te vullen.
De cd is overigens - net als de eerste - opgenomen in de Bovenkerk te
Kampen en Van Twillert maakt dankbaar gebruik van de rijke
mogelijkheden die dit instrument biedt."
Reformatorisch
Dagblad - 7 februari 1997 “Koraalbewerkingen in
Klavarskribo” recensent: A. van Duijn
“Een bundel koraalbewerkingen van Willem van
Twillert en Joachim
Frisius (handschriftuitgave, cat. nr. 25284; f 29,50) biedt
een
diversiteit aan muziekstukken. Van Twillert bewerkte de Psalmen 6 (met
de
melodie in de sopraan en een kort voorspel) en Psalm 48 (ouverture,
fugato en
een ritmische variant met de melodie in de bas).
Een koraalzetting met uitkomende stem in de sopraan luidt Psalm 74 (ook
de
melodie voor Psalm 116) in. Na een tweestemmige variatie (bicinium)
volgen een
bewerking met de melodie in de tenor alsmede een kort voorspel, een
trio met de
melodie in de bas en een koraalzetting met tegenstem. Psalm 138 bestaat
uit een
ouverture met de melodie in de linkerhand, een koraalzetting met
tegenstem, een
canon en een manualiter bewerking (zonder pedaal dus).
Frisius bewerkte Psalm 84 met de melodie in de linkerhand en als
orgelkoraal.
Zijn bewerking van “Stille Nacht” wordt
gecombineerd met een aria uit de
“Messiah” van G.F. Händel. Liedboekgezang
444 voor twee klavieren en pedaal
wordt gevolgd door een koraalzetting van Van Twillert alsmede een
voorspel in
moderne stijl, Deze bundel besluit met een bewerking over het Duitse
kerklied
“Lobet den Herren, alle die Ihn ehren” en twee
koraalzettingen van Joachim
Frisius over dit gezang.”
Kerk & Muziek, Januari/februari 1997 Titel: Musicq voor het
orgel / Het
Hinsz-orgel in de Petruskerk te Leens bespeeld door Willem van Twillert
Rubriek: Op de Zilveren Schijf
Recensent Emil van den Berg
Het midden van de achttiende eeuw was in muzikaal opzicht een
tijd
van grote veranderingen. Na een lange ontwikkeling van de polyfone
muziek brak nu de tijd aan, waarin het accent steeds meer op de melodie
kwam te liggen.
De componisten van deze tijd zijn de generatie na J.S. Bach. Hoewel ze
hoog tegen hem opkeken, vonden ze hem toch achterhaald.
De CD die hier besproken wordt probeert een weerspiegeling te zijn van
deze tijd. Hiervoor worden werken van een vrij groot aantal componisten
gespeeld. Deze elf mensen zijn gemiddeld zo'n dertig jaar jonger dan
Bach, met als uitschieter Matthias Weckmann en Adolph Hesse, die voor,
respectievelijk ver na Bach leefden. De rest, Johann Christian
L. Kittel, Heinrich Nicolaus Gerber, Jacob Adlung, Friedrich Wilhelm
Marpurg, Johann Scheider, Johann Christoph
Kellner, Georg Andreas Sorge, Johann Adrian Junghans en Johann Ernst
Remt hebben voornamelijk in de achttiende eeuw geleefd.
De zestien stukken op deze CD (zeven vrije stukken en negen
koraalbewerkingen) vormen een gevarieerd geheel. Het is muziek die vrij
uitnodigend klinkt en van de luisteraar weinig inspanning vraagt. De
keerzijde hiervan is, dat deze werken niet altijd veelzeggend zijn,
waardoor ze op den duur een beetje vervelend worden. Dit wordt nog
versterkt door het feit dat ze gemiddeld slechts drie minuten duren.
Gelukkig worden de stukken door Willem van Twillert op een zeer
boeiende manier gespeeld. Uit de literatuur van die tijd blijkt , dat
aan een boeiende voordracht zeer veel waarde werd gehecht. Frasering en
tempo moesten op een vrije manier gebruikt worden. Technisch gezien is
het spel van Twillert zeer goed, de paar foutjes die ik heb ontdekt
worden vanzelf gecamoufleerd door de stofwolken van noten waar ze in
voorkomen.
De CD is opgenomen in de Petruskerk te Leens. Hier staat een
Hinsz-orgel uit 1734 met 27 stemmen, dat zich voor deze muziek goed
leent.
Twillert weet de mogelijkheden van dit instrument aardig te gebruiken,
hoewel dit nergens een doel op zichzelf wordt.
Het booklet is voorzien van veel informatie (eindelijk eens uitsluitend
in het Nederlands), vrij beknopt over de componisten, wat uitgebreider
over de periode waarin zij leefden en over het orgel.
Visueel gezien komt het orgel er nogal bekaaid af: we zien alleen een
doorkijkje waarop zo'n drie vierkante centimeter aan het front wordt
gewijd, en een plaatje van de werkplek van de organist vanuit een nogal
ongebruikelijk vogelvluchtperspectief. De speeltafel waaraan we Van
Twillert zien zitten lijkt me eerder die van Kampen.
Dat doet echter niets af van het feit dat we hier een CD hebben waar je
goed naar kunt luisteren en die bovendien geen bijeengeraapt
allegaartje biedt, maar een aantal
stukken rond een duidelijk thema."
1996
Reformatorisch
Dagblad 08-11-1996 Psalmmelodieën als inspiratiebron door
C.H. van Dijk
"Al sinds het ontstaan van onze berijmde psalmen zijn deze, niet alleen
voorzover het de tekst aangaat maar ook wat de melodieën
betreft,
een rijke bron van inspiratie geweest. Vele bekende en minder bekende
componisten bogen zich over het Geneefse Psalter. Het resultaat is een
indrukwekkende stroom koraalfantasieën,-voorspelen en
-bewerkingen, die tot vandaag de dag niet is opgedroogd.
Ook in onze tijd worden de psalmmelodieën regelmatig als basis
voor muziek ten behoeve van kerk en huis gebruikt. Zowel professionele
musici als amateurs schreven bewerkingen in verschillende stijlen en
met wisselend succes.
Een bekende naam onder deze componisten is Willem van Twillert. Van
Twillert, organist in Amersfoort en leerling van onder meer Piet Kee, Gustav Leonhardt en Klaas Bolt, liet in het verleden al diverse
malen van zich horen. In zijn voornamelijk bij Willemsen uitgegeven
koraalmuziek ontpopte hij zich als een begenadigd musicus, die zich
uitermate thuisvoelt in het 18e-eeuwse klankidioom.
Dat juist Van Twillert de taak op zich nam on nu alle 150 psalmen van
een voorspel te voorzien, zal veel orgelliefhebbers als muziek in de
oren klinken. Dat hij daarbij niet de eerste is, en waarschijnlijk ook
niet de laatste zal zijn, zal niemand verbazen. De voorspelen van Van
Twillert kunnen echter niet met een normaal koraalboek worden
vergeleken, vanwege het feit dat koralen, tussen-en naspelen ontbreken.
Verder is er geen sprake van een bundel in een harde kaft, maar van eer
serie van vijf deeltjes.
Meer hedendaags
Een vergelijking met de bekende reeks psalmbewerkingen van Jaap
Niewenhuijse gaat ook niet op. Niewenhuijse leverde verschillende
voorspelen per psalm en schreef er een koraalzetting bij. Hij had
daardoor elf delen nodig om zijn psalmenproject te voltooien. De
voorspelen van Van Twillert laten zich misschien nog het beste
vergelijken met die van Adriaan Kousemaker, die, weliswaar wat
compacter, ook alle psalmen van een voorspel voorzag. Dat Van Twillert
meer papier nodig heeft, ligt voornamelijk aan de wat grotere
notenbalken (die overigens prettig lezen) en het zeer frequente gebruik
van drie notenbalken per systeem, zodat er gemiddeld een hele pagina
voor een voorspel nodig is.
Opvallend is dat Van Twillert in deze serie regelmatig een wat meer
hedendaagse toon aanslaat. Zo beluisteren we bijvoorbeeld zeer
regelmatig open kwinten, waardoor neit iedereen alle voorspelen in
gelijke mate zal waarderen. Van Twillerts kundigheid staat echter
buiten kijf.
Daarbij is de moeilijkheidsgraad tamelijk laag, hetgeen weer
perspectieven biedt voor de wat minder gestudeerde organist. De serie,
waarvan inmiddels de delen II (Psalm 31-60) en III (Psalm 61-90) zijn
verschenen, is een uitgave van de stichting Promotie Orgel Projekten te
Amersfoort. Per deel kosten ze f 22,50. De bundels zijn verkrijgbaar
bij de muziekhandel of rechtstreeks bij de stichting (giro 1044661,
onder vermelding van het bandnummer en het aantal exemplaren). In het
laatste geval dient per bestelling f 5,- extra overgemaakt te worden
voor porti- en verpakkingskosten."
De
Waarheidsvriend (augustus [?] 1996 Onderwerp: Beknopte voorspelen over
alle psalmmelodieën en
CD Kampen W v Twillert speelt
eigen werk - Deel II Recensent; Maarten Seijbel
"Er zijn organisten in ons land die zich onderscheiden van andere
collegae vanwege hun bijzondere activiteiten. Zo'n organist is Willem
van Twillert uit Amersfoort. Naast andere orgelwerkzaamheden heeft hij
zich in het bijzonder gericht op het componeren van korte voorspelen
van de Psalmen. Organisten besteden, althans als het goed is, tijd aan
het doorgronden en beheersen van vormen en technieken om voorspelen te
kunnen maken en/of te improviseren. Toch betekent dit improviseren
tijdens de eredienst voor velen nogal eens een mentale belasting,
vooral wanneer men (nog) weinig ervaring met improviseren heeft. Men
zal dan toch willen teruggrijpen op bestaande voorspelen. Daarom is
Willem van Twillert begonnen met beknopte voorspelen over alle
psalmmelodieën te maken. Een zeer te waarderen initiatief
waarmee
hij veel organisten een goede handreiking heeft geboden. Het zijn
overwegend zeer eenvoudige voorspelen, doch van goed gehalte. Er zijn
thans twee bundels verscheen: deel I bevat voorspelen over de Psalmen 1
tot en met 30 en deel II de Psalmen 31 tot en met 60. Het kan de
gemeentezang alleen maar ten goede komen wanneer niet alleen de
organist verantwoorde voorspelen gebruikt maar daarbij ook de nodige
afwisseling aanbrengt. Daarbij kunnen deze bundels een goede dienst
bewijzen. De bundels kosten (,,,)"
[zie recente prijslijst elders op deze site]
CD Willem van Twillert speelt eigen werk te Kampen - Deel II
"Dat Willem van Twillert niet alleen een kundig koraalbewerker is maar
ook een uitstekend speler is, bewijst hij op de CD FECD 126. Op het
altijd weer imponerende orgel van de Bovenkerk te Kampen speelt hij een
aantal eigen Psalmbewerkingen van uiteenlopende lengten. Zo heeft hij
bijvoorbeeld voor Ps. 101 een bewerking van 1.57" lengte gespeeld en
voor Ps. 134 heeft hij 18.55" nodig. Hoe dan ook een zeer bijzondere CD
waarmee Willem van Twillert heeft bewezen zeer interessante en
aanspreekbare koraalvoorspelen te kunnen maken. Ik raad elke organist
aan daaraan eens aandacht te besteden. Zeer aanbevolen."
EREDIENST Juni 1996
informatieblad voor liturgie en
kerkmuziek (uitgave Vereniging van Gereformeerde
kerkorganisten)
recensent:
Roelof van Luit
Uitgaven van Willem van Twillert. Willem van Twillert blijft actief!
De redactie kreeg ter bespreking drie bundels van Uitgeverij Willemsen
(...),waar Willem van Twillert òf als componist
òf als
uitgever de hand heeft gehad.
Als eerste noem ik de partita over Psalm 140 (J.C. Willemsen,
Amersfoort nr.921), uitgegeven als deel 5 in een serie bewerkingen van
Willem van Twillert.
Uit dezelfde serie vervolgens deel 8, (J.C.Willemsen, Amersfoort nr.
923) waaraan naast van [sic] Twillert wordt bijgedragen door een
gast./auteur: Joachim Frisius uit Berlijn.
Beide componisten kennen elkaar van een cursus kerkmuziek bij Klaas
Bolt in 1988. In deze bundel bewerkingen en zettingen over lied 442 uit
het Liedboek voor de Kerken en Psalm 8 van Frisius en Psalm 89, 101, en
100 van van [sic] Twillert.
De bewerkingen fungeren enerzijds als welkome aanvulling op de
bibliotheek van menig organist, anderzijds als compositiemodel om zelf
aan de slag te gaan. Deze bundels met 'ambachtelijk gemaakte werken'
zullen hun weg wel weten te vinden. Er is trouwens wel goed gereedschap
voor nodig. Een redelijk 'volgroeid 'orgel is meestal noodzaak."
De derde bundel bevat werken van Chr. H. Rinck, door Willem van
Twillert bezorgd en ingeleid. (J.C.
Willemsen, Amersfoort nr. 967). Deze bundel bevat ruimt 10 koralen met
variaties. (waaronder bewerking over gezangen uit het Gereformeerd
Kerkboek, en in ieder geval uit het Liedboek) de bewerkingen verschenen
tussen 1832 - 1840 in de
Orgelfreund, een jaarlijkse uitgave van Rinck die gericht was op
zelfstudie of privé-les.
Het uitgeven van dergelijk werk is zeker nuttig. Bijvoorbeeld om zicht
te krijgen op de tijd waarin het is ontstaan, Vooral in de lespraktijk
kan het zijn nut hebben (doordat veel bewerkingen niet al te moeilijk
zijn als opstapje naar het legato-spel bijvoorbeeld). En verder
natuurlijk als orgelspel voor de dienst. Al hoop ik niet dat
één van mijn collega's het in zijn hoofd gaat
halen om de
werken van Rinck integraal te gaan uitvoeren....Daar zijn ze wat mij
betreft weer net niet boeiend genoeg
voor.
Kerk &
Muziek Juli/augustus 1996 Rubriek onder de Loep
recensent: Dick Sanderman
Deel V Psalm 140 Willemsen nr. 921
In de serie "Orgel" publiceerde Willem van Twillert allerlei
koraalbewerkingen.
Deel 2 uit deze serie ("Psalm- en Koraalvoorspelen, Drie-en
Vierstemmige Harmonisaties en Harmonisaties met tegenstem, Allerlei
Variatie Technieken") maakt duidelijk dat de serie niet alleen kant-en
klare bewerkingen wil leveren, maar dat Van Twillert de gebruiker ook
wil stimuleren om zelf aan de slag te gaan, waarbij de afgedrukte
voorspelen en variaties als model kunnen fungeren.
Deel 5 verscheen in de serie "Orgel" een partita over Psalm 140, die
opent met een koraalzetting met bovenstem. De vierstemmige schrijfwijze
kan een componist wel eens dwingen tot wat geforceerde stemvoeringen,
althans indien men verboden parallellen werkelijk wilt
vermijden. In deze zetting zien we dan ook hoe de linkerhandpartij soms
wisselt van hoge naar lage ligging; desondanks is in de derde regel een
octaafparallel tussen bovenstem en tenor blijven staan. De variaties
die dan volgen zijn een trio met de cantus firmus in de linkerhand, een
zetting met de melodie in hoge tenorligging, een duo volgens het recept
zoals we dat kennen uit Van Twillert's Psalm 99, een trio met de
melodie in het pedaal op vier-of achtvoets basis, een bewerking met
gecoloreerde cantus
firmus, een éénstemmige variatie met gebroken
accoorden,
een fuga en een zesstemmige slotzetting met dubbelpedaal. Daarna volgt
nog een driestemmige zetting waarop de variatietechnieken kunnen worden
toegepast die in eerdergenoemd deel 2 zijn beschreven. Eerlijk gezegd
maken de variaties in dit deel 5 op mij niet altijd een even
geïnspireerde indruk. Het duo volgt, zoals gezegd, een bekend
procédé, maar zowel in dit duo als in het daarop
volgende
trio ervaar ik die alsmaar doorlopende zestienden als notenslierten die
zich dreigen te onttrekken aan mijn gevoel voor periodisering. In het
duo ontbreken twee
overbindingsbogen, ik vermoed dat vier maten voor het einde in de
linkerhand ook een herstellingsteken is vergeten bij de tweede
zestiende noot op de vierde tel, Het trio met de
c.f. in het pedaal kan volgens de aanwijzingen geregistreerd worden met
een acht- of viervoets tongwerk als solostem, de linkerhand met of
zonder zestienvoets register. Uit de aanwijzingen wordt echter niet
duidelijk dat er een verban d bestaat tussen beide
regsitraties: als het pedaal met 8' wordt geregistreerd moét
de
linkerhand een
16' krijgen, anders ontstann soms ongewenste accoord-liggingen.
Het versierde koraal klinkt heel aardig. In maat 17 staan de twee klein
gedrukte nootje een toon te hoog genoteerd. De derde melodieregel ziet
er wat merkwaardig uit: vanwege de inzet op een derde tel moesten alle
lange noten als overbindingen worden genoteerd. In de gebroken
acoorden-variatie vermoed ik een drukfout zes maten voor het einde op
de eerste tel.
De fuga behoort tot de sterkere delen van deze partita. Wel is het
jammer dat Van Twillert bij de eerste melodieregel een stemkruising
tussen linkerhand en pedaal schrijft. Vooral op kleinere instrumenten
zal in deze variatie de pedaalkoppel moeten worden getrokken om de
cantus firmus te laten uitkomen, maar daardoor worden binnen twee maten
zes linkerhandnoten onhoorbaar. Het zal duidelijk zijn dat ik deel 5
niet de meest overtuigende aflevering vind uit de serie "Orgel"."
Kerk & Muziek
Juli/augustus 1996 Orgel Deel 8
(Willemsen No 821) en vermelding van Deel 9
(Willemsen No 949) Recensent: Dick Sanderman
"In de laatste twee delen van de serie "Orgel" heeft Willem van
Twillert plaats ingeruimd voor muziek van Joachim Frisius, een al wat
oudere amateur-organist uit Berlijn waarmee Van Twillert kennis maakte
tijdens een improvisatiecursus door Klaas Bolt in 1988.
Om iets meer over Frisius te weten te komen moet men - zoals bij Van
Twillerts uitgaven inmiddels min of meer gebruikelijk - de voorwoorden
in zowel het Nederlands, het Engels als het Duits lezen: elke taal
biedt weer andere informatie.
[opmerkingen Van Twillert: dat klopt; dat heb ik bewust gedaan of
ongewijzigd gelaten. Frisius heeft zelf de Duitse en de Engelse
vertaling geschreven. Daaruit heb ik een Nederlands talige versie
geabstraheerd]
(Vervolg recensie Sanderman)
In de Duitstalige biografie (naar ik aanneem door Frisius zelf
geschreven) lezen we o.a. dat Van Twillert Frisius ertoe heeft
aangezet, deze koraalbewerkingen schriftelijk uit te werken; bij die
uitwerking heeft Van
Twillert de componist met deskundig advies ondersteund. De Engelse
vertaling zegt dat Frisius Van Twillert dankt voor de vriendelijke
assistentie bij de uitwerking door middel van vele correcties en
voorstellen voor stilistische verbeteringen. Het
één is niet in tegenspraak met het ander, maar de
vervaardiger van de Engels vertaling
wekt wel erg sterk de indruk dat Frisius nergens zou zijn geweest als
Van Twillert hem niet zo goed had geholpen...
Het zij zo: de bijdragen van Joachim Frisius zijn beslist een aanwinst
voor de serie "Orgel". In deel 8, dat ons ter bespreking werd
toegezonden, staat bijvoorbeeld een juweeltje van een koraalbewerking
over Psalm 8 met de melodie op 4' basis in het pedaal. Zó
fraai
dat ik de twee kwintparallellen graag voor lief neem die Frisius en
zijn raadsman blijkbaar over het hoofd hebben gezien.
[ Opmerking Van Twillert: Frisius wilde beslist hier geen verandering
en ik kan me dat vanwege de stemvoering die Frisius mooi vindt,
voorstellen. Overigens een bewuste
kwintparallel is niet verboden. Weet dat bijvoorbeeld bij orgelwerk van
J.S. Bach ook meer dan eens kwintparallellen voorkomen]
Voor het gezang "Jezus, ga ons voor" schreef Frisius twee zettingen en
twee bewerkingen. Het trio is wat eenvormig door de stereotiepe
herhaling van het toonladdermotiefje in de tegenstem, maar ambachtelijk
goed gemaakt. In de tweede bewerking balanceert Frisius voor mijn
gevoel op het randje: de grens tussen goed in het gehoor liggende
tegenstemmen en triviale deuntjes wordt nèt niet
overschreden.
Psalm 8 bestaat uit een tenorzetting, een koraalbewerking in
Orgelbüchlein-stijl en de reeds genoemde fraaie bewerking, die
enige verwantschap vertoont met het Schübler-koraal "Wer
nun den lieben Gott lässt walten". De toonsoort is c, maar bij
wijze van Appendix is Psalm 8 ook nog een keer in d afgedrukt. Met de
tegenwoordige computerprogramma's voor muzieknotatie is dat een kwestie
van één druk op de goede knop.
De rest van deel 8 is gevuld door Willem van Twillert, die zichzelf ook
enkele malen herhaalt. Zo vinden we een bewerking over Psalm 89 eerst
afgedrukt met de cantus firmus in de linkerhand; drie pagina's verder
volgt een tweede versie van hetzelfde stuk, waarbij de linkerhandpartij
en het pedaal omgewisseld zijn.
Over Psalm 101 schreef Van Twillert een vierstemmige bewerking met de
cantus firmus in de linkerhand, die met nauwelijks
één
pagina tussen ruimte wordt herhaald, in een driestemmige versie. Aldus
wordt, met minimale wijzigingen, een vierstemmige bewerking uitgedund
tot trio. Na de manualiter bewerking over Psalm 100 treffen we twee
koraalzettingen aan: de eerste met bovenstem, de tweede zonder.
Afgezien van die bovenstem zijn ook hier de verschillen nauwelijks
noemenswaardig.
[Opm. Van Twillert: Ik koos uiteraard bewust voor de opzet om geen
nieuwe zetting te componeren. Zodoende blijft de speeltechnische eis
gering.]
Inhoudelijk zijn de bewerkingen van het Van Twillert gemaakt volgens
vertrouwde formules. In de dubbele bewerking van Psalm 89 verspringt
het tegenstem-motief vóór de inzet van de 6e
regel van
een sterk naar een zwak maatdeel, waardoor de luisteraar in z'n
maatgevoel uit balans gebracht wordt.
Voor de inzet van de laatste regel loopt het metrisch ook niet helemaal
lekker. Het duo is weer een routineuze uitwerking van het bekende
recept.
Psalm 101 overtuigt meer dan Psalm 89. Op pagina 31, 3e systeem, eerste
maat moet de pedaalnoot op de 4e tel niet G zijn maar A. [Opm Van Tw.
dat klopt] Aan het eind van datzelfde systeem is een kwintparallel
tussen alt en tenor blijven staan.
In mijn lespraktijk gebruik ik de delen 8 en 9 uit de serie "Orgel"
regelmatig. Met name deel 9 valt bij leerlingen goed in de smaak, maar
vanwege die prachtige
Psalm 8 wil ik ook deel 8 graag aanbevelen."
Kerk &
Muziek September/Oktober 1996 Rubriek
onder de Loep recensent:
Dick Sanderman
Voorspelen bij alle psalmmelodieën deel II
Met bewonderenswaardige ijver blijft Willem van Twillert
psalmbewerkingen produceren.
De serie "Orgel", uitgegeven door Willemsen, is voltooid: op 13 april
verscheen deel 10, waarin werk van Van Twillert, Henk
Gijzen, en Dick Koomans is opgenomen. Zonder Willemsen is Van Twillert
nu, onder de paraplu van z'n eigen Stichting POP, begonnen aan een
vijfdelige serie met voorspelen voor alle psalmmelodieën. Deel
2
verscheen in maart, deel 3 werd gelijktijdig met juist genoemde
Willemsen-uitgave Orgel 10 gepresenteerd; deel I is inmiddels ook
verschenen. De delen 4 en 5 moeten volgens de uitgever
vóór 1998 verschijnen. Dat klinkt nog heel ver
weg, maar
het betekent toch dat deze nieuwe serie uiterlijk volgend jaar compleet
moet
zijn.
De uitgangspunten die Willem van Twillert bij het maken van deze
voorspelen heeft gehanteerd, staan achterop de boeken afgedrukt. De
moeilijkheidsgraad moet laag blijven, de bundels zullen een grote
afwisseling aan vormen en stijlen moeten bieden, alles moet speelbaar
zijn op een éénklaviers orgel met aangehangen
pedaal, de
psalmmelodie moet herkenbaar zijn, het tempo van het voorspel moet
overeenkomen met het tempo van de te zingen Psalm. Aangegeven zal
worden hoe een voorspel kan worden ingekort tot een
intonatie.
Wie zichzelf aan zoveel regels onderwerpt, kiest niet bepaald de weg
van de minste weerstand. Dat de gekozen doelstellingen niet overal
wordt waargemaakt, is dan ook niet verwonderlijk. Uitgaande van een
éénklaviers orgel met aangehangen pedaal valt er
weleens
een melodienoot uit de linkerhandpartij weg omdat de desbetreffende
toon al in het pedaal wordt gespeeld. (o.a. in Psalm 34, 39, 43); in
Psalm 42 ontstaan ongewenste accoordliggingen als de bas op een
aangehangen pedaal zonder 16 voet, wordt gespeeld. Laatstgenoemd
voorspel is overigens een verkorte versie van het trio dat eerder in
Orgel II
(Willemsen 793, pag. 9/10) is verschenen. Zo is ook Psalm 33 een
simplificatie van de Fanfare uit de Ars Nova-uitgave "Muziek voor de
Eredienst"
Het schrijven van muziek met een lage moeilijkheidsgraad beperkt de
expressiemogelijkheden van de componist. Ook de speelbaarheid op een
éénklaviers orgel met aangehangen pedaal is een
beperkende factor. In tegenstelling tot zijn leermeester Klaas Bolt,
die grote vraagtekens zette bij de gangbare opvatting dat voorspel en
gemeentezang hetzelfde tempo moeten hebben, heeft Van Twillert zich
wèl de beperking opgelegd dat het tempo van het voorspel
moet
overeenkomen met het zangtempo. Het resultaat van al die beperkingen
is, dat Van Twillert in deze voorspelen een wat andere muzikale taal
spreekt dan we uit vorige publicaties van hem gewend zijn. Het aan Bolt
verwante, klassieke idioom heeft plaats moeten maken voor een veel
minder persoonlijk getint klankgemiddelde. De min of meer universele
stijl waarin intonaties gewoonlijk gemaakt worden, vaak uitgaande van
een fugatische of canonische opzet, treffen we in deze bundel
veelvuldig aan. Functioneel, maar vaak ook een tikkeltje saai en
steriel. De beloofde verscheidenheid aan stijlen komt niet echt uit de
verf.
Ik heb gemerkt dat gevorderde spelers die met veel genoegen de vorige
Van Twillert-bundels gebruiken, enigszins teleurgesteld reageren nu
deze nieuwe serie niet biedt wat ze hoopten: nieuwe voorspelen in het
vertrouwde idioom. Juist voor mensen die de Van Twillert's vorige
bundels wat moeilijk vonden, bieden de nieuwe uitgaven daarentegen veel
bruikbaar materiaal. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de open
kwinten waarmee Van Twillert nu en dan werkt als begeleidingsklank
(Ps. 35, 46, 56); dan nog blijft er veel over wat aanschaf van deze
bundel ten volle rechtvaardigt.
De lengte van de voorspelen varieert van twee systemen tot twee
pagina's. In de langere voorspelen zijn middels het woord FINE een of
meer plaatsen aangegeven waar ook
geëindigd kan worden. Om te voorkomen dat in sommige
voorspelen
zou moeten worden omgeslagen, is in deel II tweemaal een pagina
opengelaten. Als
bladvulling zijn daar foto en dispositie afgedrukt van het
Hildebrandt-orgel in Störmthal (door Bach in
1723 gekeurd) en op de tweede open pagina de klaviatuur van het
Bach-orgel in Arnstadt (waarbij overigens de plaatsnaam Arnstadt niet
wordt vermeld).
Voor de 37 pagina's die wèl met muziek gevuld zijn betaalt u
f
22,50, een alleszins redelijke prijs voor zo'n goed gevulde en keurig
verzorgde
bundel.
Deel III kost 2 gulden méér, bevat 4 pagina's
méér muziek, maar biedt bij Psalm 82 dezelfde
twee
voorspelen die reeds in deel II als voorspelen voor Psalm 46 waren
gepubliceerd. Een vreemde gang van zaken: bij Psalm 3 wordt verwezen
naar Psalm 70 (in ditzelfde deel
III) of naar Psalm 17 (in het nog niet verschenen deel I); waarom dan
bij Psalm 82 niet gewoon verwijzen naar Psalm 46 in deel
II? Het opnieuw afdrukken van dezelfde voorspelen bij een andere psalm
doet een beetje goedkoop aan. Voor het overige sluiten
moeilijkheidsgraad en klankidioom van deel III naadloos aan op deel
II, meer van hetzelfde, om een uitdrukking van Van Twillert te citeren."
[Opmerking WVT: De opmerkingen van Sanderman in deze recensie zijn
zoveel
mogelijk meegenomen voor de volgende delen. Zo zijn er bijvoorbeeld
geen
afbeeldingen meer geplaatst als bladvulling om zodoende te voorkomen
dat er
tijdens een voorspel moet worden omgeslagen.]
TROUW
19-04-1996 Psalmvoorspelen band II recensent:
Christo Lelie
Onder de organisten die op zondag de eredienst begeleiden in de
protestantse
kerken bevindt zich een groot aantal amateurs. Hoewel die deels goed
opgeleid
zijn, zijn met name in kleinere gemeenten organisten beperkt in hun
mogelijkheden.
In het gunstigste geval weten zij dat zelf en zullen zij eenvoudige en
kant-en-klare voorspelen zo goed mogelijk trachten weer te geven. In
het
ongunstige geval broddelt een overmoedige organist zelf al
improviserend zijn
voorspelen aan elkaar, zich niet storend aan harmonische wetten, vorm
en
stijlprincipes, of het tempo en karakter van het te zingen lied, al of
niet met
gevoelige accenten.
Of deze laatste categorie organisten geïnteresseerd is in de
vijf bundels
'Beknopte voorspelen over alle psalmmelodieën' van Willem van
Twillert, lijkt
mij niet aannemelijk, al zouden ze er goed aan doen deze te bestuderen.
Hierin
is namelijk soberheid troef. Voor de vakmusicus, die zelf verantwoord
kan
improviseren, zijn deze inleidingen ook niet aantrekkelijk, omdat ze te
gemakkelijk zijn.
Voor de gemotiveerde amateur daarentegen die alles op alles wil zetten
zijn
voorspelen muzikaal verantwoord, beknopt en effectief te maken zijn de
bundels
van Van Twillert niet alleen een goudmijn, maar ook een goede
leerschool.
Bovendien zijn ze een toegankelijker alternatief voor de vaak nogal
dissonante
voorspelen in de overigens voortreffelijke en nog altijd veelgebruikte
bundel
orgelbegeleidingen en -voorspelen van de 150 psalmen door George Stam.
Onlangs werd deel II (Psalm 31 - 60) van de Beknopte Voorspelen
uitgegeven.
De inleidingen zijn bijna allemaal niet langer dan
één pagina en zijn te kort
om als een zelfstandig 'Çhoralvorspiel' te worden
uitgevoerd. Van Twillert
richtte ze zo in, dat ze te spelen zijn op een
één klaviersorgel met een
aangehangen pedaal. Registraties, tempo-indicaties en dynamische
voorschriften
ontbreken, het is dus aan de organist om op basis van het tempo van de
samenzang, de grootte van de gemeente, de mogelijkheden van zijn orgel
en de
tekst van het in te leiden psalmvers verantwoorde keuzes hierin te
maken.
Van Twillert bedient zich van een tonaal, en open klankidioom, dat
merendeels
meerstemming is. Ook komen simpele begeleidingsvormen met bourdonbassen
voor.
Complexere en strenge polyfone (fuga's) komen echter, in bundel II
althans, niet
voor. Sommige inleidingen zijn zo schools eenvormig, dat ze een beetje
saai
zijn. Enkele inleidingen springen er echter uit door een bijzonder
stijl of
vorm. Zo krijgt Psalm 46 een 'Litanie' als inleiding, die Van Twillert
ongetwijfeld bij Marcel Dupré vandaan heeft.
Apart zijn ook Psalm 53, met een laatmiddeleeuwse kleuring, of Psalm 42
en 58
met een aan het Rococo ontleende zwierigheid.
Naast de psalminleidingen bevat deze bundel ook twee pagina's met
afbeeldingen
en beschrijvingen van twee historische Duitse orgels. Dit is een
aardige
bladvulling, maar de bedoeling ervan ontgaat me, is dat wellicht een
leerzame
verpozing van de organist tijdens saaie preken?"
Reformatorisch
Dagblad 8 maart 1996 Titel: Van Twillert
recensent: Dick Sanderman
Zestien jaar geleden maakte Willem van Twillert in de
Grote-of St.-Stevenskerk
te Nijmegen opnamen voor een grammofoonplaat, die onder de titel
"Musicq
voor het Orgel" verscheen. Niet alles wat op 15 januari 1980 werd
opgenomen, kwam daadwerkelijk op de plaat terecht: de speelduur van een
lp was
nu eenmaal beperkt tot zo'n 45 minuten. Bij VLS verschijnt nu een cd
waarop het
repertoire van de plaat werd aangevuld met destijds niet gebruikt
materiaal tot
een programma met een speelduur van 67 minuten. Op de 34 tracks zijn
twaalf
korte stukjes, een driedelige Sonate en een thema met achttien
variaties
vastgelegd. Aldus heeft Willen van Twillert alle gelegenheid om de
klankkleuren
van het König-orgel in alle verscheidenheid te demonstreren.
Mensen laten horen hoe mooi zo'n orgel is, hoe onuitputtelijk de
registratiemogelijkheden zijn: dat is een van de drijfveren van de
Amersfoortse
musicus. Een ander kenmerk van Van Twillert is zijn onvermoeibaar
speuren naar
onbekende muziek. Beide eigenschappen zijn op deze VLS-cd terug te
vinden. Niet
helemaal onbekend zijn de koralen van Oley en de trio's van Sorge, maar
ook die
behoren allerminst tot het ijzeren repertoire dat al op tientallen
andere cd's
beschikbaar is. Feestelijk is de opening met vijf fanfares uit de
anonieme
bundel "Musicq voor het orgel" uit 1763, waaraan de cd haar naam
ontleent. Onvoorstelbaar dat muziek die er op papier zo onbeduidend
uitziet,
toch zo imposant kan klinken wanneer ze door vaardige handen gespeeld
wordt op
een orgel dat ervoor gemaakt lijkt te zijn.
Die verwondering komt bij het beluisteren van deze cd herhaaldelijk
terug. De
opgenomen composities zijn voor het merendeel geen grote meesterwerken,
maar o,
wat klinken ze mooi op dat König-orgel! Die fluiten
in het Andante uit de
Sonate van Mossmayer: zijn het geen juweeltjes? Die zoete strijker als
begeleiding in "Der Tag ist hin" van Oley: heerlijk toch? Voor mensen
die simpelweg kunnen genieten van een mooie orgelklank, is deze cd een
echte
aanrader.
1995
Organist & Eredienst december 1995 (Thans
Muziek &
Liturgie) Chr. H. Rinck (1770-1846): koraalvariaties, band VIII, (48
pag.), X (40 pag.) en XI (68
pag.). Ed. Willemsen Huizen, nr 911, 986 en 967. Recensent: Bert
Wisgerhof
"De drie hierboven genoemde bundels verscheen onder redactie van Willem
van Twillert in de reeks "Organisten uit de 18e en 19e eeuw". Rincks
koraalvariaties verschenen tussen 1832 en 1840 in de "Choralfreund",
een jaarlijks uitgegeven bundel waarop ingetekend kon worden. Het zijn
composities in de zogenaamde "gebonden stijl", d.w.z. dat bij elke
variatie het aantal stemmen een vast gegeven is. Rinck hanteert nog
polyfone vormen (0.a. canons) en vermengt deze met een voor de vroege
Romantiek typerende harmonie. dat blijkt uit de harmonische
uitwijkingen en het toepassen van chromatiek.
In de drie nu opnieuw uitgegeven bundels (deel IX ontbreekt nog) zijn
zevenentwintig variatiereeksen te vinden op melodie:en die zonder
uitzondering in het Liedboek voor de kerken te vinden zijn. Daarbij
moet wel bedacht worden dat Rincks composities in de Biedermeier-tijd
ontstonden. Hij gaat uit van een isoritmische melodie. In de
koraalzettingen noteert hij in kleingedrukte noten tussenspelletjes
tussen de regels, die overigens veelal zonder bezwaar achterwege
gelaten kunnen worden. In Rinkcks tijd bestonden er in Duitsland van de
melodie:en van de kerkliederen verschillende versies. Rinkc voegde om
die reden in zijn variaties ook de belangrijkste melodie-varianten toe.
Van Twillert doet dat nu opnieuw en geeft bij een aantal variaties de
melodievariant van het Liedboek, bijvoorbeeld in "Dir, dir, Jehova,
will ich singen"(Gez. 479), "O dass ich tausend Zungen hätte"
(Gez. 297): "Ein Lämmlein geht und trägt die schuld"
(Gez.
187), "Alle Menschen müssen sterben" (Gez. 445) en "Gott ist
mein
Lied" (Gez. 322).
Dankzij deze varianten kunnen Rinck variaties in het kader van de
eredienst gebruikt worden, zonder dat kerkgangers wat de melodie
betreft op het verkeerde been worden gezet.
In de Inleiding citeert Van Twillert uit Rincks methode, waar het over
legato-spel, voordracht en tempo, versieringen en registratie gaat.
Interessant is deze uitgave met name voor organisten die een
negentiende-eeuws instument bespelen. Ook voor onderwijsdoeleinden
kunnen deze uitgaven hun waarde bewijzen. bijvoorbeeld als kennismaking
met vroegromantische Duitse muziek en als voorbereiding op stukken van
Mendelssohn.
Rinkcs muziek is degelijk, maar klinkt nogal braaf. Ook hij was immers
een kind van zijn tijd. Het is aardig het zo af en toe te horen, als
het maar niet te vaak is.
De bundels zijn keurig verzorgd uitgegeven."
TROUW
6 juli 1995 CD
Willem van Twillert speelt eigen werk I recensent: Christo Lelie
Titel: "COMPONEREN MET DE GROTEN IN HET
OOR"
Er werd in deze recensie ook aandacht besteed aan een cd van Paul
Kieviet (Lindenberg
MACD 07). De recensie begint met het slot van de cd van Paul Kieviet:
("...De orgels zijn fraai de opname is onberispelijk en Kieviets idioom
staat verrassend dicht bij dat van zijn voorbeelden)
Een vergelijkbare uitgave maakte Willem van Twillert (Festivo FECD 126)
op het
Hinsz-orgel in de Bovenkerk te Kampen. Ook bij hem staan de
koraalcomposities
uit zeventiende en achttiende eeuw model. Vooral in zijn variaties op
Psalm 134,
toont hij een veelheid aan technieken. Zo te horen ligt zijn voorbeeld
bij
Duitsers uit de late achttiende eeuw, wier stijl vaak speels en
uiterlijk is,
zoals Kittel, Kellner of Marpurg. Composities van deze componisten zelf
zijn te
vinden op een aantrekkelijk cd MUSICQ VOOR ORGEL (VLS
Records, Beilen, VLC0794) die Van Twillert op het Hinsz-orgel
in de
Petruskerk te Leens opnam.
Terugkomend op Van Twillerts eigen composities: deze gaan soms de
Zwart-kant op,
zeker wanneer hij zich van canons bedient of wanneer hij monumentale
zettingen
maakt, zoals van psalm 98."
de
Orgelvriend, april 1995 Recensie: WvT speelt eigen koraalbewerkingen I
Kampen
Recensent: Wim van der Ros
"Willem van Twillert is voor velen onder ons geen onbekende. Op de
landelijk orgeldag in Ede verzorgde hij destijds een lezing met
klankvoorbeelden over o.a. liedbewerkingen met tegenstem.
Het afgelopen jaar verscheen bij Festivo in Amersfoort zijn eerste CD
met uitsluitend koraalbewerkingen, gebaseerd op de 18e eeuwse
muziekpraktijk. Zoals hij in het booklet schrijft: "...de muziektaal
(het klankidioom), de vorm, de harmonie, de speelwijze enz. zijn in de
stijl van de periode 1700-1800. Het ritme van de melodieën
daarentegen wordt in ere gehouden." Daarbij geeft hij aan dat destijds
in de Nederlanden met name iso-ritmisch werd gezongen. "Het zou tot het
midden van de 20ste eeuw duren voordat de psalmmelodieën weer
op
grote schaal werden gezongen op de manier zoals het de opdrachtgever
(van het Psalter) Calvijn voor ogen stond, namelijk met het
oorspronkelijke ritme." Van Twillert haalt Daniël Gottlieb
Türk aan over de mogelijkheden van het bewerken van een
koraalmelodie, waarmee hij ook zijn eigen werkwijze onderstreept.
Op boeiende wijze presenteert Van Twillert zijn liedbewerkingen. Zijn
bij iedere psalm of lied treffend gekozen thematiek wordt consequent
doorgevoerd in de diverse barokke bewerkingsvormen. Daarbij is het voor
de hoorder aan te raden één of meer van de
bundels
koraalbewerkingen aan te schaffen die van de hand van Van Twillert zijn
uitgekomen bij Editie Willemsen te Huizen. Hierdoor wordt het volgen
van de thematiek een nog boeiender (en leerzamer!) aangelegenheid.
Verassende thematiek gaat gepaard met dito registraties. Dat Van
Twillert het Kamper orgel uitkoos is niet verwonderlijk. In oorsprong
gebouwd in het midden van de 18e eeuw, kan het ons werkelijk verrassen
in o.a. zijn vele c.f. mogelijkheden. Van Twillert buit dit dan ook ten
volle uit. Een rijke verscheidenheid aan tongwerken en andere
labiaal-c.f.'s wordt ons voorgeschoteld. Een aantal in het booklet
aangegeven registratievoorbeelden geeft ook van Twillert's zienswijze
over het kleurrijke registergebruik hierbij. De registeraanwijzingen in
de genoemde bundels van Editie Willemsen zijn logischerwijs beperkter.
Binnen een bewerking worden de diverse stemmen zeer herkenbaar
tegenover elkaar uitgeregistreerd, waarbij soms een krachtige
pedaalbezetting een bijzondere plaats heeft. Knap is het om dan - zoals
in bijv. de derde bewerking van Psalm 138 - zowel melodie, tegenstem
als pedaalbegeleiding prachtig gecoloreerd helder te laten uitkomen.
Het barokke spel van Van Twillert kan als 'lichtvoetig' worden
betiteld. Schijnbaar moeiteloos en met gemak presenteert hij virtuoos
alle werken. Heldere articulaties gepaard gaande met frisse
registraties geven alle werken een transparant beeld. Het gaat je
steeds meer boeien. Zeg je weleens na een CD beluisterd te hebben, "nu
even niet meer", dan overkomt je (mij althans) dit bij deze CD niet.
Hij vraag als het ware om herhaling. Eén registratie (lied
279)
met een te zangrijke stem is voor mij de enige negatieve uitschieter
van deze CD.
De verscheidenheid in bewerkingen, thematiek en registraties is een
keurmerk voor Van Twillert, waarmee hij een unieke plaats op de
Nederlandse koraalbewerkings-landkaart inneemt. Een school die wat mij
betreft ook navolging verdient. En in dat kader verdient deze CD zeker
een plaats in de 'Orgel-CD-top-10'. Een CD die, in samenhang met de
genoemde bundels van Editie Willemsen, ook uitstekend studiemateriaal
vormt.
U begrijpt dat ik deze CD van harte kan aanbevelen."
Reformatorisch
Dagblad 10-02-1995 N.a.v.
"Musicq voor het orgel" Hinsz-orgel Petruskerk te Leens Recensent: Drs.
J.A. van Pelt
"Het prachtige Hinsz-orgel uit 1733 in de Petruskerk te Leens kan
worden gerekend tot de mooiste orgels van ons land. Op deze cd "Musicq
voor het orgel" bespeelt Willem van Twillert dit unieke instrument in
een fraai programma met composities uit het eind van de zeventiende tot
het begin van de negentiende eeuw. Van Twillert levert hiermee een warm
pleidooi voor deze minder bekende periode die de schakel vormt tussen
Barok en Romantiek. De achttiende eeuwse, zogenaamde "galante stijl",
kenmerkt zich onder meer door sierlijkheid en lichtvoetigheid. Terwijl
in de Barok de polyfonie hoogtij vierde, krijgt in deze periode de
melodie steeds meer aandacht. Volkomen terecht komt deze stijl de
laatste jaren steeds meer in de belangstellling te staan, mede dankzij
cd's als deze.
Een groot deel van het programma is opgebouwd uit koraalbewerkingen van
componisten als Adlung, Kellner en Marpurg, afgewisseld met twee
praeludia van Kittel, een lichtvoetig Concerto van Gerber en enkele
trio's van Sorge en Rembt. De Barok komt aan bod in drie verzen over
"Ach wir armen Sünder" van Weckmann, waarin onder meer de
prachtige Cornet 2' van het pedaal te beluisteren is. Van Schneider,
een Bachleerling, horen we het Praeludium und Allabreve G-dur, waarin
het compositorisch vakmanschap van de leermeester doorklinkt. Het
programma wordt waardig besloten met Einleitung, Thema und
Variationen van de vroeg-romanticus Hesse.
Van Twillert speelt smaakvol, gevarieerd, vitaal en steeds duidelijk
gearticuleerd. Daarbij houdt hij goed rekening met de gunstige
akoestiek. De prachtige soloregisters dulciaan, vox humana, sexquialter
en nasard dragen in hoge mate bij tot de charmes van het orgel. Maar
het is vooral ook het heldere en doorzichtige plenum dat substantieel
bijdraagt tot de internationale faam van dit beroemde werk van Hinsz.
Het booklet verschaft interessante informatie, met goede foto's en
afbeeldingen. Helaas ontbreken de registraties."
1994
Groninger
Dagblad/Drentse Courant
25-11-1994 Gedeelte geselecteerd uit: "Ook in Beilen wordt..." (over
'Leens Musicq voor het orgel'
Recensent: Jan Misdom
"(...) van een andere VLScd, een heruitgebrachte analoge opname in de
Petruskerk van Leens, heeft de opnametechnicus Hans van Laar duidelijk
oor gehad voor het brutale geblaf van het Hinsz-orgel. Het wordt lekker
op z'n staart getrapt door organist Willem van Twillert. Voor nog geen
vijftien gulden kan men in het bezit komen van deze plaat die een ode
is aan de oersoep van de Noordeuropese orgelcultuur."
1993
Reformatorisch
Dagblad 22-01-1993 over Partita over Psalm
134 en 140 recensent: C.H.van Dijk
Willem van Twillert is een vurig pleitbezorger van muziek uit
de
zeventiende en achttiende eeuw. En dat niet alleen verbaal. Hij voert
ook regelmatig de daad bij het woord. Onder meer door het (opnieuw)
uitgeven van bijna vergeten composities uit die periode. Het mag dan
ook geen verwondering wekken dat, wanneer Van Twillert de pen ter hand
neemt om zelf wat noten aan het papier toe te vertrouwen, ook dan de
barokke stijl letterlijk de boventoon
voert.
De inmiddels 40-jarige Willem van Twillert studeerde aan het Sweelinck
Conservatorium, onder meer bij Piet
Kee.
Daarna volgden nog diverse specialisaties, waaronder een cursus
stijlimprovisatie bij - hoe kan het ook anders - nu wijlen Klaas Bolt.
Van Twillert heeft een voorliefde voor de partita-vorm. Een vorm
overigens die uitermate geschikt is als inleidend orgelspel voor de
eredienst en waarvan de individuele variaties goed bruikbaar zijn als (
uitgebreid) voorspel. Bij uitgeverij Willemsen liet hij (in
samenwerking met de "Stichting Promotie
Orgelprojekten") de afgelopen tijd twee partita's het licht zien.
Eén over Psalm 134 en één over Psalm
140."
Beide partita's vertonen op diverse punten overeenkomsten.
De componist gaat daar in z'n voorwoord bij Psalm 140 ook op in. Zo
bevatten beide reeksen nogal wat tweestemmige variaties, waarbij op
vakkundige en muzikale wijze wordt gespeeld met het breken van
drieklanken. Verder ontbreekt in beide partita's de fuga-vorm niet.
Trio's en vierstemmige variaties, met daarbij de cf [melodie toevoeging
van
webmaster) in alle denkbare stemmen, zijn er te kust en te keur.
Kortom: zeer bruikbare muziek voor huis en eredienst. Met daarbij de
kanttekening dat een orgel met twee klavieren en pedaal voor sommige
variaties vereist is (voor andere variaties is een eenklaviers orgel
zonder pedaal voldoende). En er dient nauwgezet gestudeerd te worden!
Bij dit soort muziek is een fout nu eenmaal veel opvallender en dus
pijnlijker dan bij veel homofone (merendeel romantische) muziek,
waarbij het vaak niet op een nootje meer of minder aankomt."
Ook Van Twillert wordt blijkbaar wel eens geconfronteerd met slordig
spel, gezien de pinnige opmerking over een correcte vingerzetting in
zijn voorwoord bij Psalm 140. Dat de speler voor een correcte
vertolking enige affiniteit met het gehanteerde klankidioom dient te
hebben, moge duidelijk zijn. Prijs 21,75
gulden.
1985
Reformatorisch
Dagblad 11 januari 1985 Titel: (geen) Bespreking van KLAVARuitgave (In
notenschrift uitverkocht)
recensent: G.J.M de Graaf
Ter gelegenheid van de herdenking van de
geboortedag van de
uitvinder van
Klavarskribo, Cornelis Pot, kreeg het Instituut Klavarskribo van de
redactie van de Roerfluit - muziektijdschrift voor klavar-organisten -
een origineel presentje in de vorm van een bundel composities van
Willem van Twillert. De bundel verdween in Slikkerveer ogenblikkelijk
in de drukkerij en werd in december voor klavar-spelenden op de markt
gebracht. Vermeldenswaard is, dat de
klavarnotatie in een eerder stadium gereed was dan de uitgave in het
traditionele
schrift.
Zes Psalm- en drie Liebewerkingen zijn te vinden in het 36 pagina's
tellende boekwerkje. De voor het merendeel vanuit de
improvisatiepraktijk ontstane composities zijn geschreven in klassieke
stijl, waaronder volgens de auteur moet worden gedacht aan de
improvisatie- en begeleidingskunst uit de achttiende eeuw. Naar mijn
mening is Van Twillert, die o.a. bij Klaas Bolt stijlimprovisatie
studeerde, hier uitstekend in geslaagd. Je zou ook kunnen zeggen, dat
Klaas Bolt er goed in is geslaagd zijn kennis op dit gebied over te
dragen aan eerstgenoemde.
Het totale notenbeeld overziende, zou ik willen spreken van een soort
"Willem van
Hurlebusch-Bolt-effect" , overigens zonder ook maar iets af te doen aan
muzikale gaven, die de componist zijn toebedeeld. Ik denk, dat dit nou
zo'n bundel is, die op de speeltafel van iedere organist thuis hoort,
Bij alle moderne en romantische muziek een verademing, zoals de
vijfdelige partita over psalm 30, waarvan met name het Quatuor blijkt
geeft van grondige bestudering van het 18e eeuwse
orgelmétier
door de componist. Van harte aanbevolen. Cat nr. 2476. Prijs f 19,50."
NB de notenuitgave verscheen bij Lindenberg Boeken & Muziek te
Rotterdam. Deze uitgave is al jaren uitverkocht en zal niet worden
herdrukt. Diverse koraalbewerkingen zijn soms in iets gewijzigde vorm
heruitgegeven in andere bundels.
Wil men meer weten? Mail dan naar: twillert_organist@hetnet.nl
1983
Veluws dagblad 1983 - Regionaal nieuws - Van Twillert schittert in
vroege orgelromantiek
HARDERWIJK — Gisteravond gaf de Spakenburgse organist Willem
van Twillert een orgelconcert in de Grote Kerk van Harderwijk. De
werken die de organist ten gehore bracht waren grotendeels uit de
tweede helft van de achttiende eeuw.
Begonnen werd met een werk uit 1763 van een anonieme componist.
Martialement en drie fanfares die een zwierig, vrolijk karakter hebben.
Zij werden op kundige wijze ten gehore gebracht. Van Pachelbel speelde
Van Twillert Aria in f kl. met variaties. Dat ook bij Pachelbel
helderheid en duidelijkheid voorop staan was goed te horen in de
diverse variaties.
De concertgever vervolgde zijn spel met Cantabile van
Schmügel. Dit werd op een ontroerend mooie wijze vertolkt, met
de juiste onderlinge stemverhoudingen. Het werkje doet enigszins denken
aan het Cantilene van J. Rheinberger. Een majestueus klinkende Fantasia
van Müller, gevolgd door een subtieler alla breve, liet ons de
schoonheid van het orgel goed horen. Van Twillert gebruikte hierbij een
goed uitgekiende registratie zodat de verhoudingen goed uitgebalanceerd
waren. Van Kittel werden drie variaties ten gehore gebracht over: "Wer
nun den lieben Gott läszt walten”. De variaties
waren totaal verschillend van elkaar, waarbij vooral tweede opviel door
zijn driedelige karakter, wat het een walsachtig karakter gaf.
Zangerig
Het trio van Vierling kenmerkte zich door het heldere fluitwerk met een
wat zangerige begeleiding en de typische klankkleur dle na Bach in
zwang kwam. Van W. F. Bach speelde de organist de Fuga in g moll. De
Invloed van J.S. Bach is bij deze fuga goed te horen. Verder kon het
stuk mij niet zo boeien. Dit was mede te wijten aan de
registratiekeuze, waardoor een wat scherpe klank ontstond. Het andante
quasi allegretto con Variazioni van W. F. Bach’s tijdgenoot
Vierling’ was veel mooier van opbouw. Dit werk zweemt naar de
Romantiek en groeide via drie variaties naar een schitterende finale
toe.
Prachtig
Van Kehl speelde Willem van Twillert het Preludium over ps. 134 met een
prachtige uitkomende stem die licht omspeeld werd. Dat Willem van
Twillert zelf ook kan componeren bewees hij in zijn eigen bewerkingen
over psalm 96 en 121. Een uitbundige Psalm 96 waarbij de organist in de
stijl van het concert bleef en toch: geheel zichzelf was.
Evenzo het gevoeliger Quator over psalm 121. Uit de Romantiek werd
Praludium “Eroica” van G. B. van Krieken gespeeld.
Steeds terugkerende chromatiek in de opbouw kenmerkte hier de tijdstijl
der Romantici.
[Aad Erkelens]
1981
ARS ORGANI Dezember 1981 Johann Schneider (1702-1788):
Orgelwerke.
Erstdruck/Urtext. Mit einem Vorwort versehen und herausgegeven von
Willem van Twillert, X u. 22 S.
Recensent: Hermann J. Busch
Dass das Hauptwerk dieser Edition, die virtuosen Variationen A-Dur, van
Johann Gottlob Schneider (1789-1864) stammt, ist schon bei G. Frotscher
zu lesen. W.v.Twillert zitiert ihn auch getreulich, ohne zu merken,
dass mit den "melodischen Figuralvariationen", die "alle
Registereffekte bis zum Glöckleinton und Vogelgesang" spielen
zu
lassen; eben jenes
Stück gemeint ist, das er wie W. Krumbach (LP Orgelmusik der
Bach-Schüler SCGLX 75902) dem Bach-Schüler Johann
Schneider
(1702-1788) unterschiebt. Dabei lassen Stil wie Quellenlage keinen
Zweifel. Wir haben es hier mit einem typischen Virtuosenstück
des
frühen 19. Jahrhunderts zu tun, das von den Orgelwerken des
Bach-Schülers Scheider stilistisch durch Welten geschieden
ist.
Die vom
Herausgeber des langen und breiten diskutierte Handschrift mit
Registrierungsanweisungen für die Görlitzer
"Sonnenorgel"
geht auf Schneiders Görlitzers Amtzeit 1812-1825
zurück, und
ich kann de Datierung beim besten Willen nur als 1818 oder 1826 lesen;
auf keinen Fall als "1776". Der Notentext enthält zahlreiche
Ungenauigkeiten, bei Var. 4 muss es "Gemshorn 8" und "Gedacktpommer
3 1/5' " heissen, in Var. 7 konnte van Twillert nur "?Horn" entzifferen
und verweist auf das Fakzimile, wo deutlich "Umlaufende Sonn" zu lesen
ist, was der Kenner der Casparini-Orgel leicht deuten kann.
Tatsächlich von Johann Schneider sind das Choraltrio "Mein
Gott,
das Herze bring ich Dir" und das Trio a-moll, das unschwer als Torso
eines zweisätzigen Werks nach Art mancher Krebs-Trios zu
erkennen
ist, von dem nur die langsame Einleitung überliefert ist,
deren
Dominantschluss dem Herausgeber nicht zu denken gegeben hat.