Willem van Twillert als kerkorganist
Antwoord van Willem van Twillert op
een enquete van een muziekstudent
Interview met Willem van
Twillert in het IKON-radio-Programma Musica Religiosa op 5-1-2006
N.B. Het kan even duren voordat het
bestand is ingelezen vanwege de grootte: 28MB
Interview met
Willem van Twillert in Amersfoort Nu d.d. 7 juni 2006
Radio-interview met Willem
van Twillert CASA LUNA (2004) , 300e uitzending met
onderwerp 'genieten'
25-jarig jubileum Willem van Twillert in de Johanneskerk
Diverse interviews met Willem van Twillert
Ds. Jaap Gulmans: sfeerimpressie Johanneskerk
Elke zondag worden de diensten in de Johanneskerk te Amersfoort
begeleid.
Link naar de website
van de kerk.
Hij bespeelt er een Van
Vulpen-positief van 5 registers.
Foto links: Hans Wels
Van Twillert:
"Het fraaie moderne kerkgebouw uit 1963 herbergt een
werkelijk schitterende akoestiek. De door de architect Simon van Woerden in
1963 prachtig vormgegeven kerk (in de stijl van het nieuwe bouwen, geïnspireerd
door de architect Gerrit Rietveld) herbergt ondermeer fraaie
kerkramen ( ik noem dit "betongotiek" en ik bedoel het als een
compliment). Ik ervaar het sobere gebouw als louterend voor ziel en oren.
Hoewel het orgel in omvang klein is, vormt dit geen
beletsel voor mij om er fijn op te musiceren. Ook de gemeenteleden zijn verknocht aan het orgelspel. Dit valt ook af te
lezen aan de waardering.
Ik ben in 1979 benoemd . Er werd toen een
vergelijkend examen gehouden tussen vier kandidaten.
De aanstelling geschiedde toen in de rubriek kerkmusicus II. Sinds 1991 mag ik
me verheugen in een vast dienstverband met de honorering uit de eerste categorie
(kerkmusicus I, met max. aantal dienstjaren) volgens de regeling voor de
kerkmuziek".
Het orgel werd vervaardigd door de Gebrs. Van Vulpen te Utrecht en
enige tijd na de oplevering van het kerkgebouw (1963) in deze ruimte
opgesteld. De intonatie is
geheel oorspronkelijk. Stilistisch vormt het instrument zeker een eenheid. Met
name de neobarokke intonatie is hier prachtig. In 1994 zijn de labia
van de frontpijpen verguld door orgelbouwer Ide Boogaard te Rijssen. Verder is
niets aan het instrument veranderd.
Foto links is van Janco Schout.
Dispositie:| Manuaal | C - f''' |
| Holpijp | 8' |
| Prestant | 4' |
| Fluit | 4' |
| Octaaf | 2 |
| Mixtuur | II B/D |
Er zijn al pogingen geweest om het kerkgebouw te slopen, maar gelukkig is
daarvan thans geen sprake meer; integendeel het gebouw is nu geplaatst op de
lijst van toekomstige monumenten. Aanvang dienst 10.00 uur.
Adres Johanneskerk:
Westsingel 30 (bij het stadhuis)
3811 BB Amersfoort
Predikante is: Greteke de Vries
E mail:g.a.devries@planet.nl
Er zijn regelmatig bezoekers die de kans grijpen om Van Twillert als
kerkorganist te horen.
Hij improviseert tijden de eredienst veel. Soms speelt hij ook piano op een
fraaie Hoffmann piano.
De aquarel rechts is van de hand van Maja ten Have

Foto: Janco Schout
Amersfoortse Courant 14 mei 2004 Interview met Willem van
Twillert door Piet van Dijk "Organist gebruikt eigen stem als extra register"
Mensen kopen geen kaartje voor een
kerkdienst, vindt organist Willem van Twillert uit Hoogland. Het is dus
niet de bedoeling dat hij ‘s zondags in de Johanneskerk in
Amersfoort een virtuoos concert ten beste geeft. Alhoewel sommigen daar
wel op hopen, zegt Amersfoorter Jan Slagt als trouw toehoorder.Vaak springt hem een gezang of psalm in de
oren die goed aansluit bij de woorden die in de dienst klinken en daar
gaat hij dan mee aan de slag. Jan Slagt herinnert zich de
maansverduistering in 1999. Dat was voor Van Twillert een reden om de
zondag daarop Claire de Lune (maneschijn) van Debussy te spelen. Van
Twillert: “Mensen zeggen aan het eind van een dienst soms:
Willem, wat speelde je daar nou? Dat vind ik leuk. De muziek heeft ze
iets gedaan, heeft meegespeeld in hun beleving van de viering. Sinds
1979 mag ik hier als vaste organist spelen. Het is geweldig als mensen
je waarderen. En als ze kritiek hebben, hoor ik dat ook graag. ‘t
Is leuk als mensen dat durven zeggen.” De Johanneskerk profileert
zich als een vrijzinnige gemeente, waarin hervormden, remonstranten en
doopsgezinden elkaar gevonden hebben. Een ideaal klimaat voor Van
Twillert. “Vrijzinnig zie ik als: onderzoek alles en behoud het
goede. Laat het maar gebeuren. Leg niet alles vast. Een dienst dient
mensen tot inspiratie. Muziek vervult daarin een belangrijke rol, omdat
het emoties oproept en kan verankeren.” Van Twillert moet het in
de kerk doen met een orgel met vijf registers. Dat zou toch eigenlijk
meer moeten zijn voor een organist en componist van naam in Nederland
en het buitenland met een uitgebreid concertprogramma. Maar nee:
“Dit orgel is een wondertje. Het is vervaardigd en
geïntoneerd voor deze ruimte en de klank past in de sobere ruimte
en juist in die beperking komt het goed over en voel ik me goed. Er
ontbreekt een tweede klavier maar wanneer ik een melodie uitkomend wil
spelen dan gebruik ik mijn eigen stem waardoor de koraalmelodie wordt
geaccentueerd.”
Improviseren doet organist Willem van
Twillert ook graag op concerten. De luisteraar wil steeds verrast
worden, merkt hij. En daarom staan op zijn concertprogramma’s en
op de vele cd’s die hij heeft uitgebracht ook vaak werk van
onbekende componisten, naar wie hij vanuit een onstuitbare
nieuwsgierigheid steeds op zoek is.
Wie Van Twillert wil horen kan elke zondag om 10.00 uur terecht in de Johanneskerk aan de Westsingel 30 in Amersfoort.
Reformatorisch Dagblad 10-02-2003 Interview met Willem van Twillert door Gert de Looze
Willem van Twillert wil met zijn psalmvoorspelen goede gebruiksmuziek aanreiken
Een mooie kwintparallel mag
Voorspelen maken is voor Willem van Twillert vooral
hard werken. "Vaak van 's morgens vroeg tot 's avonds laat improviseren
en schetsjes maken. De buurvrouw snapt er niets van dat het licht op
mijn muziekkamer al om zeven uur brandt." Inmiddels heeft de
Amersfoortse organist de uitgave met voorspelen van alle psalmen
gereed. "Het mooiste compliment? Dat mensen mijn muziek goed kunnen
gebruiken in de eredienst." Van Twillert rondde onlangs zijn reeks
psalmvoorspelen af.
"Zal ik mijn nieuwste werk laten horen?" Het kost weinig moeite Willem
van Twillert tot een klankdemonstratie van zijn Van Vulpen-orgel te
bewegen. Alle registers komen aan bod. Vlot werkt de Amersfoortse
organist zich door de uitgebreide bewerking van Psalm 80 heen, een
manuscript dat uit aan elkaar geplakte A4'tjes bestaat. Het is een werk
met een vroegmoderne toets. Niet direct het idioom waar Van Twillert om
bekendstaat.
De musicus houdt van de werkplek op de tweede verdieping van zijn huis.
"Dat uitzicht op de kerk van Hoogland... Vaak is het licht hier al om
zeven uur 's morgens aan en gaat het elf uur 's avonds uit. Deze
kubieke meter orgel is dan mijn wereld, wat een enorme rust geeft. Ik
ben maar gestopt om de buurvrouw uit te leggen wat me bezielt.
Componeren is gewoon heerlijk, want je máákt iets. Van
eind 1995 tot eind vorig jaar heb ik me voornamelijk met het schrijven
van psalmvoorspelen bezig gehouden. Gelukkig kan ik het me veroorloven
om minder les te geven."
De noten blijken Van Twillert niet aan te komen waaien. "Inspiratie?
Voorspelen maken is voor mij vooral hard werken. Meer transpiratie dan
inspiratie. Vrijwel alle muziek ontstaat al improviserend achter de
klavieren van mijn orgel. Wanneer er iets moois boven komt drijven, leg
ik dat in een schets vast. Later speel ik dit probeersel weer door en
kijk of ik het nog steeds een leuk idee vind. Zo niet, dan belandt het
in de prullenbak. Zie ik er wel iets in, dan werk ik mijn aantekeningen
verder uit en wordt al snel een vorm duidelijk."
De Amersfoortse organist hoort in zijn voorspelen echo's van dertig
jaar kerkorganistschap doorklinken. "In feite dik ik mijn improvisaties
in tot voorspelen, overbodige zaken verdwijnen daardoor. Natuurlijk
volgt een technische screening. Overigens laat ik wel eens een
kwintparallel staan wanneer die mooi is, al vindt niet iedereen dat
juist. Soms heb ik de neiging net als Feike Asma de voetnoot: "Deze
parallel staat hier bewust" toe te voegen.
Rustperiode
Het schrijven van voorspelen bij alle psalmen was voor Van Twillert een
vrij constant proces. "Een enkele keer heb ik een rustperiode van een
paar maanden ingebouwd. Na mijn vierde bundel voorspelen wist ik even
niet meer hoe ik verder moest. Of dat eng is? Nee, inmiddels weet ik
dat er altijd wel weer iets komt. Soms moeizaam, zoals bij Psalm 88,
waar ik bij een van de twee voorspelen heb gekozen voor de vroegste
(van rond 1100) en eenvoudigste vorm: een organumstijl met kwarten en
kwinten.
In mijn hoofd klinkt een compositie prachtig en klopt alles. Totdat ik
het probeer te spelen, dan ben je meteen weer terug in het gebroken
bestaan en blijkt lang niet alles te kunnen."
De organist stelde vooraf grenzen vast. Zijn psalmvoorspelen moesten
aan verschillende criteria voldoen, zoals een eenvoudige speelbaarheid,
herkenbaarheid van de melodie en uitvoerbaarheid op een eenmanualig
orgel. De delen I, IV en V bevatten voorspelen waarin de volledige
psalmmelodie aan bod komt, terwijl in de nummers II en III een deel van
de melodie klinkt.
"De eerste en de vijfde bundel hebben de rijkste inhoud", vindt Van
Twillert. "Verschillende voorspelen uit deze boeken vragen meer studie.
Over het algemeen kan een gemiddelde amateur-organist goed uit de
voeten met mijn voorspelen."
Herkenbaarheid van de melodie staat hoog in het vaandel bij Willem van
Twillert. "De lessen van mijn vroegere liturgiedocent Frits Mehrtens
nemen een belangrijke plaats in mijn denken in. Volgens Mehrtens is een
voorspel bedoeld om mensen een lied in de mond te leggen. Daarom moet
je in een voorspel de melodie niet opsieren -wat in een koraalbewerking
wel kan- of met een soort negentiende-eeuws karakterstuk op de proppen
komen."
Spiegel
Werk van achttiende-eeuwse componisten als Kittel, Homilius en Krebs
diende voor Van Twillert vaak als inspiratiebron. "Aan Bach spiegel ik
me nooit, want diens niveau is voor mij onbereikbaar."
De psalmbundels bevatten echter niet alleen voorspelen in een
achttiende-eeuwse stijl, maar ook veel werken in een romantische
toonzetting "Veel mensen weten niet dat ik bijvoorbeeld graag
symfonieën van Widor speel. Ik heb de achttiende-eeuwse stijl
vroeger bewust gehanteerd en ben door het werk van de meesters uit die
tijd gekropen. Een zinvol leerproces, want componisten uit die tijd
waren ontzettend inventief.
Inmiddels heb ik het pad van de stijlkopie verlaten. Niet voor niets
heb ik voor de cd die voornamelijk psalmvoorspelen uit mijn bundels
bevat, gekozen voor een compromisorgel. In dit Metzler-orgel in het
Duitse Krefeld smelten barokke en romantische klankkleuren prachtig
samen. Overigens staat op deze uitgave ook een bravourestuk in een
zwierige Frans-romantische stijl, de Intrada Nuptial "Wilt heden u
treden".
Ik ben tegenwoordig vooral eclectisch bezig. Poulenc is een van mijn
favoriete componisten. Hij haalde de bouwstenen voor zijn muziek uit
allerlei stijlen en maakte daar iets moois van."
Geen zwaktebod
Dat zijn psalmvoorspelen geen eigentijds klankbeeld hebben, is een
bewuste keus van Van Twillert. "Naar mijn mening hoort
avant-gardemuziek niet in de kerkdienst thuis. Ik kies daarin een
andere weg dan verschillende collega's en mijn conservatoriumdocent
Piet Kee, aan wie ik goede herinneringen bewaar."
Enkele psalmvoorspelen van de Amersfoortse organist, zoals die van de
Psalmen 46, 56 en 80, klinken desondanks een tikkeltje modern door de
open kwinten in de begeleiding. Na reacties van organisten dat ze
dergelijke voorspelen niet in de eredienst konden gebruiken, besloot
Van Twillert deze stijl minder te hanteren. "Ik vind dat geen
zwaktebod. Mijn doelgroep bestaat uit spelers die elke zondag naar de
orgelbank trekken en soms pijn in de buik hebben, die zich afvragen:
Zal het wel lukken? Die mensen wil ik bruikbare muziek aanreiken, op
diverse niveaus. Dat ik elke twee weken een brief of een mailtje krijg
met de oproep door te gaan met componeren, doet me goed."
Willem van Twillert kijkt tevreden terug op het psalmproject. "Het is
goede muziek binnen de grenzen die ik mijzelf had gesteld. Muziek met
een eigen aanpak. Neem bijvoorbeeld het voorspel van Psalm 27. Bij een
kort, eenvoudig voorspel waarin je niet aan de melodie wilt sleutelen
en je niet voor een fugavorm kiest, zijn de mogelijkheden beperkt. Wat
kun je harmonisch dan nog? Ik neem in zo'n geval een kernachtig motief
uit de psalmmelodie en voer die op een naar ik hoop verrassende manier
door verschillende toonsoorten.
Ik val voor een zekere soberheid. De soberheid die ook de muziek van
mijn leermeester Klaas Bolt kenmerkte. Wat hij liet horen, leek zo
simpel. Totdat ik het zelf moest doen"
De musicus heeft na de afronding van zijn psalmenproject overwogen zijn
pen een tijdje neer te leggen. Veel komt daar nog niet van terecht.
"Soms vraagt een leerling om een voorspel over een lied uit het
Liedboek. Het wordt dan bijvoorbeeld veel gezongen, terwijl hij er maar
één voorspel van heeft. Dan ga ik maar aan de slag en ben
er vervolgens vaak dagenlang enthousiast mee bezig. Ik ben gelukkig met
mijn bestaan. Ik geloof dat ik niet ziek behoef te worden om te leren
dankbaar te zijn of om te genieten van kleine dingen."
Mede n.a.v. "Voorspelen over alle psalmmelodieën", door Willem van Twillert; zeven bundels, circa 11,- per stuk.
De cd "Willem van Twillert speelt eigen werk IV", Metzler-orgel, St.-Cyriakus, Krefeld-Hüls; STPOP 2002/2; 17,95.
© Reformatorisch Dagblad, alle rechten voorbehouden
Willem van Twillert meldde zich vele zondagen in de Haarlemse Bavo
Op de handen van Klaas Bolt kijken
"Klaas Bolt fungeerde voor mij als een soort "patron". Hij was
zorgzaam, hield je in de gaten, maar gaf je toch het gevoel dat je kon
doen wat je wilde. Tegelijk bewaakte hij het niveau. Men heeft mij wel
een Bolt-adept genoemd en daar ben ik ook wel eens op afgerekend. Maar
niemand zit op een tweede Bolt te wachten.
"Organist Willem van Twillert uit Amersfoort is zijn leermeester niet vergeten.
"Toen ik een cd van Bolt opzette, schoot ik toch weer even vol."
(Einde inleiding)
Inleiding
De jonge Van Twillert kwam bij de organist van de Haarlemse Bavo
nadat hij zijn conservatoriumstudie in 1978 met succes had afgerond.
Aan het conservatorium studeerde hij bij Piet
Kee, die hij nu nog roemt als een fantastisch docent. Maar tijdens het
laatste deel van zijn studie begon Van Twillert zich toch wat anders te
oriënteren.
In die tijd maakt Van Twillert kennis met Bolts opname van een
"voorbedachte
improvisatie" over Psalm 130. Dat maakte indruk. Niet alleen de term
"voorbedachte improvisatie" was nieuw, ook de stijl en de vorm waarin
de improvisatie was gegoten. Hoewel, nieuw... Klaas Bolt greep in zijn
improvisaties terug op vormen van zo'n 200 jaar geleden, waarbij hij zo
dicht mogelijk aansloot bij de mogelijkheden van het orgel waarop hij
speelde. En dat in een tijd waarin iedere improvisatie en iedere
compositie volgens de vakmensen origineel moest zijn, dat wil zeggen in
avant-gardestijl.
Beetje waterig
Willem van Twillert besloot zijn beurs te gebruiken om bij Klaas
Bolt lessen in stijlimprovisatie te nemen, naast zijn orgellessen bij
Gustav Leonhardt voor de authentieke uitvoeringspraktijk en de
clavecimbellessen bij Anneke
Uittenbosch.
"Klaas had niet veel zin om privé-les te geven, meestal
waren het groepslessen, dan stonden we daarboven bij de klavieren van
het Bavo-orgel en ging bijvoorbeeld een hele les lang over het spelen
op het pedaal. Zoiets gebeurde als hij ergens een orgel had ingespeeld
met een mooie pedaaltrompet. Dan improviseerde hij gerust alleen met
het pedaal. Zijn spel was altijd verrassend en gericht op de
omstandigheden.
Ik probeerde dat ook wel, een beetje in de Krebs-stijl: de melodie op
de voorgrond en daaromheen allerlei variatievormen. Toch klonk dat dan
altijd een beetje waterig. Klaas Bolt had zo'n simpele,
"to the point"-manier van improviseren. Hij was wars van uiterlijk
vertoon, maar z'n improvisaties waren uiterst suggestief. Klaas vond
mijn improvisaties meestal wel goed, maar aan dat commentaar had ik
niet zo
veel. Als hij daarna iets speelde in dezelfde vorm, dan hoorde je toch
zonder woorden het
kwaliteitsverschil. Daar leerde ik ook het meest van: gewoon op z'n
handen kijken. Je leert
ontzettend veel van alleen maar luisteren."
Ziener
De verhouding leerling-meester groeide steeds meer uit tot een vriendschap.
Vele zondagen meldde Willem van Twillert zich bij de Bavo in Haarlem. Dan
kwam hij daar aan op zijn fiets. "Hallo Willem", zei hij dan wel eens.
"Ik heb vandaag niet zoveel zin hoor, doe jij het begin maar". Zo was
hij: niet de autoriteit die het wel even zou vertellen. Hij ging heel natuurlijk
met mensen om. Niks geen gewichtigdoenerij. Dat heeft mij gevormd".
Steeds meer raakte van Twillert er van overtuigd dat in die vriendelijke,
bescheiden Haarlemse speelman een ziener stak, "een echte reformator".
Die eretitel slaat allereerst op Bolt visie op de orgelbouw. "Toen in 1956
het Marcussenorgel in de Utrechtse Nicolaikerk in gebruikt werd genomen, liepen
zo'n beetje alle organisten onder leiding van Lambert Erné hun neobarokke neus
achterna. Dat heeft geduurd tot de bouw van het orgel in de Rotterdamse
Laurenskerk in de jaren zeventig.
Bolt was een van de eersten die tegen die neobarokke principes ingingen.
Hij vond dat je je moet oriënteren op de historische instrumenten. Zo doet
iedere orgelbouwer in Nederland dat nu.
In het verlengde daarvan greep hij ook terug op oude begeleidingstechnieken, zoals
het gebruik van een bovenstem of het laten klinken van de cornet. En dan
natuurlijk zijn improvisaties in oude stijlen. Dat was absoluut "not done".
Eigen weg
Al wil van Twillert de typering "reformator" enigszins
relativeren, de invloed van Klaas Bolt in zijn leven is duidelijk. "Ik heb
veel van hem geleerd. Denk aan al z'n bekende uitgangspunten. Vorm en
registratie horen in een improvisatie bij elkaar. Improviseer altijd vanuit de
kennis van de harmonisatie. Hij legde ook grote nadruk op de voordracht: altijd
vocaal, altijd zangerig. Voor Bolt betekende dat een waardig tempo. Dat
kwam terug in zijn begeleidingskunst: niet de zingende gemeente opdrijven en een
halve maat vooruitspelen, maar een natuurlijke balans zoeken".
Hoe groot z'n bewondering voor de Haarlemse "orgelreformator" ook is,
Willem van Twillert is op diverse punten zijn eigen weg gegaan. Bolt trad in
zijn leven bij honderden orgels als adviseur op, maar zijn leerling heeft zich
daar niet op toegelegd. De Amersfoortse kerkmusicus relativeert het gedragen
tempo van de gemeentezang: voor iedere ruimte en iedere gemeente geldt een eigen
"natuurlijk" tempo.
Muziekuitgaven vormen een ander belangrijk verschil. Hoe vaak Klaas Bolt
in zijn leven ook improviseerde en hoezeer hij daar ook om geroemd werd, hij
heeft nooit z'n eigen werk uitgegeven. Van Twillert heeft er diverse keren op
aangedrongen dat wel te doen.
"Och, dat doen ze maar na mijn dood". zei Klaas dan. "Ik
vind het uitschrijven van die muziek veel te lastig. Elke keer moet je weer
kiezen welke kant je met een stuk op wilt en er is zoveel mogelijk".
Van Twillert doet dat anders: hij heeft inmiddels al een flinke stapel
koraalmuziek uitgebracht.
Fluistering
Van Twillert neemt over zijn muziekuitgaven geen grote woorden in de mond. Hij
zal zijn eigen werk niet op de voorgrond schuiven - wel dat van Klaas Bolt. Want
zoals Klaas dat deed, kan Willem niet improviseren, zegt hij zelf. "Ik
wil iedere musicus aanraden de kunst van het bewonderen goed te leren. Musici
zijn vaak een beetje narcistisch en autistisch bezig. Het is heel gezond om je
licht op te steken bij anderen".
Interview in Bunschoten NU 16, december 1998
door Louis Schuijt
Willem van Twillert is organist in de Johanneskerk in Amersfoort. Hij
is een van de weinigen in Nederland die dat beroepshalve doet. Tijdens
de kerst heeft hij het
druk. Kerstavond is er een kerstviering in de Johannneskerk. Op de
eerste kerstdag is de kerstdienst en op de tweede kerstdag werkt Willem
een orgelprogramma af in de Grote kerk in Harderwijk.
Vanaf 1979 is Willem Van Twillert beroepsorganist. Hij stapte over van
de Noorderkerk in Bunschoten naar de Johanneskerk in Amersfoort, waar
de diensten worden gehouden van drie samenwerkende kerken.
Volgens Willem zijn er niet zoveel beroepsorganisten. Desondanks is er
wel een aparte regeling voor de
beroepsgroep. Willem heeft alle schalen van de regeling en alle
jaarlijkse verhogingen al doorlopen. Recent heeft de kerkenraad
besloten Willem toch nog een extraatje te geven.
Het aantal vrije zondagen werd verhoogd van 5 naar 7. Dat maakt de
positie van Van Twillert alleen nog maar unieker.
Ik doe dat werk met veel plezier. Ik voel me ook helemaal op mijn plek.
Ik kan mijn ei op deze manier volledig kwijt. Veel van het orgelspel is
improvisatie. Het is inspelen op de situatie. Ik zit in een 'flow', er
is nog altijd een vooruitgang te bespeuren. De hele situatie in onze
kerk ontplooit zich steeds verder. Ik merk ook dat ik respect en
waardering krijg. Dat is heel belangrijk voor mij. Het gaat niet alleen
om geld."
Echt feest
Op kerstavond is er een kerstviering in de Johanneskerk. Van Twillert:
"Ik kan iedereen aanraden te komen. Het wordt een gezellige boel. De
kinderen spelen een kerstspel. Dochter Lidewij speelt engel en zoon
Lodewic doet ook mee. Ik geef ondersteuning op het orgel, zodat er een
soort theatereffect ontstaat. Veel daarvan is improvisatie. De hele
avond staat in het teken van creatief bezig zijn. We hebben
wel eens een heel circus gehad. Mensen die een strak georganiseerd
geheel verwachten moeten maar niet komen. Voor ons is het een echt
feest."
Op tweede kerstdag speelt Willem van Twillert op het orgel van de Grote
kerk in Harderwijk. Willem is één van de ongeveer 50
organisten in Nederland die regelmatig een concert geven. Waarom hij
behoort tot een van de meest gevraagden, is een vraag [...]: " Mijn
zeer gewaardeerde collega's zijn minstens zo goed als ik, daar ligt het
dus niet aan. Ik denk dat het te maken heeft met het programma dat ik
bied. Het programma is zo samengesteld dat
zowel de liefhebber als de kenner aan zijn trekken komt. De kenners
weet ik nog steeds te verbazen met een stuk dat ze nog nooit gehoord
hebben. Ik heb een uitgebreide bibliotheek van muziekstukken.
Mijn kennis van orgelmuziek is groot. Voor de liefhebber speel ik de
vlotte, goed in het gehoor liggende nummers zoals het Eerste Kerstlied
{bedoeld wordt de eerste kerstsuite wvt] van Jan Zwart. Ik improviseer
veel. Ik geef er een persoonlijke noot aan. De zoon van Johann
Sebastian Bach schreef het al in zijn boek: ' Von den wahren Art das
Clavier zu spielen' wvt): 'speel niet als een afgerichte vogel maar
speel alsof je telkens opnieuw geroerd wordt door de emoties in de
muziek'. Zo'n concert zit dan ook vol avontuur, vol belevenissen."
Willem van Twillert, benadrukt het ' vrij spelen'. Dat betekent niet
dat hij het leggen van een stevige basis achterwege kan laten.
Integendeel, om een programma in grote lijnen te maken heeft hij twee
dagen denkwerk nodig. Heeft hij het eenmaal in zijn hoofd [dus vele
weken studie om bijvoorbeeld een volledig nieuw programma in te
studeren wvt] dan moet er uitgeprobeerd worden. In een sessie [ter
plaatse] van ongeveer zes uur bereidt hij alles zo goed mogelijk voor.
Zo moet er bijvoorbeeld een speelplan komen voor de bediening van de
registers. Een orgel heeft de registers links en rechts zitten dus moet
iemand hem helpen. Dat doet meestal zijn vrouw [student, vriend of
iemand van de concert-organisatie wvt]. Ook is het zaak de goede
klankkleur te bepalen. Ieder orgel is weer anders. Op een orgel met
dertig registers kan men heel wat combinaties maken. Willem schildert
vanaf een pallet met heel persoonlijke kleuren. "Ik probeer een beetje
naar buiten te brengen wat ik vind van de situatie. Voel ik een
vrolijke, luchthartige omgeving dan gebruik ik veel lichte tonen met
zwierige accenten . Ik vind de kerst een feest waarbij de mensen bij
elkaar komen. Een lichtpuntje in de donkere dagen. In mijn spel komt
dat tot uiting."
Interview in "Amersfoort Nu"
d.d. 10 - 04 - 1996 Titel: 'Bij presentatie beknopte Voorspelen' - 'Willem van Twillert staat op de bres voor organisten'
door Onno Vos
AMERSFOORT - "Het is een soort bezetenheid." Maar waar die
bezetenheid vandaan komt; dat weet Willem van Twiller niet. Hij is
fulltime bezig met het orgel. Hij geeft les, schrijft erover,
componeert en speel natuurlijk zelf. Aanstaande zaterdag presenteert
hij in de Sint Joriskerk de eerste drie delen van zijn Beknopte
Voorspelen.
Hij zal spelen, maar in zijn speech maakt hij ook een statement. "Sommige organisten worden uitgebuit."
In september begon hij met het componeren van zijn eerste versies van
de Beknopte Voorspelen. In elk deel staan dertig muziekstukken die
gemaakt zijn voor de psalmen. Met deel drie is Twillert bij psalm 90
aanbeland. De geboorte van deel vier en vijf laat hij afhangen van het
succes van de eerste drie delen.
Willem van Twillert: "Een van mijn studentes bracht mij op het idee om
met deze serie te beginnen. Zij was gevraagd door haar kerk om zo snel
mogelijk in dienst te treden als organiste. Het spelen was geen
probleem; maar de improvisatie wel. Het is voor mensen soms een mentale
belasting om te improviseren. Dat meisje speelt nu mijn voorspelen."
Zijn ervaring is dat vooral vrouwen moeite hebben met improvisatie.
"Het heeft te maken met het verschil tussen man en vrouw. Een vrouw wil
zekerheid. Mannen doen dingen gewoon en dan zien ze wel wat het wordt.
Een man springt over de sloot, een vrouw gaat op zoek naar de brug."
Bekaaid
Zaterdag wordt het eerste exemplaar uitgereikt aan wethouder De Man.
Willem van Twillert zal ingaan op de ontstaanstijd van de
psalmmelodieën em zijn motivatie en werkwijze voor zijn boeken. In
zijn speech wil hij de positie van jonge organisten aan de kaak
stellen: "Ik heb studenten van rijke kerken. Die onderhouden talrijke
zendelingen en geven de dominees hoge salarissen. Dat is prima, maar de
organist komt er bekaaid af. Een student betaalt per jaar elfhonderd
gulden lesgeld en moet daarnaast voor ongeveer zevenhonderd gulden
boeken kopen. En dan krijgen ze van de kerken een jaarlijkse vergoeding
van hooguit vijfhonderd gulden. Sommigen krijgen zelfs niets. Ik vind
dat alle kosten gedekt moeten worden. Nu worden er organisten
uitgebuit."
Hij benadrukt dat er veel kerken zijn die het wel goed doen. Ongeveer
de helft van de kerken betaalt de onkosten: "Het is vaak onwetendheid.
Een ouderling zegt tegen mij: ik doe het toch ook voor niets. Maar dan
vergeet hij dat een organist per dag wel anderhalf uur moet oefenen.
Voor niets. En het begeleiden van de gezangen vindt men
vanzelfsprekend. Een organist hoort pas iets als het misgaat en het
gekke is dat gemeenteleden het helemaal met mij eens zijn. Het is een
bestuurlijke kwestie."
Cum Laude
Willem van Twillert studeerde in 1978 cum laude af aan het
Sweelinckconservatorium in
Amsterdam. Nu is hij met veel plezier organist van de drie
samenwerkende kerken in Amersfoort. Tevens is hij een van de
redacteuren van het tijdschrift 'de Orgelvriend'. Hij is fulltime bezig
met het orgel. "Het leukste van mijn vak is dat ik kan doen waar ik zin
in heb. Ik kan gaan componeren, onderzoek doen, spelen. Of wat
administratie."
Joe Jackson
Er zijn dagen dat hij geen zin heeft in orgelmuziek. Dan zet hij wat
anders op. Meestal klassiek, maar soms ook Joe Jackson of Jan Akkerman.
"Soms waarschuw ik mijn studenten dat ze niet neerbuigend moeten doen
over popmuziek. Dan zeg ik: zij spelen tenminste nog eigen muziek en
jij zit Bach te coveren."
"Mensen denken soms ook dat ik het uit mijn mouw schud. Maar voor elke
vijf minuten muziek staat tien uur studie. En elke zondag zit ik s
'ochtends om acht uur de liederen en overige muziek van die
ochtenddienst door te nemen. Misschien hoeft het niet maar zo voel ik
me er lekker bij. Natuurlijk is het ook talent, maar je moet altijd
oefenen. De jongens van Ajax hebben talent, maar waarom trainen ze elke
dag? Het is hun vak. Ze moeten scherp zijn en er staan."
In het "Algemeen Doopsgezind Weekblad", Jaargang 59, 20 maart 2004, schreef Ds. Jaap Gulmans een
column over de sfeer tijdens de zondagse kerkdiensten in de Johanneskerk te Amersfoort.
Gulmans ging er op 7 maart 2004 zelf voor.
"EXCITING
Opwinding. Zo'n woord, dat bij mij al gauw het weggetje wil inslaan van
sex. Niet een woord, dat ik ras associeer met een kerkdienst. Tot
afgelopen zondag. Toen ik te gast was bij een kerkvolk, dat me plots in
opwinding bracht. Dat was in de Johanneskerk in Amersfoort. 's Ochtends
was ik zonder veel illusies de trein ingestapt om daar in de dienst
vóór te gaan. Zwart pak aan, de woorden over God en Zijn
heil achter de rode brillenkoker in de binnenzak.
Onder de cadans van de trein werden stukjes gebed geboren. Zonder veel
moeite bereikte ik in de zondagse stilte het centrum van Amersfoort.
Daar lag de Johanneskerk: een hoge, ruime dorpskerk met van binnen
mooie grijze tinten: een fraai wandkleed aan de achtermuur, een
bescheiden preekstoeltje, een orgel en een vleugel aan weerszijden van
de prediker. Tijdens de dienst gebeurden er dingen, waarvan je als
verkondiger alleen maar dróómt. Zo ontwaarde ik de
bijna-emeritus pastor loci als een servus servorum dei (een slaaf der
slaven Gods) in de kerk als zorgzame helper naast een invalide vrouw in
een rolstoel. En door me heen gierde het: van die Nienhuis kun jij nog
heel wat leren... Zo musiceerde de organist zó ontroerend in het
voorspel bij de te zingen liederen dat het even leek, alsof het
Koninkrijk Gods die morgen werkelijk doorbrak in Amersfoort. Er waren
veel mensen in de kerk, vond ik. Natuurlijk: velen waren van de
leeftijd waarop Abram met zijn vrouw vanuit Ur vertrok voor een
verstrekkende cultuurschok. Dus in de zeventig. Maar de middelbare
leeftijd was eveneens royaal present. Religieuze opwinding stopt niet
zo gauw: in die stemming verkerend zag ik ineens op de kansel, hoe
beduimeld en 'geconsumeerd' de bijbel was. Prima toch? Toen we koffie
dronken stroomde een vrolijke groep jongeren binnen uit de jeugdruimte
van de kerk. Op hun gezichten geen spoor van gêne of onwil om in
de kerk te verkeren in plaats van in de disco. Integendeel: een
vrolijke boel en een hartelijk-aandoend engagement, daar bij die
coöperatie van remonstranten, vrijzinnig-hervormden en
doopsgezinden. Thuis kwam mijn opwinding maar moeizaam tot bedaren.
Wat een leuke gemeente! "
Antwoord van Willem van Twillert op een enquête van een muziekstudent
Een student vroeg Willem om een reactie op twee onderstaande
vragen.
Deze en vele andere antwoorden zullen in een scriptie verwerkt gaan worden,
reden om niet de naam van de student nu nog niet te vermelden maar hiermee te
wachten tot de scriptie is gepresenteerd.
Beste organisten,
Op dit moment ben ik bezig met het schrijven van een afstudeerscriptie over de
functie van het orgel binnen de protestantse eredienst in verleden, heden en
toekomst. Voor dat laatste gedeelte, de toekomst, zou ik u enkele vragen willen
stellen.
1) Kunt u kort iets vertellen over de functie die het orgel heeft binnen de
gemeente waar u organist bent?
2) Welke toekomst ziet u voor het orgel binnen de eredienst, zowel in uw eigen
gemeente als daarbuiten?
Uw reacties hoop ik in mijn onderzoek te verwerken
Antwoorden
Vraag I
Het Van Vulpen-positief in de Johanneskerk (Architect: Van Woerden, 1963) is
specifiek op deze kerkruimte geïntoneerd.
Het orgel voldoet uitstekend, ook bij een volle kerk, mede door de fraaie
akoestiek van de kerkzaal. De gemeente zingt graag bij dit bescheiden orgel. Een
luide, zeg maar majestueuze forse klank past niet zo bij het karakter van de
Johanneskerk-gemeente.
Wanneer ik gemeentezang begeleid, speel ik boven de koraalmelodie vaak een
tegenstem, soms wordt zelfs de koraalmelodie achterwege gelaten en wordt er min
of meer volgrepig met akkoorden begeleid met tevens een bepaalde contrapuntische
ritmiek. De gemeenteleden zingen dan als het ware met tegenspel van het orgel.
Dit harmonieert uiteindelijk fraai en is spannend om bij te zingen. Ik probeer
zo veel mogelijk fris te blijven en hoedt me tijdens het improviseren van
voorspelen of vrij orgelspel voor clichés en of (te) vaste patronen.
Soms zijn er liederen die beter tot recht komen als deze op de piano, die ook
aanwezig is, worden begeleid. Ook wordt er, als muziek na de overdenking of
tijdens de dienst van de offerande (zo’n drie tot vijf minuten) regelmatig
gekozen voor de piano. Maar de begeleiding van de gemeentezang wordt met name
met het orgel gespeeld.
Vraag II
Zolang er een gemeente bestaat, zal er ook een orgel staan dat is kort gezegd
mijn stelling.
De ontkerkelijking heeft echter zware tol geëist. De gemeente waar ik sinds 1979
organist ben, met honorering van eerste graad, (een uitzondering voor deze
tamelijk kleine gemeente van circa 380 leden) waardeert het orgelspel in hoge
mate. De eisen die aan de organist worden gesteld mogen hoog genoemd worden. De
sollicitatieprocedure was fair tijdens een vergelijkende proefspel van vier
kandidaten.
Veel is er in de Johanneskerk muzikaal mogelijk. Soms begeleid ik een kerklied
waarvan ik denk, ‘hmm, het kan stijlvoller,…’ maar ik pieker er niet over om met
het vingertje te gaan zwaaien. De geschiedenis heeft anderen en mij geleerd dat
(ook) in de Johanneskerk-gemeente de leden uiteindelijk zelf kritisch zijn en
blijven. Bij liederen die een keer gezongen zijn en iets missen, wordt dit
uiteindelijk niet alleen door de organist, maar ook door de gemeenteleden
opgemerkt en zo komt een minder goed lied of tekst uiteindelijk niet vaak, of
niet meer op de borden. Het uitproberen van nieuwe teksten en nieuwe melodieën
heeft een eigen bekoring en charme en houdt gemeenteleden èn organist bij de
liturgie en bij de les. Is uit proberen van liturgisch materiaal ook niet
onderdeel van liturgie?Hoe dan ook het devies in de Johanneskerk is:
Veel proberen en het goede behouden. Zo blijft de eredienst in het algemeen en
in de Johanneskerk in het bijzonder levendig en spontaan zonder stijlloos te
worden.