Boekbespreking: "Orgeln in Niedersachsen"
Soms zijn er uitgaven waarin alles klopt wat je had verwacht. Bij lezing worden je verwachtingen bewaarheid. Vele genoeglijke uren worden dan je deel. In gedachten
neem je je hoed af voor de auteur(s) en fotograaf en vooral voor de orgelmakers. Het naslagwerk
"Orgeln in Niedersachsen" voldoet aan deze verwachtingen.
De foto’s van Volkhard Hofer zijn voorbeeldig. Op de titelpagina staan drie hoofdauteurs vermeld: Harald Vogel, Günter Lade en Nicola Borger-Keweloh, maar, ere wie ere toekomt: het leeuwendeel van de teksten (circa 2/3) is van de hand van Harald Vogel. Ook zijn er bijdragen van vier andere auteurs. Deze opzet verleent het
boek overigens levendigheid. Niet alle orgels die in Niedersachsen staan worden behandeld; in wezen is het een staalkaart van de belangrijkste instrumenten in dit gebied. Nagenoeg elke
stijlperiode is aanwezig: van Rysum, met het oudste bespeelbare orgel van Duitsland
uit 1457 en 1513, tot Cuxhaven (St. Petri) met
het door Gerald Woehl in 1993 gebouwde ‘symfonische orgel’ (zie o.m. de Orgclvriend van november 1997). Harald Vogel koos voor de datering een specifieke symbolentaal in plaats van jaartallen, waardoor veel informatie kon worden samengebald.
Onwillekeurig vergelijk ik dit met het eerste deel van de encyclopedie Het historische orgel in Nederland en betreur dat daarin geen internationale codering,
betreft
het weergeven van disposities e.d. kon plaatsvinden.) Van elk behandeld instrument is een foto,
een gedetailleerde dispositie met vermelding van de jaartallen en bijzonderheden opgenomen, een goed systeem. Er is een uitgebreid notenapparaat en
een gedetailleerd opzoeksysteem op plaats- en persoonsnaam.
Al gebruikend ontstaan er ook enkele kritische kanttekeningen. Zo is in dit geval het opzoeksysteem onhandig,
omdat er niet bij staat op welke pagina de hoofdtekst is vermeld. Bij Arp Schnitger staan bijvoorbeeld 12
regels(!) met paginanummers.
De lezer is dan gedwongen alle paginanummers na te lopen om de hoofdzaken over in dit geval Arp Schnitger
te vinden. Een vetgedrukt paginacijfer had dit opgelost. Jammer is ook dat zelden de jaartallen van de orgelbouwers worden afgedrukt.
De biografische gegevens zijn eveneens te summier.
Harald Vogel is niet alleen een begenadigd organist, maar een evenzo begenadigd spreker en schrijver. Zijn
teksten zijn helder en informatief.
De inhoud van het boek is goed verdeeld in korte hoofdstukken, al opent het moeizaam met als
het ware een inleiding in een inleiding. Maar goed, het boek is gesponsord en dat mag dan een paar bladzijden kosten. Het hoofdstuk ‘Orgelgeschichte in
Südniedersachsen van Vogel (pp. 72-81) wordt gevolgd door ‘Orgeln in Südniedersachsen’, door G. Wurm.
In beide hoofdstukken wordt ingegaan op een belangrijk geschrift dat de orgels in dit gebied beschrijft,
"Organographia Hildesiensis specialis..." van J.H. Biermann, gepubliceerd in 1738. Omdat dit
boek in beide hoofdstukken min of meer opnieuw wordt behandeld door twee verschillende schrijvers, geeft dit een rommelige indruk (als je
het negatief beschouwt), respectievelijk levendige indruk (wanneer je het positief benadert).
De verleiding is groot om allerlei wetenswaardigheden, verbanden en citaten uit het besproken
boek te vermelden. Daarom is een advies om
het boek aan te schaffen niet nodig. Niet alleen de vakorganist, maar ook de vakantiehoudende organist heeft er baat bij. Het
behandelde gebied grenst in
het noorden aan Nederland en in het zuiden aan de Harz en leent zich bij uitstek
voor een bezoekje. Voor de orgelkennis is "Orgeln in Niedersachsen" dan ook noodzakelijke bagage.
Harald Vogel, Günter Lade, Nicola Borger-Keweloh,
Orgein in Niedersachsen.
Uitg. H.M. Hauschild, Bremen 1997
ISBN 3-931 -785-50-5