Nieuw positief van Nijsse in Haarlem
Het is altijd een mooi moment wanneer de allereerste ‘officiële’ tonen vanuit een fonkelnieuw instrument een mooi klinkende kerkruimte in worden gestuurd. Gemma Coebergh begon het inwijdingsconcert in de Sint- Josephkerk te Haarlem met Psalm 116 van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621). Haar positief, dat ze op 23 september voor het eerst in het openbaar bespeelde, werd vervaardigd door een driemanschap bestaande uit René Nijsse, Jean Telder en Ries van
Vrouwerff.
In eerste instantie was het de bedoeling een kistorgel voor Coeberghs woning in Haarlem
te maken, maar uiteindelijk mondden de plannen uit in een positief van vijf registers met
aangehangen pedaal.
Tijdens het concert heeft schrijver dezes op diverse plaatsen in de kerkruimte het positief beluisterd. Zoals vaak in fraai klinkende ruimtes,
levert dat interessante en
boeiende klankverschillen op zonder dat de klanksterkte van het orgel noemenswaardig
afneemt. Die ervaring verleent ook het fraaie positief van Metzler in de Sint Joriskerk te
Amersfoort. Het verschil tussen
deze beide positieven is echter dat het instrument te Amersfoort op die ruimte is
geïntoneerd, terwijl
het instrument van Gemma Coebergh is gemaakt als specifiek huispijporgel dat, voor zo lang
het mag duren, in de Sint Josephkerk, de kerk waar Albert de Klerk (1917-1998) 64(!) jaar organist is
geweest, staat opgesteld.
FRONT EN KLAVIATUUR
Het front is verdeeld in vijf pijpenvelden en toont evenwichtig. De brede lijst van
de kappen heeft dezelfde maatvoering als de basementlijst. Een kenmerk van de ontwerper, Jean
Telder, die dit ook ontwierp voor het Nijsse-orgel in
De Open Hof te Soest (zie de Orgelvriend van februari 1998).
Het positief is in een rode kleurstelling geverfd. Bijzonder is dat de klaviatuur en de
stijlen daaromheen in blank eiken zijn uitgevoerd, hetgeen
het instrument een aparte uitstraling geeft. Het klavier is eveneens mooi gemaakt met
fraaie bakstukken en boventoetsen die belegd zijn met been. De boventoetsen verlopen naar beneden toe
gelukkig niet taps (zoals nogal eens voorkomt), maar vlak, zodat de speelruimte tussen
de boventoetsen zo ruim mogelijk is gehouden. De speelaard is verfijnd en subtiel. Trillers kunnen met ‘speels gemak’ tot klinken komen dankzij het uiterst subtiele en
uitgewogen staartklavier. Ook de zit is uitstekend. Het feit dat de lessenaar in het orgel is aangebracht
draagt daartoe bij.
PEDAAL EN WINDVOORZIENING
In eerste instantie was er geen sprake van een pedaal. Nadat de balgen gereed
waren, kwam de wens van de opdrachtgeefster om toch
een pedaal aan te brengen. Omdat de balgen al klaar waren, toog de ontwerper weer aan
het werk om ruimte te zoeken voor de pedaalmechaniek en het wellenbord. Die is uiteindelijk
gevonden door
de kas 5 centimeter te verdiepen. Hiertoe werden de windkanalen omgelegd. De regulateur
van
de motorbalg staat óp in plaats van onder de windmotor. Het positief heeft twee balgen
achter elkaar geschakeld.
De eerste balg (speelbalg) heeft 59 mm waterdruk, de tweede (voorraadbalg) 55 mm.
Wanneer de eerste balg wind vraagt van de tweede balg is
het winddrukverschil zo gering en werken beide balgen zodanig samen dat het lijkt of het
eén balg is. De gordijnsluiters zijn aangepast op een manier die ik hier niet
verklap, dat is het geheim van de meester(s).
De orgelwind gedraagt zich goed, ook bij akkoordenspel; het geheel gaat bij veel windvraag niet valsig klinken of ongeremd heen en weer slingeren, integendeel, het is een fraaie ademende wind.
DE KLANK
De Holpijp 8’ samen met de Trompetregaal 8’ zijn de fraaiste registers. In ieder geval vertonen deze beide achtvoeten de meest interessante klankwerking.
De Trompetregaal 8’ is een juweel van een register: grondtonig en tevens rijk aan boventonen met een snufje Spaanse peper.
De aanspraak en de balans tussen bas en discant is bij alle registers voortreffelijk.
De deling in bas en discant ligt —vrij ongebruikelijk — tussen c1 en cis. Die keuze werd door Gemma
Coebergh gemaakt met
het oog op het spelen van oude Spaanse literatuur. De bas van de Holpijp 8’ is van hout gemaakt (laagste 24 pijpen) en daardoor klinken de akkoorden in de baskant vol en rond,
terwijl de discant wat eigenwijzer klinkt met meer boventoonrijkdom. Bij de uiteindelijke intonatie bleek dat de
klank van de houten pijpen door de werking van de ruimte te vol en donker van klankkarakter werd. Daarom zijn de voetopeningen van de houten pijpen
verkleind waardoor het klankvolume minder werd. Een goede beslissing. Ook de harmonischen (de boventonen) van de Nasard 2 2/3’ werden teruggebracht om interferentie tussen de Holpijp en de Nasard te voorkomen. (Interferentie geeft dan een te snijdend effect tussen de
klank van sommige registers, vooral in de hogere tonen.) In de Spaanse literatuur, waarvoor de opdrachtgeefster een voorliefde heeft, levert dit een mooi ensemble op.
De overgang van houten naar metalen pijpen verloopt overigens rimpelloos. Wanneer je
het positief in de kerkruimte van wat verderaf beluistert, valt op dat de boventonen verrassend toenemen. Meestal zijn
het de bastonen die door de nagalm worden versterkt, hetgeen in het algemeen niet altijd een positief effect geeft. De
Fluit 4', met in
het groot octaaf open pijpen (heel goed gekozen), en de Prestant 2’ voegen zich mooi in de totaalklank.
De discant van de Fluit 4’ evenals de discant van de Nasard 2 2/3’ klinken mij van achter de klaviatuur
iets te ingehouden, maar de reden hiervoor heb ik aangegeven.
Het is een keuze: Of je kiest voor de klank in de kerkruimte, Of je kiest voor de
klank vlakbij de pijp. Omdat het een privé-instrument is, is uiteraard voor dat laatste gekozen.
Dit positief is een mooie loot aan de orgelboom van de firma Nijsse en een verrijking van het
orgelpatrimonium van de orgelstad Haarlem. Zeker voor de vele internationale
orgelstudenten die om de twee jaar Haarlem aandoen, is dit positief een mooi studie-instrument, waarop
flink gewerkt kan worden aan het toucher.
Haarlem, R.-K. Sint-Josephkerk, koororgel
Bouwer: René Nijsse 2001
Dispositie:
Holpijp |
8' |
b/d |
Roerfluit |
4' |
Gr. oct. hout gedekt, v.a. e metaal met roeren, v.a. fis2 conisch open |
Prestant |
2' |
b/d |
Nasard |
2 2/3' |
Gr. Oct. 1 1/3 |
Trompetregaal |
8' |
metalen kelen, onbeleerde tongen |
Pedaal aangehangen
Klavieromvang c-f3
Pedaalomvang c-d1