Boekbespreking: Pereboom & Leijser — Orgelmakers te Maastricht.
De Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg (S.O.L.) heeft een prachtig, 256 pagina’s tellend
boek gepubliceerd over alle orgels die door de orgelmakers Pereboom & Leijser zijn vervaardigd. En dat zijn
meer dan tweehonderd(!) instrumenten. Het boek is gemaakt door Frans Jespers (tekst) Ton Reijnaerdts
(fotografie) en Henk van Loo (archiefonderzoek). Ik aarzel niet deze publicatie aan te raden, ondanks dat
het boek soms sporen van enig haastwerk vertoont en ondanks de constatering dat de tekst van de goed formulerende
Frans Jespers soms niet zo diep graaft als ik van hem gewend ben. Zo is er weinig informatie over de
verschillende constructies van de zwelkast, de technische aanleg in het algemeen, de typische intonatiemethode, en wordt
nauwelijks ingegaan op de variëteit in de kassen. Wil men het Limburgse orgellandschap goed leren kennen, dan is aanschaf een absolute must. Veel florijnen (of Euro’s) kost
het u niet, want het boek is scherp geprijsd (f 35,-). Voor dat bedrag ontvangt u heldere
informatie, op overzichteijke wijze ingedeeld, over onderwerpen als:
Een bibliografie en een register van plaats- en persoonsnamen komen het boek zeer ten
goede, evenals de chronologische indeling van alle ten tonele gevoerde orgels.
Henk van Loo heeft veel archiefmateriaal voor dit boek aangedragen. Het bekend worden dat er
een uitgebreid kasboek bewaard wordt van de orgelmakerij door de familie
Pereboom, was voor de auteurs een inspirerend aanknopingspunt dat veel informatie voor
het boek heeft opgeleverd. De verleiding is groot om allerhande interessante gegevens uit de tekst te destilleren, maar daar is geen ruimte voor. Dat dit
boek een aantal genoeglijke uren zal opleveren, kan ik elke orgelliefhebber verzekeren, ook zij die
minder door de wol geverfd zijn. Ton Reijnaerdts maakte uitstekende foto’s van alle (!) (behalve
die te Semarang) bestaande orgels van Pereboom & Leijser en dat zijn er zo’n tweehonderdvijfenzeventig. Dat de
drukker bij veel foto’s de instelling niet optimaal verzorgde, waardoor ze (iets) minder contrast kregen dan optimaal mogelijk was, (waren de foto’s alle maar zo mooi afgedrukt als Voerendaal H. Laurentius, blz. 109!), vergeet men wanneer men kan genieten van de indrukwekkende variëteit die deze Limburgse
bouwers in hun fronten naar voren brachten. Ook de fraaie positie die Ton Reijnaerdts koos om de orgels op de gevoelige plaat te zetten, draagt daartoe bij.
De variëteit in fronten staat helaas haaks op de fantasieloze, bedenkelijk eenvormige disposities, waardoor eigenlijk alleen de grotere instrumenten
klankjuwelen zijn geworden. Veel van hun kleinere orgels, vooral uit de laatste jaren, klinken als oudbruin bier. Oud-bruin bier, daar moet je zo nu en dan van
genieten en zo is het ook met de Pereboom & Leijser-orgels. Zij hebben te veel hetzelfde soort disposities gebouwd. Instrumenten waar naast een reeks achtvoeten slechts een twee voet is gedisponeerd en soms zelfs geen tweevoet met prestantmensuur, maar een Piccolo 2’, terwijl dan
ook nog de Fourniture (Mixtuur) ontbreekt. Tja, dan kun je maar beter een goed glas Brand bier drinken en naar een beter gedisponeerd orgel van Pereboom & Leijser vertrekken. Deze ervaring had ik bij
het instrument in het kloostercomplex ‘Maison-mère des Soeurs Filles de Ia Croix’ te Luik. Het is een instrument uit
het einde van hun scheppingsperiode. Overigens blijven de Trompetten 8’ en de Cornet van Pereboom &
Leijser steeds mooi gemaakt, zo ook het instrument te Luik dat een fraaie Cornet en Trompet heeft.
Een instrument dat in optima forma model kan staan voor de kleine(re) instrumenten van Pereboom & Leijser is
het orgel te Klimmen. In oktober 1858 leverden zij dit instrument op met één klavier en vrij Pedaal voor f 2100,—. In 1862 werd
het tweede klavier en een pedaalregister toegevoegd voor f 1200,-. In 1895 maakte
een werknemer genaamd Krooren het orgel schoon. Verschueren restaureerde het orgel negentig jaar later onder
advies van Hans van der Harst. Ik maakte ermee kennis tijdens het eerste orgelconcert dat de
kersverse Stichting Orgelkring Voerendaal er organiseerde. Anja Hendrikx en Rob
Waltmans concerteerden overtuigend met een op het instrument toegesneden programma.
Tijdens dit eerste concert was de kerk afgeladen, een bewijs dat de orgelkunst in al haar facetten in Zuid-Limburg
springlevend is. Niet in de laatste plaats is dit te danken aan de Stichting S.O.L., die
jaarlijks een agenda uitgeeft en sponsors kan enthousiasmeren, zoals onder meer de brouwers van
het Brandbier, die zelf ook tot de orgelliefhebbers behoren.
De kas is tijdens de restauratie in 1985 door Verschueren enkele meters naar voren gehaald, zodat
het instrument voor de nis in plaats van erachter kwam te staan. Nu heeft de klankuitstraling
gewonnen aan helderheid. Het is overigens de vraag in hoeverre dit de authentieke
klankgeving te Klimmen heeft beïnvloed. Immers, de oorspronkelijke bouwers zijn na Klimmen
opgeschoven naar (nog meer) grondtonigheid. Hoe dan ook: het instrument te Klimmen klinkt fraai en
overtuigend. De pedaallade is overigens wel op dezelfde plaats gebleven (er zit dus nu ca . twee meter tussenruimte tussen pedaal en kas omdat er ruimte moest blijven om aan de zijkant te komen waar de speeltafel zich bevindt (links, als men naar
het orgel kijkt).
CONCLUSIE
Het is niet lastig om in een nieuw boek elementen aan te wijzen die je als recensent niet bevallen. Wanneer je besluit daaraan in je recensie consequent aandacht te besteden, dan draait
het er nogal eens op uit dat de balans doorslaat naar het negatieve, terwijl in wezen
het boek als een regelrechte aanwinst is te beschouwen. Dit boek over Pereboom & Leijser is
een echte aanrader omdat het zowel als lees- als kijkboek boeiend is.
Frans Jespers, Henk van Loo en Ton Reijnaerdts,
Pereboom & Leijser — Orgelmakers te Maastricht.
Uitg. Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg, Maastricht 1998.
ISBN 90-70807-48-3.
Paperback (256 blz.).
Prijs f 39,90 (excl. verzendkosten).
Te bestellen bij de S.0.L, Hoolstraat 1, 6129 CK Urmond.