Voorspel psalm 7
In het voorspel over de melodie van psalm 7, eveneens in
een laat-romantische stijl, kan men een steeds terugkerend motief horen (ostinato).
De registratie bestaat uit louter labiale achtvoeten op alle klavieren. (zie ook
registraties).
Het werk was al gepubliceerd, maar tijdens deze opname is
dit voorspel al improviserend, met gebruikmaking van enkele aantekeningen,
uitgebreid om zodoende de gehele melodie aan bod te laten komen.
Voorspel psalm 18
De vorm van het voorspel bij de melodie van psalm 18
is geen strakke vorm, maar imitatie van de psalmmelodie speelt in de
verschillende secties de hoofdrol, samen met harmonie en modulaties. Maar die
laatste elementen spelen uiteraard in alle werken een voorname rol.
De melodie klinkt uitkomend en wisselt soms van sopraan
naar tenorligging. Iets dergelijks komt bijvoorbeeld al voor in de
koraalbewerkingen van Heinrich Scheidemann.
Voorspel psalm 19
Het voorspel over de melodie van psalm 19 begint zo
ruimtelijk mogelijk met lage pedaaltonen en een wijd uit elkaar liggende
harmonisatie. Na drie melodieregels klinkt een vrije melodie die als het ware
een melodisch commentaar geeft op de psalmmelodie. Wanneer de eerste drie regels
van de psalmmelodie worden herhaald wisselt de begeleiding van zwelwerk naar
rugpositief.
Er wordt een melodieregel uitkomend een octaaf lager
gespeeld op de Trompet 8’ van het hoofdwerk en er is een regel die niet
uitkomend klinkt.
Toccata psalm 98
De toccata over de melodie van psalm 98 start eenstemmig en
waaiert vervolgens uit over het gehele klavier. De melodie klinkt in de bas. In
het zangerige middendeel klinkt de melodie manualiter, terwijl de doorgaande
beweging in de bas het geheel vaart en ondersteuning blijft geven.
Elke melodie wordt vervolgens onderbroken met motieven uit
het eerste deel van de toccata. Een spannende algemene opmaat leidt naar de
intrede van de slotregel.
De variatie met de melodie in het pedaal (tenorligging)
brengt in de rechterhand twee concerterende begeleidende stemmen. De bas wordt
gespeeld door de linkerhand op het hoofdwerkt met als basis het register Fagot
16’. Het aan de eerste psalmmelodie ontleende thema keert steeds terug
in allerlei toonsoorten.
De fuga bevat een contrasubject (= een vaste melodie die
klinkt bij het fugathema), een orgelpunt en een beknopt stretto. Het is boeiend
om te bedenken hoe na de psalmmelodie het tweede gedeelte van het fugathema
melodische gestalte heeft gekregen.
De fuga wordt afgesloten met een zetting met daarin een
heuse canon. Het tempo van de zetting is vlot genomen om aan te tonen dat
dergelijke fortezettingen ook een snel tempo niet in de weg staan.
Trio's psalm 119, 128
In de orgelliteratuur is de triovorm een van de meest
geliefde. De drie trio’s die nu volgen geven een beeld van de vele expressieve
mogelijkheden die deze vorm biedt. In de melodie van psalm 119 is er eerst
sprake van een speels, luchtig trio, vervolgens een fugatisch trio en in psalm
128 komt daarentegen in het beginthema een bezadigd klankkarakter naar voren.
Intrada Nuptial
Om de fraaie Franse romantische elementen uit het krefeldse
Metzler-orgel ook optimaal te laten klinken en om het programma op deze CD zo
afwisselend mogelijk te houden, is de Intrada Nuptial uitgevoerd. Dit werk
over de bekende melodie van Valerius met de tekst ‘Wilt heden nu treden...’
bevat kenmerkende virtuoze romantische elementen uit de zwierige Frans
romantische school. De term Nuptial verwijst naar het feit dat dit werk voor het
eerst werd uitgevoerd (als een voorbereide improvisatie) tijdens het binnenkomen
van een bruidspaar. Het is enerverend om te merken hoe het Metzler-orgel
moeiteloos mee transformeert in de verandering in stijl. De Prestant 32 geeft een magistrale ondertoon.
Voorspel psalm 130
In het koraalvoorspel van psalm 130 komen romantische
registers voor zoals Vox Celeste en Salicional 8’. Het aanzwellen en
weer wegebben van de klank door middel van het zwelwerk, de lieflijk
klinkende achtvoeten van hoofdwerk en rugpositief en de tremulant van het
rugpositief, dit alles staat in het teken van de klankuitbeelding van de tekst
van psalm 130. Via verwerking van muzikale motieven uit de psalmregels ontvouwt
zich een muzikaal geheel.
Variaties over psalm 131
De variatie over psalm 131 is, evenals psalm 122, vlak voor
de opname aan het papier toevertrouwd. Aan het ontstaan van dit
romantische voorspel lag het verzoek van een orgelstudent ten grondslag. ZIjn
vraag was of voor deze psalmmelodie, die zo vaak wordt gezongen en
waarvoor eigenlijk maar weinig afwisselende voorspelen beschikbaar zijn,
ondergetekende een voorspel wilde maken. Op dat moment wilde ik een voorspel
schrijven dat met name op de verzamelde achtvoeten van het
Metzlerorgel goed tot klinken zou komen. Vandaar de hoge ligging van de vrije
melodie die vervolgens wordt gecombineerd en verweven met de psalmmelodie, die
ook een octaaf hoger klinkt dan normaal.
Voorspel psalm 132
In het voorspel over psalm 132 hoort men een zogenaamde
motetvorm. Elke melodieregel wordt eerst in de begeleidende stemmen voorbereid.
Bij de allereerste psalmregel wordt uitgebreid in alle stemmen de inzet
van de psalmmelodie via een fugato voorbereid. Wanneer tenslotte de psalmmelodie
klinkt in verbreding op een apart klavier met een uitkomende stem, begeleiden
de overige stemmen zodanig dat deze hun melodische zelfstandig niet geheel
verliezen. De voorbereiding van de volgende uitkomende melodieën is minder
uitvoerig.Vanwege die beknoptheid komen allerlei invlechtingen in het melodisch
gebeuren voor.
Variaties psalm 133
De variaties en zettingen over psalm 133 zijn (met
uitzondering van de eerste variatie gecomponeerd als eerbetoon aan de in
december 2001 overleden orgelmaker Albert Reil. De berijmde tekst van Psalm 133:
“Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is ’t dat zonen...” acht ik dermate
van toepassing op de bijzondere en hechte samenwerking tussen de broers
Albert en Han Reil, die ik beiden goed ken, dat ik enerzijds bij deze psalmtekst
en melodie geïnspireerd raakte bij de gedachte aan hun langdurige en
creatieve samenwerking, maar anderzijds bedroefd ben vanwege het feit dat aan
hun fantastische samenwerking door de dood van Albert Reil een einde kwam.
Deze tweespalt komt in het gehanteerde klankidioom van de
twee variaties over psalm 133 en de twee zettingen tot uiting, ondermeer
door de afwisseling van schrille dissonanten en lieflijke passages. In deze
voorspelen is een symboliek aanwezig die door de herinnering aan Albert Reil
muzikaal bepaald is.
De trits opent met een conform de tekst, onbekommerde
vrolijke variatie. Er volgt een zetting met de melodie in de tenor, waarbij de
andere stemmen (vooral de sopraan) met de koraalmelodie in de weer zijn in
de vorm van voorimitaties.
In het lamento (klaagzang) klinkt in de linkerhand (tenor)
als ’t ware een commentaar op de psalmmelodie op een apart klavier, in
de beide bovenstemmen klinkt. Allereerst klinkt overigens een introductie (trio)
waarin het melodisch materiaal van de “commentaarstem” zich voorstelt.
De drie repeterende tonen aan het begin van het ‘commentaarthema’vragen
aandacht en roepen ook vragen op. Bij de slotregel wordt de commentaarstem’’
alle kanten opgesmeten. Allerlei affecten (gemoedstoestanden) zijn dan de revue
gepasseerd: wanhoop, berusting. Een vragend en berustend slot sluit het
geheel af.
Dan klinkt een zetting met in de harmonie steeds
correct oplossende dissonanten, gespeeld zonder pedaal (manualiter) met
strijkende registers (zie registraties).
Tenslotte een cantabile. Er is weer een achtmatige
inleiding gebaseerd op de eerste tonen van de psalmmelodie, waarna in de sopraan
de melodie gaat klinken met een gevoelvolle registratie. Het pedaal geeft naast
herhalende ondersteunende tonen ook zuchtende tonen in de vorm van een
zogenaamde ‘Seufzer’. (dat is een ‘zucht’ een met één toon dalende
figuur van twee tonen)
Aan het slot komen chromatische gangen in het pedaal voor.
Ook klinkt op de valreep een fragiele sequens (een figuur die één of meer
tonen hoger of lager herhaald wordt) van de laatste regel, geregistreerd met de
prachtigeTraversflöte 8’ (Dwarsfluit) van het Zwelwerk.
Voorspel psalm 135
In het voorspel over de melodie van psalm 135 ligt de
melodie in de bas. Het werk begint met een motief dat telkens de kop
opsteekt, hetzij als begeleidend figuur, hetzij zelfstandig. In het laatste
geval vooral in de vorm van een virtuoze sequens. In de variaties met een
plenumregistratie zoals deze van psalm 135, maar ook die van psalm 147 en ook in
vele andere voorspelen is algemeen gesteld, getracht een beknopte, naturelle
synthese te creëren tussen polyfonie, harmonie en melodie.
Aan het slot van de bewerking over psalm 135 komt - als
coda - bij twee harmonische verrassende inzeten van de eerste
psalmregel een klanktoename voor door klavierkoppeling en het bijtrekken van
enkele tongwerken.. Ook het op het einde van het voorspeel weer terugkomen op de
eerste regel geeft inhoud aan het begrip voorspel, immers men is er muzikaal bij
gebaat om de eerste regel weer te horen omdat men daarmee inzet.
In de zetting met tegenstem klinkt de tegenstem niet
voortdurend teneinde te functioneren als een muzikale uitroep.
Variaties over psalm 146
De eerste variatie over de melodie van psalm 146 begin met
speelse manualiter-variatie, waarin het motief van de eerste drie tonen van de
psalmmelodie is verwerkt.
De tweede variatie bezit een verstild karakter. De
begeleiding imiteert niet zo maar, maar vormt met motieven uit de
psalmmelodie een eigen melodische voortzetting. Er zijn canonische momenten. Het
geheel is beknopt.
Bij psalm 147 ontwikkelt zich een naar omhoog werkend
motief (vanuit de tekst geïnspireerd) dat telkens opduikt. Er komen ook
andere motieven voor. Er is dialoogwerking in de vorm van herhaaldelijke
klavierwisselingen met het zwelwerk. De vorm is verwant aan die van psalm
135. De melodie ligt in het pedaal. De twee laatste melodieregels klinken
evenwel canonische in sopraan en tenor.
Variaties over psalm 150
Een zuiver barokke vorm en idioom treffen we aan in het
trio over de melodie van psalm 150. De fraaie klank van de trompet 8’ in het
pedaal wordt omrankt met een tweestemmig weefsel op twee klavieren. Het motief
lijkt een sterk sequensmatig karakter te hebben, maar het is hopelijk gelukt om
de open deur van de zuivere sequens vroegtijdig te stoppen, want in dit geval
ligt schoolsheid en vlakheid dichtbij schoonheid en diepgang. Het beginmotief
komt vaak voor. De inzetten van de volgende melodie wordt meer of minder
voorbereid. Dat laatste is bij barokke meesters minder gebruikelijk.
Keuze van het orgel
HET METZLER-ORGEL IN DE SINT CYRIAKUSKERK TE KREFELD- HÜLS door Heinz Hinges
KEUZE VOOR KLANK EN STIJL
Aan aan het slot van deze tekst wijd ik
nog enkele woorden wijden aan het gehanteerde klankidioom in dit CD programma.
Overigens zou dit hoofdstuk in het CDboekje ook achterwege kunnen blijven.
Immers, het gaat tenslotte op deze CD in wezen om eenvoudige, liturgische
gebruiksmuziek. Toch neemt dit naar mijn mening neemt niet weg dat je je ook als
kerkorganist bewust kunt zijn (en behoort te zijn) van hedendaagse
ontwikkelingen in allerlei kunstdisciplines.Los van het feit of je moderne
verworvenheden hanteert in je werk, of niet.
Componisten , architecten, orgelmakers kunnen anno 2002
putten uit een scala aan mogelijkheden hoe ze zich in hun werk willen
manifesteren. Men kan gebruik maken van mogelijkheden die in de loop
van honderden jaren door talloze begaafde talentvolle mensen gestalte hebben
gekregen. Het gaat anno nu bij het componeren, vormgeven, orgelmaken (om
ons tot deze drie disciplines te beperken) niet in de eerste plaats meer om de
regels maar vooral om de keus of je de regels van een bepaalde stijl wilt
opvolgen of niet of gedeeltelijk. Men kan putten uit nagenoeg de gehele
orgelliteratuur. Als je wilt kan men muziek creëren met puur tonale elementen
of met elementen uit de barok, de romantiek; eigenlijk uit elke stijl.
Er is ruimte in allerlei kunstdisciplines om een
bij de persoon of bij de opdracht passende stijl en vorm te kiezen. En die stijl
behoeft zeker niet meer in de eerste plaats avant-garde te zijn, laat staan dat
dit geldt voor liturgische orgelmuziek. Anderzijds is het noodzakelijk dat er
ook steeds weer gezocht wordt naar nieuwe wegen ook in de liturgische muziek. En
het is te hopen dat er steeds weer componisten naar voren zullen komen die
muziek schrijven op een manier waaraan nog nooit iemand gedacht heeft.
Volgens de wetten van vele vernieuwers kan iets dat zonder
meer behaagt, eigenlijk niet deugen. Tonale eenvoudige muziek, laat staan
eenvoudige koraalmuziek voor orgel? Daar haalt een deel van de culturele elite
de neus voor op. Toch zijn er kunstenaars die zich daar niets van aantrekken.
De bekende fijnschilder Henk Helmantel bijvoorbeeld schreef
naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het Museum het Rembrandthuis te
Amsterdam:“Vernieuwen is eigenlijk onmogelijk geworden. Wat
is er nog aan de artistieke ontwikkeling toe te voegen? Je kunt hoogstens nog
nieuwe accenten plaatsen.” ( Citaat uit: “Amsterdams museum brengt
eigentijdse ‘Gouden-Eeuwers’ voor het voetlicht Helmantels hommage aan
Rembrandt”, door Tineke Goudriaan in Reformatorisch Dagblad, 14 februari
2000)
Architect Sjoerd Soeters stelt: “(...) huizen die op huizen lijken, kunnen nog
altijd niet door de beugel. Of ze moeten natuurlijk een metafoor voor iets
anders zijn, dan mag het weer wel. (...) Het is een beetje hetzelfde als in de
schilderkunst. Het allereerste abstracte schilderij was een fantastische
ervaring, maar van het miljoenste kun je dat echt niet meer zeggen. Met een
figuratief schilderij kom je echter nog altijd niet in het Stedelijk terecht”
(Citaat uit een interview, door Arnold Koper met S.Soeters in Volkskrant, 29
juni 2002 getiteld, ‘Bizar dat een huis niet op een huis mag lijken’)
Een van de belangrijkste verschillen ten opzichte van het
louter kopiëren van een barokke of klassieke stijl ligt bij mijn werk in de
keuze van de harmonie. In deze psalmvoorspelen treed ik regelmatig buiten
barokke harmonische paden, waardoor er een romantisch of
neo-romantisch (psalm 1, 7, 130, 131, 133) idioom naar voren komt. Ook
streef ik ernaar om binnen een beknopte vorm zowel contrapuntisch als
melodisch zo compact mogelijk te schrijven.
Zowel in de orgelmuziek als in de orgelbouw zal het erom
gaan om de oude stijlen en vormen steeds weer met met vaak subtiele,
vernieuwende element een toegevoegde waarde te geven.
Diegenen die deze toegevoegde waarde op geniale wijze
kunnen bewerkstelligen en stilistisch weer nieuwe grenzen kunnen trekken, zijn
de ‘echte’ componisten (toch steeds weer origineel). Diegenen die dit ideaal
soms eens kunnen aanraken, of er alleen maar van dromen, of er alleen over
schrijven, of zich al componerend wel van een redelijk stijlzuiver idioom kunnen
bedienen, verworven door veel studie, zijn de ambachtslieden.
Tot die laatste categorie zou ondergetekende zich willen
rekenen.
Willem van Twillert - Amersfoort - Augustus
2002
Dispositie:
| HAUPTWERK | C–g3 | SCHWELLWERK | C–g3 | RÜCKPOSITIV | C–g3 | PEDALWERK | C–f1 |
| Bourdun | 16' | Principal | 8' | Rohrflöte | 8' | Principal * (C-Gs 10 2/’) 3 | 32' |
| Principal | 8' | Salicional | 8' | Quintade | 8' | Principal * | 16' |
| Viola | 8' | Voix celeste | 8' | Unda maris | 8' | Subbass (Transm. HW) | 16' |
| Hohlflöte | 8' | Doppelflöte (Hout) | 8' | Principal | 4' | Octavbass | 8' |
| Octave | 4' | Octave | 4' | Rohrflöte | 4' | Spitzflöte * | 8' |
| Spitzflöte | 4' | Traversflöte | 4' | Nasard | 2 2/3' | Octave | 4' |
| Quinte | 2 2/3' | Doublette | 2' | Octave | 2' | Rauschpfeife | V |
| Superoctave | 2' | Sesquialtera | II-III | Terz 13⁄5' | 1 3/5' | Bombarde * | 16' |
| Mixtur | V-VI | Mixtur | V | Larigot | 1 1/3' | Fagott (Transm. HW) | 16' |
| Cornet V (fom c1) | V | Basson | 16' | Scharf | IV | Trompete * | 8' |
| Fagott | 16' | Trompette | 8' | Krummhorn | 8' | Clairon * | 4' |
| Trompete | 8' | Oboe | 8' | Vox humana | 8' | ||
| Trompette en chamade | 8' | ||||||
| Clairon | 4' |
REGISTRATIES
Intrada psalm 122
HW Hfl8, O4, Q22/3, O2, Tr8, vanaf maat 8:
Sptr8
RP Rfl8, Rfl4, Krh8
SW Dfl8, O4, Oboe8 Middendeel/
Middle section: Pr8
PED Alleen maat/ only bar 27-29: Fag16, Tr8
Psalm 1 Mel in tenor
HW Pr8, Vi8
RP Rfl8, Q8, Pr4, N3 Krh8
SW Pr8, Sal8, Trfl4 (Zwelkast dicht)
PED Pr16, S16, Ob8
HW-SW, RP- SW
Psalm 7 Ostinato
HW Hfl8
RP Rfl8, Trem
SW Sal8, Voxcel8 (Zwelkast bij begin dicht)
Psalm 7 Zetting
SW Pr8, Sal8
PED S16, Sfl8
Psalm 18 Mel in ten & sopr
HW Vi8,
RP Rfl8,Q8
SW Dfl8, Fltr4, Oboe8, Trem
PED S16, Sfl8
PED-HW
Psalm19 Mel in sopr
HW Corn
RP Rfl8, Pr4
SW Pr8, Sal8, O4
PED S16, Pr16, Ob8
Bij Mel. in bas:
HW -Corn, +Tr8
Psalm 98 Toccata, variatie, fuga & canonische zetting
Toccata
HW Pr8, Hf8, O4, Q22/3, O2
RP Rf8, Pr4, O2, Ter13/5, Lar11/3
SW Pr8, Dfl8, O4, Dou2, Oboe8 (Zwelkast 4/5 open/
Swellbox open 4/5)
PED S16, Ob8, O4, Fag16, Tr8
HW-RP
Variatie Mel in ped
HW Vi8, O4, Fag16 (LH)
RP Rfl8, Pr4
PED O4, Tr8
Fuga
HW Pr8, O4, Q22/3, O2, Mix
RP Rfl8, Q8, Pr4, O2, Sch
PED Pr16, Ob8, O4, Bom16, Tr8, Cl4
HW-RP
Canonische zetting / Canonic harmonization
Hw Pr8, Fag16, Corn, Sptr8
SW SW vol behalve:/full except: Fltr4, Voxcel8, Dfl8
PED Pr16, Ob8, O4, Bom16
Psalm 119 Trio, fuga & zetting met tegenstem
Trio
HW Tr8 (LH)
RP Rfl8, Rfl4, Lar11/3
PED S16, Ob8
Fuga
HW Pr8, O4, Q22/3
RP Pr4, Lar11/3, Krh8
PED Ob8, Fag16
Zetting met tegenstem/
Harmonization with a descant
HW Fag16, Corn
SW Pr8, O4, O2,
PED Pr16, Ob8, O4, Fag16, Tr8
Psalm 128 Mel in tenor
HW Pr8
RP Rfl8, Q8, Rfl4, O2, VoxH8 (LH)
PED S16, Ob8
Intrada Nuptial, ‘k Wil U, o God, mijn dank betalen
HW Bd16, Pr8, Hfl8, Sfl4, O4, Q22/3, 02, Fag16, Tr8,
Corn
RP Rfl8, Q8, Pr4, O2, N22/3, Krh8
SW Pr8, Dfl8, O4, Dou2, Basson16, Tr8, Cl4,
PED Pr32, Pr16, S16, Ob8,
SW-PED, HW-RP, SW-HW
Inzet Koraalmel in PED
PED +Bomb16, +Tr8, +Cl4, +PED-HW
Inzet Koraal op RP:
RP alleen/only:Rfl8, Rfl4
PED Vorige combinatie/previous combination
Later: RP + Pr4, +O2, +Lar11/3, +Kr8
Meer details niet weergegeven/ More details not shown
Psalm 130 Fantasia
HW Hfl8
RP Rfl8 Trem
SW Sal8, VoxCel8
(Start: Zwelkast dicht/Swellbox closed)
PED S16, PED-HW
Psalm 131 Voorspel in romantische stijl/
Prelude in romantic style
RP Rfl8, Q8, Rfl4
SW Pr8, Sal8, Dou2
PED S16, Ob8, Sfl8
SW-RP
Psalm 132 Mel in sopr
HW Bd16, Pr8, Vi8
RP Pr4 (8va bassa) (LH)
SW Pr8, Trfl4, Sesq, Trem
PED-HW
Psalm 132 Zetting / Harmonization
HW Vi, Hfl8
PED S16
PED-HW
VARIATIES OVER Psalm 133
I Duo
HW Bd16, Hfl8, Sfl.4 (8va)
II Zetting Mel in Tenor
HW O4, Tr8 (LH)
SW Pr8, O4
PED Pr16, Ob8
III Lamento
HW Pr8, Vi8,
RP Rfl8, Q8, VoxH8 (Lh)
SW Dfl8, Sal8, Trfl4, Trem (Rh)
PED Pr16
PED-HW
IV Zetting manualiter
SW Sal8
V Cantabile
HW Hfl8 (LH)
RP Rfl8, Q8, Rfl4, Trem
SW Fltr8
PED S16, Sfl8
Psalm 135 Organo pleno
HW Pr8, O4, Q22/3, O2, Mix
RP R fl8, Pr4, O2, Sch
SW Pr8, O4, Dou2, Mix
PED S16,Ob8,O4, Fag16,Tr8
HW-RP
Later:
+HW-SW
+PED +Pr32, Pr16
+HW Fag 16, Tr8
Psalm 135 Zetting met tegenstem/
Harmonization with a descant
HW Fag16, Corn
RP Rfl8, O4, O2, Krh8
PED Ob8, O4, Fag16, Tr8
Psalm 145 Mel in sopr
HW Fag16, Corn
SW Pr8, Sal8, O4, Trem
PED Pr16, Ob8
Psalm 145 Zetting / Harmonization
HW Fag16, Q22/3 (8va)
SW Dfl8, Basson16 (8va)
RP Rfl8, O2 (8va)
PED Pr16, Bom16, Ob8, O4
HW-SW, HW-RP
Psalm 146 Manualiter
HW Bd16 (8va)
RP Rfl8, O2 (8va)
PED S16, Sfl8 (alleen bij slottoon/
only at the finalnote)
HW-RP
Psalm 146 Mel in sopr
HW Vi8, Hfl8
RW Rfl8, Rfl4, N22/3, Trem
PED S16, Ob8
Psalm 147 Praeludium Organo plenum
HW Pr8, O4, Q22/3, O2,
RW Rfl8, Q8, N22/3, Krh8
SW Pr8, O4, Dou2
PED Bom16, Ob8, O4 (8va)
RP-SW
Psalm 150 Mel.in ped
RW Rfk8, Q8, Pr4 (LH)
SW Dfl8, Dou2
PED Tr8
COLOFON
Opname/Recording Sint Cyriacuskerk Krefeld-Hüls, 14 juli 2002, P&B SOUNDS, Harderwijk
Digitale montage en afwerking/Digital editing:Bastiaan Drost
Distributie/Distributor: SABRA, Harderwijk The Netherlands Foto’s van het orgel/Photos of the
organ: Heinz Hinkes, Krefeld
Foto organist/Photo of the organist: Matthijs Schilder, Utrecht
Registrant: Hans Drost, Harderwijk
Productie/Production: Stichting Promotie Orgelprojecten, Amersfoort (St P.O.P. - KvKnr 41189602)
Klank-& Muziekregie: Peter Drost, Harderwijk
Art design: Jeroen Drost, Harderwijk
Beschrijving orgel: Heinz Hinges, Krefeld
Teksten/Texts: Willem van Twillert
English translation: Willem Smith, Soest
Frontcover CD persing/CD pressing: KDG Weesp,The Netherlands
Consumentenorders: Via de geselecteerde CD winkels. Of maak € 14,95 over via Postbank
101044661 ten name van: St. P.O.P. – Amersfoort. Men ontvangt dan de CD dan
franco thuis. twillert_organist@hetnet.nl
P&B SOUNDS e mail:jeroendrost@hotmail.com